诗篇 30
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶和华啊,我要尊崇你, 因为你曾提拔我,不叫仇敌向我夸耀。
1Een psalm. Een lied der tempelwijding. Van David. Ik wil U prijzen, o Jahweh; want Gij trokt mij omhoog, Opdat mijn vijanden niet over mij juichen.
2耶和华—我的 神啊, 我曾呼求你,你医治了我。
2Ik riep tot U: “O Jahweh, mijn God!” En Gij hebt mij genezen, o Jahweh!
3耶和华啊,你曾把我的灵魂从阴间救上来, 使我存活,不至于下坑。
3Gij trokt mij uit het dodenrijk op, Ten leven uit het midden van die in het graf zijn gezonken.
4耶和华的圣民哪,你们要歌颂他, 称赞他可记念的圣 名 。
4Jahweh’s vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam:
5因为,他的怒气不过是转眼之间; 他的恩典乃是一生之久。 一宿虽然有哭泣, 早晨便必欢呼。
5Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; ‘s Avonds komt er geween, Maar ‘s morgens is er weer vreugd.
6至于我,我凡事平顺,便说: 我永不动摇。
6In zelfgenoegzaamheid had ik gezegd: “Nooit zal ik wankelen!”
7耶和华啊,你曾施恩,叫我的 江 山稳固; 你掩了面,我就惊惶。
7Neen, Jahweh, door uw goedheid alleen Hadt Gij kracht verleend aan mijn geest; Maar nauwelijks hadt Gij uw aanschijn verborgen, Of plotseling zonk ik ineen!
8耶和华啊,我曾求告你; 我向耶和华恳求, 说 :
8Jahweh, toen riep ik U aan, En ik bad tot mijn Heer:
9我被害流血,下到坑中,有什么益处呢? 尘土岂能称赞你,传说你的诚实吗?
9“Wat kan mijn verstomming U baten, En dat ik zink in het graf; Kan het stof U soms loven, En uw trouw nog verkonden?”
10耶和华啊,求你应允我,怜恤我! 耶和华啊,求你帮助我!
10En Jahweh heeft het gehoord, en Zich mijner ontfermd; Jahweh heeft mij geholpen.
11你已将我的哀哭变为跳舞, 将我的麻衣脱去,给我披上喜乐,
11Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, Mijn rouwkleed verscheurd, met vreugd mij omgord:
12好叫我的灵歌颂你,并不住声。 耶和华—我的 神啊,我要称谢你,直到永远!
12Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.