ผู้วินิจฉัย 7
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1เยรุบบาอัลคือกิเดโอนกับประชาชนทั้งหมดที่อยู่กับเขาตื่นแต่เช้าและตั้งค่ายข้างตาน้ำฮาโรด ค่ายของชาวมีเดียนอยู่ทางเหนือของพวกเขา ใกล้เนินเขาโมเรห์ในหุบเขา
1Vroeg in de morgen brak Jeroebbáal of Gedeon op met al het volk, dat bij hem was, en legerde zich te En-Charod, terwijl het kamp van Midjan ten noorden lag in de vlakte, aan de voet van de heuvel van More.
2พระยาห์เวห์ตรัสกับกิเดโอนว่า “คนที่อยู่กับเจ้ามีมากเกินกว่าที่เราจะมอบชาวมีเดียนให้อยู่ในอำนาจของพวกเขา มิฉะนั้นอิสราเอลจะโอ้อวดต่อเราว่า ‘เราเองช่วยตัวเราให้รอด’
2Jahweh sprak tot Gedeon: Het volk, dat bij u is, is zo talrijk, dat Ik hùn Midjan niet wil overleveren. Israël mocht zich eens tegen Mij willen beroemen en zeggen: Eigen macht heeft me bevrijd!
3บัดนี้จงประกาศให้ประชาชนได้ยินว่า ‘ใครกลัวและตัวสั่น ให้กลับไปจากภูเขากิเลอาด’” ประชาชนจึงกลับไปสองหมื่นสองพันคน เหลืออยู่หนึ่งหมื่นคน
3Kondig dus ten aanhoren van het volk af: Wie bevreesd en bang is, kere terug. En Gedeon schiftte hen, zodat er van het volk twee en twintig duizend terugkeerden, en er tien duizend overbleven.
4พระยาห์เวห์ตรัสกับกิเดโอนว่า “ประชาชนยังมีมากเกินไป จงพาพวกเขาลงไปที่น้ำ แล้วเราจะทดสอบพวกเขาให้เจ้าที่นั่น เมื่อเราบอกเจ้าว่า ‘คนนี้จะไปกับเจ้า’ เขาก็จะไป และเมื่อเราบอกว่า ‘คนนี้จะไม่ไปกับเจ้า’ เขาก็จะไม่ไป”
4Maar Jahweh sprak tot Gedeon: Nog is er te veel volk. Laat ze omlaag gaan naar het water, dan zal Ik ze daar voor u keuren. Van wie Ik u zeggen zal, dat hij met u mee mag, die ga met u mee; maar iedereen van wie Ik u zeg, dat hij niet mee mag, die ga niet mee.
5กิเดโอนจึงพาประชาชนลงไปที่น้ำ พระยาห์เวห์ตรัสกับเขาว่า “ทุกคนที่ใช้ลิ้นเลียน้ำเหมือนสุนัข ให้แยกไว้กลุ่มหนึ่ง และทุกคนที่คุกเข่าลงดื่มน้ำก็ให้แยกไว้อีกกลุ่มหนึ่ง”
5Toen hij het volk dus naar het water had laten afdalen, sprak Jahweh tot Gedeon: Wie als honden met hun tong uit het water lekken, moet ge afzonderlijk houden; eveneens die op hun knieën hurken, om uit hun handen te drinken.
6คนที่ใช้มือวักน้ำขึ้นมาเลียมีสามร้อยคน ส่วนคนที่เหลือทั้งหมดคุกเข่าลงดื่มน้ำ
6En het aantal van hen, die met hun tong het water oplekten, bedroeg drie honderd man, terwijl heel de rest van het volk op de knieën hurkte, om uit hun hand water te drinken.
7พระยาห์เวห์ตรัสกับกิเดโอนว่า “เราจะช่วยเจ้าให้รอดด้วยชายสามร้อยคนที่เลียน้ำ และจะมอบชาวมีเดียนให้อยู่ในอำนาจของเจ้า ให้ประชาชนที่เหลือทุกคนกลับไปยังที่ของตน”
7Nu sprak Jahweh tot Gedeon: Door deze drie honderd man, die lekten, zal Ik u redden en u Midjan in handen leveren; al de anderen kunnen naar huis gaan.
8คนเหล่านั้นรับเสบียงกับแตรไว้ในมือ กิเดโอนส่งชายอิสราเอลที่เหลือกลับเต็นท์ของตน แต่ให้ชายสามร้อยคนอยู่กับเขา ค่ายมีเดียนอยู่ต่ำกว่าเขาในหุบเขา
8Daarop nam Gedeon het volk de kruiken af, die ze bij zich droegen met de trompetten, en zond alle Israëlieten weg naar hun tent; alleen de drie honderd man hield hij bij zich. Terwijl dus het kamp van Midjan beneden hem lag in de vallei,
9คืนนั้นพระยาห์เวห์ตรัสกับเขาว่า “ลุกขึ้น ลงไปยังค่าย เพราะเรามอบค่ายนั้นให้อยู่ในอำนาจของเจ้าแล้ว
9sprak Jahweh die nacht tot hem: Sta op, en ruk af op het kamp; want Ik zal het u overleveren.
10แต่ถ้าเจ้ากลัวที่จะลงไป ก็ให้ปูราห์คนรับใช้ของเจ้าลงไปยังค่ายกับเจ้า
10En als ge soms bang zijt, er op af te rukken, ga dan eerst zelf met uw knecht Poera naar het kamp,
11เจ้าจะได้ยินสิ่งที่พวกเขาพูด หลังจากนั้นเจ้าจะมีกำลังใจกล้าขึ้นที่จะลงไปยังค่าย” เขาจึงลงไปกับปูราห์คนรับใช้ของเขาถึงชายขอบกองทหารที่อยู่ในค่าย
11en luister naar wat ze vertellen; dan zult ge u sterker voelen, om af te rukken op het kamp. Hij ging dus met zijn knecht Poera naar de voorposten van de strijdmacht, die in het kamp was gelegerd.
12ชาวมีเดียน ชาวอามาเลข และชนชาวตะวันออกทั้งหมดกระจายอยู่ทั่วหุบเขามากมายราวกับฝูงตั๊กแตน อูฐของพวกเขาก็นับไม่ถ้วน มากมายเหมือนเม็ดทรายริมทะเล
12De Midjanieten, de Amalekieten en al de stammen uit het oosten, die in de vlakte lagen, waren talrijk als sprinkhanen, terwijl hun kamelen ontelbaar waren als de zandkorrels aan het strand van de zee.
13เมื่อกิเดโอนมาถึง ก็มีชายคนหนึ่งกำลังเล่าความฝันให้เพื่อนฟัง เขากล่าวว่า “ฟังนะ เราฝันว่า จู่ๆ ขนมปังข้าวบาร์เลย์ก้อนหนึ่งกลิ้งเข้ามาในค่ายมีเดียน กระแทกเต็นท์จนล้มและพลิกคว่ำ เต็นท์จึงแบนราบไปกับพื้น”
13Toen Gedeon naderbij kwam, was juist een man begonnen, zijn kameraad een droom te vertellen. Hij zeide: Ik heb een droom gehad. Een rond gerstebrood rolde het kamp van Midjan in, raakte de tent, stootte ze omver, en deed ze ineenvallen; daar lag de tent.
14เพื่อนของเขาตอบว่า “นี่ไม่ใช่อื่นใดนอกจากดาบของกิเดโอนบุตรโยอาช ชายชาวอิสราเอล พระเจ้าทรงมอบมีเดียนกับกองทัพทั้งหมดให้อยู่ในอำนาจของเขาแล้ว”
14Zijn kameraad antwoordde: Dat kan enkel het zwaard van Gedeon beduiden, den zoon van Joasj, den Israëliet! God heeft hem Midjan en heel het kamp overgeleverd.
15เมื่อกิเดโอนได้ยินเรื่องความฝันและคำแปลความ เขาก็กราบนมัสการ แล้วกลับไปยังค่ายอิสราเอลและกล่าวว่า “ลุกขึ้น เพราะพระยาห์เวห์ทรงมอบกองทัพมีเดียนให้อยู่ในอำนาจของพวกท่านแล้ว!”
15Toen Gedeon het verhaal van de droom en de verklaring ervan had gehoord, wierp hij zich ter aarde neer. Daarna keerde hij terug naar het kamp van Israël, en zei: Maakt u gereed; want Jahweh heeft u de legerplaats der Midjanieten overgeleverd.
16เขาแบ่งชายสามร้อยคนออกเป็นสามกอง มอบแตรและเหยือกเปล่าให้ทุกคน โดยใส่คบเพลิงไว้ในเหยือก
16Hij verdeelde de drie honderd man in drie troepen, en gaf allen trompetten in hun handen en lege kruiken, met fakkels er in.
17เขาบอกพวกเขาว่า “จงมองเราและทำตาม เมื่อเราไปถึงชายขอบค่าย เราทำอย่างไร พวกเจ้าก็จงทำอย่างนั้น
17En hij sprak hen toe: Doet, wat ge mij ziet doen! Wanneer ik aan de grens van het kamp ben gekomen, doet dan juist eender als ik.
18เมื่อเราและทุกคนที่อยู่กับเราเป่าแตร พวกเจ้าที่อยู่รอบค่ายก็จงเป่าแตรและตะโกนว่า ‘เพื่อพระยาห์เวห์และเพื่อกิเดโอน!’”
18Wanneer ik met mijn troep op de trompet ga blazen, dan moet ook gij allen het hele kamp rond op uw trompetten blazen, en roepen: Voor Jahweh en Gedeon!
19กิเดโอนกับชายหนึ่งร้อยคนที่อยู่กับเขามาถึงชายขอบค่ายตอนเริ่มยามกลาง หลังจากเพิ่งผลัดยาม พวกเขาเป่าแตรและทุบเหยือกในมือให้แตก
19Bij het begin der middelste nachtwake, juist toen men de wachten had uitgezet, ging Gedeon met de honderd man, die hem vergezelden, naar de grens van het kamp; daar bliezen ze op de trompetten en sloegen de kruiken, die ze in de hand hadden, stuk.
20ทั้งสามกองเป่าแตรและทุบเหยือก พวกเขาถือคบเพลิงด้วยมือซ้าย ถือแตรที่จะเป่าด้วยมือขวา แล้วตะโกนว่า “ดาบของพระยาห์เวห์และของกิเดโอน!”
20Nu bliezen ook de drie troepen op de trompetten, sloegen de kruiken stuk, grepen met hun linkerhand de fakkels, met de rechter de trompetten om te blazen, en schreeuwden: Voor Jahweh en Gedeon!
21แต่ละคนยืนประจำที่รอบค่าย กองทัพศัตรูทั้งหมดก็วิ่งหนี คนของกิเดโอนร้องตะโกนจนพวกเขาแตกพ่ายไป
21Ofschoon allen rond het kamp op hun plaats bleven staan, kwam heel de legerplaats in opschudding, en zocht men luid schreeuwend zijn heil in de vlucht.
22เมื่อแตรทั้งสามร้อยอันดังขึ้น พระยาห์เวห์ทรงทำให้คนในกองทัพใช้ดาบฟันกันเอง กองทัพหนีไปไกลถึงเบธชิททาห์ทางเศเรราห์ และถึงชายแดนอาเบลเมโฮลาห์ใกล้ทับบาท
22De drie honderd mannen bleven maar op de trompetten blazen, doch Jahweh keerde in heel het kamp het zwaard van den een tegen den ander, zodat het leger naar Bet-Hassjitta vluchtte, in de richting van Séred, tot aan de oever van Abel-Mechola tegenover Tabbat.
23ชายอิสราเอลจากนัฟทาลี อาเชอร์ และทั่วมนัสเสห์มารวมตัวกันไล่ตามชาวมีเดียน
23Nu verzamelden zich de Israëlieten uit Neftali, Aser en heel Manasse, en achtervolgden Midjan,
24กิเดโอนส่งผู้ส่งข่าวไปทั่วแถบภูเขาเอฟราอิม บอกว่า “ลงมาสู้กับชาวมีเดียนและยึดแหล่งน้ำดักหน้าพวกเขา ไปจนถึงเบธบาราห์และแม่น้ำจอร์แดน!” ชายชาวเอฟราอิมทั้งหมดจึงมารวมตัวกันและยึดแหล่งน้ำไว้จนถึงเบธบาราห์และแม่น้ำจอร์แดน
24terwijl Gedeon boden zond door heel het bergland van Efraïm met het bevel: Komt af, de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun de wateren af van de Jordaan tot Bet-Bara toe. En heel Efraïm liep te hoop, en bezette de wateren tot Bet-Bara toe.
25พวกเขาจับโอเรบกับเศเอบ ผู้ปกครองสองคนของมีเดียนได้ แล้วฆ่าโอเรบที่โขดหินโอเรบ และฆ่าเศเอบที่บ่อย่ำองุ่นเศเอบ ขณะไล่ตามชาวมีเดียน จากนั้นพวกเขานำศีรษะของโอเรบกับเศเอบไปให้กิเดโอนที่อีกฟากของแม่น้ำจอร์แดน
25Bovendien namen ze de twee aanvoerders der Midjanieten, Oreb en Zeëb, gevangen; Oreb doodden ze op de rots Oreb, en Zeëb in de wijnpers Zeëb. Daarna zetten ze de achtervolging van Midjan voort, maar de hoofden van Oreb en Zeëb brachten ze naar Gedeon aan de overzijde van de Jordaan.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.