ผู้​วินิจฉัย
Chapter 19

ผู้​วินิจฉัย

Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ผู้​วินิจฉัย 19

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ใน​สมัย​นั้น เมื่อ​อิสราเอล​ไม่​มี​กษัตริย์ มี​คน​เลวี​คน​หนึ่ง​อาศัย​อยู่​ใน​ส่วน​ที่​ห่าง​ไกล​ของ​แถบ​ภูเขา​เอฟราอิม เขา​รับ​หญิง​คน​หนึ่ง​จาก​เบธเลเฮม​ยูดาห์​มา​เป็น​ภรรยา​น้อย
1In de tijd, dat er geen koning in Israël was, had zich een leviet in het achterland van het gebergte van Efraïm als vreemdeling gevestigd. Hij had zich een bijzit uit Betlehem van Juda genomen;
2ภรรยา​น้อย​นอกใจ​เขา แล้ว​จาก​ไป​ยัง​บ้าน​บิดา​ที่​เบธเลเฮม​ยูดาห์​และ​อยู่​ที่​นั่น​สี่​เดือน
2maar zijn bijzit was hem ontrouw geworden, en van hem weggelopen naar het huis van haar vader in Betlehem van Juda, waar ze vier maanden verbleef.
3สามี​จึง​ออก​เดินทาง​ตาม​ไป​เพื่อ​พูด​อย่าง​อ่อนโยน​และ​พา​นาง​กลับ​มา เขา​พา​คน​รับใช้​กับ​ลา​สอง​ตัว​ไป​ด้วย นาง​พา​เขา​เข้า​ไป​ใน​บ้าน​บิดา เมื่อ​บิดา​ของ​หญิง​สาว​เห็น​เขา​ก็​ดีใจ​ที่​ได้​พบ
3Toen ging haar man met zijn knecht en een span ezels op weg, en reisde haar achterna, om eens op haar gemoed te werken en haar terug te brengen. Zodra hij bij het huis van haar vader kwam, en de vader van het meisje hem zag, ging deze hem verheugd tegemoet.
4พ่อตา​ของ​เขา​คือ​บิดา​ของ​หญิง​สาว​รั้ง​เขา​ไว้ เขา​จึง​อยู่​ด้วย​สาม​วัน พวก​เขา​กิน ดื่ม และ​พัก​อยู่​ที่​นั่น
4En omdat zijn schoonvader, de vader van het meisje, er bij hem nu zo op aandrong, bleef hij drie dagen bij hem. En ze aten, dronken en overnachtten daar.
5วัน​ที่​สี่​พวก​เขา​ตื่น​แต่​เช้า ชาย​คน​นั้น​ลุก​ขึ้น​จะ​ออก​เดินทาง บิดา​ของ​หญิง​สาว​พูด​กับ​ลูกเขย​ว่า “กิน​ขนม​ปัง​สัก​หน่อย​ให้​มี​กำลัง​ก่อน แล้ว​ค่อย​เดินทาง​ต่อ”
5En toen ze op de vierde dag ‘s morgens vroeg zich gereed maakten, en hij opstond om te vertrekken, zei de vader van het meisje tot zijn schoonzoon: Neem eerst nog een stukje brood, dan kunt ge daarna vertrekken.
6ทั้ง​สอง​จึง​นั่ง​กิน​และ​ดื่ม​ด้วย​กัน แล้ว​บิดา​ของ​หญิง​สาว​พูด​กับ​ชาย​คน​นั้น​ว่า “โปรด​ค้างคืน​และ​พัก​ให้​สำราญ​ใจ”
6Zo bleven ze. Maar nadat ze tezamen gegeten en gedronken hadden, zei de vader van het meisje tot den man: Toe, besluit nu, nog één nacht te blijven; neem het er maar eens goed van.
7ชาย​คน​นั้น​ลุก​ขึ้น​จะ​เดินทาง แต่​พ่อตา​รบเร้า เขา​จึง​พัก​อยู่​ที่​นั่น​อีก
7En toen de man zich toch gereed maakte, om te vertrekken, drong zijn schoonvader er zo bij hem op aan, dat hij er nog een nacht bleef.
8วัน​ที่​ห้า​เขา​ตื่น​แต่​เช้า​จะ​ออก​เดินทาง บิดา​ของ​หญิง​สาว​พูด​ว่า “โปรด​กิน​อะไร​ให้​มี​กำลัง​และ​รอ​จน​บ่าย​คล้อย” ทั้ง​สอง​จึง​กิน​ด้วย​กัน
8Ook de vijfde dag stond hij ‘s morgens vroeg op, om op pad te gaan; maar weer zei de vader van het meisje: Doe u eerst nog te goed, en wacht dan tot de dag ten einde loopt. Maar toen ze tezamen gegeten hadden,
9เมื่อ​ชาย​คน​นั้น​กับ​ภรรยา​น้อย​และ​คน​รับใช้​ลุก​ขึ้น​จะ​ออก​เดินทาง พ่อตา​คือ​บิดา​ของ​หญิง​สาว​พูด​ว่า “ตอน​นี้​ใกล้​ค่ำ​แล้ว โปรด​ค้างคืน วัน​กำลัง​จะ​สิ้น​แล้ว อยู่​ที่​นี่​ให้​สำราญ​ใจ พรุ่งนี้​เช้า​ค่อย​ออก​เดินทาง​กลับ​บ้าน”
9en de man aanstalten maakte, om met zijn bijzit en zijn knecht te vertrekken, zei zijn schoonvader, de vader van het meisje, tot hem: Zie, de dag spoedt reeds ten einde; breng dus hier de nacht nog door, en neem het er nog eens van; dan kunt ge u morgenvroeg voor uw tocht gereed maken, en naar huis gaan.
10แต่​ชาย​คน​นั้น​ไม่​ยอม​ค้างคืน เขา​ลุก​ขึ้น​เดินทาง​มา​ถึง​บริเวณ​ใกล้​เยบุส ซึ่ง​เรียก​อีก​ชื่อ​ว่า​เยรูซาเล็ม มี​ลา​สอง​ตัว​ผูก​อาน​และ​ภรรยา​น้อย​ไป​กับ​เขา
10Maar nu wilde de man niet meer overnachten; hij stond op en ging heen, en kwam met zijn span ezels, zijn bijzit en zijn knecht tot bij Jeboes, of Jerusalem.
11เมื่อ​พวก​เขา​อยู่​ใกล้​เยบุส เวลา​ก็​ล่วง​ไป​มาก คน​รับใช้​พูด​กับ​นาย​ว่า “มา​เถอะ ให้​เรา​เข้า​ไป​พัก​ใน​เมือง​ของ​ชาว​เยบุส​นี้​กัน”
11Toen ze nu bij Jeboes waren, neigde de dag ten einde. Daarom zei de knecht tot zijn heer: Kom, we moesten hier maar naar de stad der Jeboesieten afslaan, en daar de nacht doorbrengen.
12นาย​ตอบ​ว่า “เรา​จะ​ไม่​เข้า​ไป​ใน​เมือง​ของ​คน​ต่าง​ชาติ​ซึ่ง​ไม่​ใช่​ชาว​อิสราเอล แต่​จะ​เดิน​ต่อ​ไป​ยัง​กิเบอาห์”
12Doch zijn heer antwoordde hem: Neen, we slaan niet af naar die stad van vreemde mensen, die geen Israëlieten zijn; laten we maar tot Giba doorgaan.
13เขา​บอก​คน​รับใช้​ว่า “มา​เถอะ ให้​เรา​เข้า​ไป​ใกล้​เมือง​ใด​เมือง​หนึ่ง​ใน​แถบ​นี้ แล้ว​พัก​ค้างคืน​ที่​กิเบอาห์​หรือ​รามาห์”
13En hij zei tot zijn knecht: Kom, we zullen een andere plaats zien te bereiken, en in Giba of Rama overnachten.
14พวก​เขา​จึง​เดินทาง​ต่อ​ไป ดวง​อาทิตย์​ตก​ขณะ​อยู่​ใกล้​กิเบอาห์​ซึ่ง​เป็น​เมือง​ของ​เผ่า​เบนยามิน
14Ze gingen dus verder, en vervolgden hun weg. En toen ze dicht bij Giba waren, dat tot Benjamin behoort, ging de zon onder.
15พวก​เขา​แวะ​เข้า​ไป​ใน​กิเบอาห์​เพื่อ​พัก​ค้างคืน ชาย​คน​นั้น​นั่ง​อยู่​บน​ถนน​ใน​เมือง เพราะ​ไม่​มี​ใคร​รับ​พวก​เขา​เข้า​พัก​ใน​บ้าน
15Nu sloegen ze van de weg af, om Giba te bereiken en er te overnachten. Daar aangekomen, zette hij zich op het stadsplein neer; want er was niemand, die hem voor de nacht in zijn huis opnam.
16ตอน​เย็น​มี​ชาย​ชรา​คน​หนึ่ง​กลับ​จาก​ทำงาน​ใน​ทุ่ง เขา​มา​จาก​แถบ​ภูเขา​เอฟราอิม​และ​อาศัย​อยู่​ใน​กิเบอาห์ แต่​ชาว​เมือง​นั้น​เป็น​ชาว​เบนยามิน
16Maar in de avond kwam er een oude man van zijn werk uit het veld. Het was iemand uit het bergland van Efraïm, die slechts als vreemdeling te Giba verblijf hield; want alle inwoners van die plaats waren Benjamieten.
17เขา​เงย​หน้า​ขึ้น​เห็น​ผู้​เดินทาง​นั่ง​อยู่​บน​ถนน​ใน​เมือง จึง​ถาม​ว่า “ท่าน​กำลัง​จะ​ไป​ไหน และ​มา​จาก​ไหน?”
17Toen de grijsaard opzag en den reiziger op het stadsplein bemerkte, vroeg hij: Waar gaat ge heen, en waar komt ge vandaan?
18ชาย​คน​นั้น​ตอบ​ว่า “เรา​กำลัง​เดินทาง​จาก​เบธเลเฮม​ยูดาห์​ไป​ยัง​ส่วน​ที่​ห่าง​ไกล​ของ​แถบ​ภูเขา​เอฟราอิม ข้าพเจ้า​เป็น​คน​จาก​ที่​นั่น​และ​เพิ่ง​ไป​เบธเลเฮม​ยูดาห์​มา บัดนี้​กำลัง​ไป​ยัง​พระ​นิเวศ​ของ​พระยาห์เวห์ แต่​ไม่​มี​ใคร​รับ​ข้าพเจ้า​เข้า​บ้าน
18Hij antwoordde hem: We zijn op weg van Betlehem van Juda naar het achterland van het gebergte van Efraïm; daar kom ik vandaan. Ik ben naar Betlehem van Juda geweest, en ga nu naar huis. Maar er is niemand, die me gastvrijheid wil verlenen,
19เรา​มี​ทั้ง​ฟาง​และ​อาหาร​สำหรับ​ลา มี​ขนม​ปัง​กับ​เหล้า​องุ่น​สำหรับ​ข้าพเจ้า ผู้​รับใช้​ของ​ท่าน และ​ชาย​หนุ่ม​ที่​อยู่​กับ​ผู้​รับใช้​ของ​ท่าน เรา​ไม่​ขาด​สิ่ง​ใด”
19ofschoon ik stro en voer heb voor onze ezels, brood en wijn voor mezelf, voor uw dienstmaagd en den jongen, dien uw dienaar bij zich heeft, en het ons dus aan niets ontbreekt.
20ชาย​ชรา​ตอบ​ว่า “สันติสุข​จง​มี​แก่​ท่าน ให้​ข้าพเจ้า​จัด​หา​ทุก​สิ่ง​ที่​ท่าน​ต้องการ แต่​อย่า​นอน​บน​ถนน​ใน​เมือง​เลย”
20Toen zei de oude man: Vrede zij u; op mij rust de plicht, u van het nodige te voorzien; in geen geval moogt ge op het plein overnachten.
21เขา​จึง​พา​ชาย​คน​นั้น​เข้า​บ้าน​และ​ให้​อาหาร​ลา พวก​เขา​ล้าง​เท้า กิน​และ​ดื่ม
21Hij bracht hem dus naar zijn huis, en gaf de ezels te vreten; en ze wasten hun voeten, aten en dronken.
22ขณะ​ที่​กำลัง​รื่นเริง ชาย​ชาว​เมือง​กลุ่ม​หนึ่ง​ซึ่ง​เป็น​คน​ชั่ว​ร้าย​มา​ล้อม​บ้าน ทุบ​ประตู และ​พูด​กับ​ชาย​ชรา​ผู้​เป็น​เจ้าของ​บ้าน​ว่า “ส่ง​ผู้ชาย​ที่​เข้า​มา​ใน​บ้าน​ของ​เจ้า​ออก​มา​ให้​เรา​ร่วมเพศ​กับ​เขา!”
22Maar terwijl ze zich te goed deden, omsingelden de inwoners der stad, een ras van Belialskinderen, het huis, begonnen op de deur te bonzen, en riepen tot den grijzen eigenaar van het huis: Breng den man, die uw huis is binnengegaan, naar buiten; we willen gemeenschap met hem houden.
23เจ้าของ​บ้าน​ออก​ไป​หา​พวก​เขา​และ​พูด​ว่า “อย่า​เลย พี่น้อง​ของ​ข้าพเจ้า โปรด​อย่า​ทำ​สิ่ง​ชั่ว​ร้าย​เช่น​นี้ ใน​เมื่อ​ชาย​คน​นี้​เข้า​มา​ใน​บ้าน​ของ​ข้าพเจ้า​แล้ว อย่า​ทำ​เรื่อง​เลว​ทราม​นี้​เลย
23Doch de eigenaar van het huis ging naar hen toe en zei hun: Neen, broeders, dat kwaad moogt ge niet doen. Die man is nu eenmaal mijn gast, en ge moogt dus zo iets schandelijks niet doen.
24ข้าพเจ้า​มี​บุตร​สาว​พรหมจารี และ​ชาย​คน​นี้​มี​ภรรยา​น้อย ข้าพเจ้า​จะ​พา​พวก​นาง​ออก​มา พวก​ท่าน​จะ​ข่มเหง​และ​ทำ​กับ​พวก​นาง​ตาม​ที่​เห็น​ว่า​ดี​ก็​ได้ แต่​อย่า​ทำ​เรื่อง​เลว​ทราม​เช่น​นี้​กับ​ชาย​คน​นี้”
24Neen, ik zal mijn dochter, die nog maagd is, met zijn bijzit naar buiten brengen; die kunt ge verkrachten, en met haar doen, wat ge wilt; maar met dien man moogt ge die schandelijke dingen niet doen.
25แต่​ชาย​เหล่า​นั้น​ไม่​ยอม​ฟัง คน​เลวี​จึง​จับ​ภรรยา​น้อย​ของ​ตน​พา​ออก​ไป​ให้​พวก​เขา พวก​เขา​ข่มขืน​และ​ทารุณ​นาง​ตลอด​คืน​จน​ถึง​เช้า พอ​ฟ้า​เริ่ม​สาง​จึง​ปล่อย​นาง​ไป
25Toen die lieden maar niet naar hem wilden luisteren, nam de man zelf zijn bijzit, en liet haar de straat opgaan naar hen toe. Ze hielden gemeenschap met haar, en koelden heel de nacht tot de morgen aan haar hun lust; eerst toen de dageraad aanbrak, lieten ze haar gaan.
26ตอน​รุ่งสาง หญิง​นั้น​มา​ล้ม​ลง​ตรง​ประตู​บ้าน​ที่​ผู้​เป็น​นาย​ของ​นาง​พัก​อยู่ และ​อยู่​ตรง​นั้น​จน​สว่าง
26Bij het aanbreken van de morgen kwam de vrouw terug; maar voor het huis van den man, bij wien haar heer te gast was, zonk ze neer, en bleef daar liggen tot het dag was.
27ตอน​เช้า ผู้​เป็น​นาย​ของ​นาง​ลุก​ขึ้น เปิด​ประตู​บ้าน และ​ออก​มา​จะ​เดินทาง​ต่อ ภรรยา​น้อย​ของ​เขา​ล้ม​อยู่​ตรง​ประตู​บ้าน มือ​ทั้ง​สอง​วาง​อยู่​บน​ธรณี​ประตู
27Toen nu haar heer ‘s morgens opstond en de huisdeur opende, om naar buiten te gaan en zijn weg te vervolgen, lag daar zijn bijzit voor de deur van het huis met haar handen op de drempel.
28เขา​พูด​กับ​นาง​ว่า “ลุก​ขึ้น ไป​กัน​เถอะ!” แต่​ไม่​มี​เสียง​ตอบ เขา​จึง​ยก​นาง​ขึ้น​บน​หลัง​ลา แล้ว​ออก​เดินทาง​กลับ​ไป​ยัง​ที่​ของ​ตน
28Hij sprak tot haar: Sta op, laten we maar verder gaan. Maar hij kreeg geen antwoord; ze was dood. Toen legde hij haar op zijn ezel, maakte zich klaar, en ging naar zijn woonplaats.
29เมื่อ​กลับ​ถึง​บ้าน เขา​หยิบ​มีด​มา​ตัด​ร่าง​ภรรยา​น้อย แยก​ออก​ที​ละ​ส่วน​เป็น​สิบ​สอง​ชิ้น แล้ว​ส่ง​ชิ้น​ส่วน​ไป​ทั่ว​ทุก​เขต​แดน​ของ​อิสราเอล
29Thuis gekomen, greep hij een mes, nam zijn bijzit, sneed haar langs de beenderen in twaalf stukken, en zond haar heel het gebied van Israël door.
30ทุก​คน​ที่​เห็น​ต่าง​พูด​ว่า “การ​กระทำ​เช่น​นี้​ไม่​เคย​เกิด​ขึ้น​หรือ​มี​ใคร​เคย​พบ​เห็น ตั้งแต่​วัน​ที่​ชาว​อิสราเอล​ขึ้น​จาก​แผ่นดิน​อียิปต์​จน​ถึง​วัน​นี้! จง​พิจารณา​เรื่อง​นี้ ปรึกษา​กัน แล้ว​บอก​ความเห็น​ของ​พวก​ท่าน”
30En iedereen, die het zag, zeide: Nooit is zo iets gebeurd of gezien, van de dag, dat de Israëlieten uit Egypteland trokken, tot heden toe. Denkt er over na, beraadt u en spreekt.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.