箴言
Chapter 14
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1智慧妇人建立家室; 愚妄妇人亲手拆毁。
1De wijsheid bouwt zich een huis, De dwaasheid breekt het eigenhandig af.
2行动正直的,敬畏耶和华; 行事乖僻的,却藐视他。
2Wie Jahweh vreest, gaat de rechte weg; Wie Hem veracht, gaat kronkelwegen.
3愚妄人口中骄傲,如杖责打己身; 智慧人的嘴必保守自己。
3In de mond van een dwaas ligt een stok voor zijn rug, De wijzen worden door hun lippen beschermd.
4家里无牛,槽头干净; 土产加多乃凭牛力。
4Waar geen runderen zijn, blijft de kribbe schoon; Rijke inkomsten dankt men aan de kracht van den os.
5诚实见证人不说谎话; 假见证人吐出谎言。
5Een eerlijk getuige liegt niet, Een vals getuige verspreidt leugens.
6亵慢人寻智慧,却寻不着; 聪明人易得知识。
6De spotter zoekt wijsheid, maar tevergeefs; Voor een wijze is de kennis gemakkelijk te vinden.
7到愚昧人面前, 不见他嘴中有知识。
7Blijf uit de buurt van een dwaas, Want verstandige taal bespeurt ge er niet.
8通达人的智慧在乎明白己道; 愚昧人的愚妄乃是诡诈。
8De wijsheid der schranderen wijst hun de weg, Maar de dommen worden door hun dwaasheid op een dwaalspoor geleid.
9愚妄人犯罪,以为戏耍; 正直人互相喜悦。
9Het zoenoffer spot met de dwazen, Maar bij rechtvaardigen woont de genade.
10心中的苦楚,自己知道; 心里的喜乐,外人无干。
10Het hart kent zijn eigen droefheid alleen; Ook in zijn vreugde kan een vreemde zich niet mengen.
11奸恶人的房屋必倾倒; 正直人的帐棚必兴盛。
11Het huis der bozen wordt verwoest, De tent der rechtvaardigen richt zich op.
12有一条路,人以为正, 至终成为死亡之路。
12Soms houdt iemand een weg voor de rechte, Die tenslotte uitloopt op de dood.
13人在喜笑中,心也忧愁; 快乐至极就生愁苦。
13Ook als iemand lacht, kan hij verdriet hebben; Blijdschap loopt soms op droefheid uit.
14心中背道的,必满得自己的结果; 善人必从自己 的行为得以知足 。
14Een zondaar krijgt uit zijn wandel ruimschoots zijn deel, Maar ook een deugdzaam mens uit zijn daden.
15愚蒙人是话都信; 通达人步步谨慎。
15De onnozele gelooft alles wat er gezegd wordt; De wijze let op het antwoord, dat hij ontvangt.
16智慧人惧怕,就远离恶事; 愚妄人却狂傲自恃。
16De wijze is behoedzaam en mijdt het kwaad, De dwaas is zorgeloos en gaat er op in.
17轻易发怒的,行事愚妄; 设立诡计的,被人恨恶。
17De lichtgeraakte haalt dwaasheden uit, Een beleidvol mens is verdraagzaam.
18愚蒙人得愚昧为产业; 通达人得知识为冠冕。
18De onnozelen valt dwaasheid ten deel, De wijze wordt met kennis gekroond.
19坏人俯伏在善人面前; 恶人俯伏在义人门口。
19De bozen moeten zich voor de deugdzamen buigen, De snoodaards voor de poorten der rechtvaardigen staan.
20贫穷人连邻舍也恨他; 富足人朋友最多。
20Zelfs bij zijn buur is een arme gehaat, Maar de vrienden van een rijkaard zijn talrijk.
21藐视邻舍的,这人有罪; 怜悯贫穷的,这人有福。
21Een zondaar geeft niet om zijn naaste; Zalig hij, die zich over de armen ontfermt!
22谋恶的,岂非走入迷途吗? 谋善的, 必得 慈爱和诚实。
22Wie kwaad beramen, geraken op een doolweg; Die op het goede bedacht zijn, ondervinden liefde en trouw.
23诸般勤劳都有益处; 嘴上多言乃致穷乏。
23Van alle inspanning komt gewin, Praten brengt alleen maar gebrek.
24智慧人的财为自己的冠冕; 愚妄人的愚昧终是愚昧。
24Bedachtzaamheid is de kroon der wijzen, Dwaasheid de krans der dommen.
25作真见证的,救人性命; 吐出谎言的, 施行 诡诈。
25Een betrouwbaar getuige redt mensenlevens; Maar wie leugen verspreidt, pleegt verraad.
26敬畏耶和华的,大有倚靠; 他的儿女也有避难所。
26Op het ontzag voor Jahweh mag de sterke vertrouwen, Ook zijn kinderen vinden daarin een toevlucht.
27敬畏耶和华就是生命的泉源, 可以使人离开死亡的网罗。
27Het ontzag voor Jahweh is een bron van leven; Daardoor vermijdt men de strikken des doods.
28帝王荣耀在乎民多; 君王衰败在乎民少。
28Trots gaat een vorst op een talrijke bevolking, Gebrek aan volk is het eind van een heerser.
29不轻易发怒的,大有聪明; 性情暴躁的,大显愚妄。
29De lankmoedige is rijk aan doorzicht, De ongeduldige stapelt dwaasheden op.
30心中安静是肉体的生命; 嫉妒是骨中的朽烂。
30Een kalme natuur doet het lichaam goed, Hartstocht is een kanker voor het gebeente.
31欺压贫寒的,是辱没造他的主; 怜悯穷乏的,乃是尊敬主。
31Die een arme verdrukt, smaadt zijn Schepper; Maar wie zich over hem ontfermt, brengt Hem eer.
32恶人在所行的恶上必被推倒; 义人临死,有所投靠。
32Door zijn boosheid wordt de zondaar voortgejaagd, Maar de rechtvaardige vindt een toevlucht in zijn deugd.
33智慧存在聪明人心中; 愚昧人心里所存的,显而易见。
33In het hart van een verstandige vindt de wijsheid een rustplaats, In het binnenste der dwazen is zij niet bekend.
34公义使邦国高举; 罪恶是人民的羞辱。
34Rechtvaardigheid verheft een volk, De zonde brengt de naties tot schande.
35智慧的臣子蒙王恩惠; 贻羞的仆人遭其震怒。
35De koning heeft behagen in een verstandig dienaar, Maar zijn toorn doodt hem, die zich misdraagt.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.