1 Samuelova
Chapter 19
Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Samuelova 19

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Mluvil pak Saul k Jonatovi synu svému a ke všechněm služebníkům svým, aby zamordovali Davida, ale Jonata syn Saulův liboval sobě Davida velmi.
1Saul sprak er daarom met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over, dat hij David wilde doden. Maar Jonatan, de zoon van Saul, die David bijzonder genegen was,
2I oznámil to Jonata Davidovi, řka: Usiluje Saul otec můj, aby tě zabil; protož nyní šetř se, prosím, až do jitra, a usadě se v skrytě, schovej se.
2bracht het David over, en sprak: Saul, mijn vader, zoekt u te doden; neem u dus in acht! Ga morgenvroeg in een schuilplaats zitten, en houd u verborgen.
3Ale jáť vyjdu a státi budu při boku otci svému na poli, kdež ty budeš, a budu mluviti o tobě s otcem svým, a čemuž vyrozumím, oznámím tobě.
3Ik zal naar buiten komen, en vlak naast mijn vader gaan staan op het terrein, waar gij zijt. Dan zal ik met mijn vader over u spreken, zien hoe het staat, en het u vertellen.
4I mluvil Jonata o Davidovi dobře Saulovi otci svému, a řekl: Nechť nehřeší král proti služebníku svému Davidovi, nebť jest nic tobě neprovinil, nýbrž správa jeho jest tobě velmi užitečná.
4Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul, en hij zeide tot hem: Laat de koning zich toch niet bezondigen aan zijn dienaar David! Want hij heeft niets tegen u misdaan, maar integendeel zich voor u zeer verdienstelijk gemaakt.
5Nebo se opovážil života svého a zabil Filistinského, a učinil Hospodin vysvobození veliké všemu Izraeli. Viděls to a radoval jsi se. Pročež bys tedy hřešil proti krvi nevinné, chtěje zabiti Davida bez příčiny?
5Hij heeft zijn leven op het spel gezet en den Filistijn verslagen; en Jahweh heeft door hem voor heel Israël een grote zege bewerkt. Gij hebt het gezien, en hebt u erover verheugd. Waarom zoudt ge u dan bezondigen aan onschuldig bloed, door David zonder enige reden te doden?
6I uposlechl Saul řeči Jonatovy a přisáhl Saul, řka: Živť jest Hospodin, žeť nebude zabit.
6Saul luisterde naar de stem van Jonatan en hij zwoer: Zo waar Jahweh leeft, hij zal niet sterven.
7Tedy Jonata povolal Davida, a oznámil jemu Jonata všecka slova tato. A přivedl Jonata Davida k Saulovi, i byl před ním jako i prvé.
7Nu riep Jonatan David en deelde hem heel het onderhoud mee. En Jonatan bracht David bij Saul terug, en David diende hem, evenals vroeger.
8Vznikla pak opět válka; a vytáh David, bojoval proti Filistinským, a porazil je porážkou velikou, a utekli před ním.
8Maar toen de oorlog opnieuw was uitgebroken, en David er op uit was getrokken, om tegen de Filistijnen te strijden, bracht hij hun een gevoelige nederlaag toe, zodat ze de vlucht voor hem namen.
9V tom duch Hospodinův zlý napadl Saule, kterýž v domě svém seděl, maje kopí své v ruce své, a David hrál rukou před ním.
9Daardoor kwam er weer een boze geest van Jahweh over Saul. Hij zat thuis met zijn lans in de hand; en terwijl David de citer bespeelde,
10Ale Saul chtěl prohoditi Davida kopím až do stěny; kterýž uhnul se mu, a udeřilo kopí v stěnu. A tak David utekl a vynikl z nebezpečenství té noci.
10trachtte hij David met zijn lans aan de wand te priemen. Maar deze week voor hem uit, zodat Saul de lans in de wand slingerde. Door de vlucht stelde David zich in veiligheid. Maar nog dezelfde nacht
11Potom poslal Saul posly k domu Davidovu, aby ho střáhli a zabili jej ráno. I oznámila to Davidovi Míkol manželka jeho, řkuci: Jestliže se neopatříš noci této, zítra zabit budeš.
11stuurde Saul boden naar het huis van David, om hem te bewaken en hem de volgende morgen te doden. Mikal, de vrouw van David, waarschuwde hem echter en zeide: Als ge vannacht uw leven niet in veiligheid brengt, zult ge morgen dood zijn.
12A protož spustila Míkol Davida oknem, kterýž odšed, utekl a vynikl z nebezpečenství.
12Mikal liet David dus door het venster naar beneden; hij ging op de vlucht en stelde zich in veiligheid.
13Vzala pak Míkol obraz a vložila na lůže, a polštář kozí položila v hlavách jeho a přikryla šaty.
13Daarop nam Mikal den huisgod, legde dien op het bed, spreidde een net van geitenhaar over het hoofdeinde, en dekte hem met een mantel toe.
14Tedy Saul poslal posly, aby vzali Davida. I řekla: Jest nemocen.
14En toen Saul boden zond om David gevangen te nemen, sprak zij: Hij is ziek!
15Opět poslal Saul posly, aby pohleděli na Davida, řka: Přineste ho na lůži ke mně, ať ho zabiji.
15Maar Saul stuurde de boden terug, om zich van Davids toestand op de hoogte te stellen, met het bevel: Brengt hem met bed en al bij me; hij moet dood!
16A když přišli poslové, a aj, obraz ležel na lůži a polštář kozí v hlavách jeho.
16De boden gingen dus naar binnen, en daar lag zowaar de huisgod op het bed, met een net van geitenhaar over het hoofdeinde.
17I řekl Saul k Míkol: Proč jsi mne tak podvedla a pustilas nepřítele mého, aby ušel? Odpověděla Míkol Saulovi: On mi řekl: Propusť mne, sic jinak zabiji tě.
17Saul vroeg aan Mikal: Waarom hebt ge me aldus bedrogen, door mijn vijand te laten ontsnappen? Mikal gaf Saul ten antwoord: Hij heeft tegen mij gezegd: “Laat me gaan, of ik sla je dood!”
18David tedy utíkaje, vynikl z nebezpečenství, a přišed k Samuelovi do Ráma, oznámil jemu všecko, co mu Saul učinil. I odšel on i Samuel, a bydlili v Náiot.
18Intussen was David gevlucht en had hij zich in veiligheid gesteld. Hij kwam bij Samuël in Rama, vertelde hem alles wat Saul hem had aangedaan en nam met Samuël zijn intrek in het profetenhuis te Rama.
19Oznámeno pak bylo Saulovi, řka: Aj, David jest v Náiot v Ráma.
19Doch men berichtte aan Saul, dat David in het profetenhuis te Rama vertoefde;
20I poslal Saul posly, aby jali Davida. Kteříž když viděli zástup proroků prorokujících, a Samuele jim představeného, an stojí, sstoupil také na posly Saulovy Duch Boží, a prorokovali i oni.
20daarom zond Saul boden, om David gevangen te nemen. Maar toen zij de groep profeten zagen profeteren met Samuël als leider aan het hoofd, kwam de geest van God over de boden van Saul, en begonnen ook zij te profeteren.
21To když oznámili Saulovi, poslal jiné posly, a prorokovali také i oni; a opět poslal Saul třetí posly, a i ti prorokovali.
21Toen dit aan Saul bekend werd, zond hij andere boden, die eveneens profeteerden. Voor de derde maal zond Saul boden; maar ook zij gingen profeteren.
22Šel tedy již sám do Ráma a přišel až k čisterni veliké, kteráž jest v Socho, a zeptal se, řka: Kde jest Samuel a David? I řekl někdo: Aj, jsou v Náiot v Ráma.
22Daarom ging hij zelf naar Rama. Bij de grote put in Sekoe aangekomen, vroeg hij: Waar zijn Samuël en David? Men antwoordde hem: In het profetenhuis te Rama.
23I šel tam do Náiot v Ráma; a sstoupil i na něj Duch Boží, a jda dále, prorokoval, až i přišel do Náiot v Ráma.
23Hij ging dus vandaar naar het profetenhuis te Rama. Maar toen kwam ook op hem de geest van God; al voortgaande profeteerde hij, totdat hij in het profetenhuis te Rama aankwam.
24Kdežto svlékl také sám roucho své a prorokoval i on před Samuelem, a padna, ležel svlečený celý ten den a noc. Odkudž se říká: Zdali také Saul mezi proroky?
24Daar rukte hij zich de klederen van het lijf, profeteerde in het bijzijn van Samuël, en bleef heel die dag en nacht naakt liggen. Daarom zegt men: Behoort ook Saul bij de profeten?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.