ผู้วินิจฉัย 18
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ในสมัยนั้นอิสราเอลไม่มีกษัตริย์ ในเวลานั้นเผ่าดานกำลังหาดินแดนมรดกเพื่อเข้าอาศัย เพราะจนถึงวันนั้น พวกเขายังไม่ได้รับมรดกท่ามกลางเผ่าต่างๆ ของอิสราเอล
1In die dagen, toen er geen koning was in Israël, zag de stam Dan naar een erfdeel uit, om er zich te vestigen; want tot nog toe was hem geen erfbezit onder Israëls stammen ten deel gevallen.
2ชาวดานส่งนักรบผู้กล้าหาญห้าคนจากตระกูลของตน ซึ่งคัดเลือกจากคนทั้งหมด คนเหล่านี้มาจากโศราห์กับเอชทาโอล เพื่อไปสอดแนมและสำรวจแผ่นดิน พวกเขาบอกคนทั้งห้าว่า “จงไปสำรวจแผ่นดิน!” คนเหล่านั้นมาถึงบ้านมีคาห์ในแถบภูเขาเอฟราอิมและพักอยู่ที่นั่น
2Daarom zonden de Danieten vijf van hun stamgenoten uit, de dapperste mannen van Sora en Esjtaol, om het land te doorkruisen en te verkennen met de opdracht: Gaat het land verkennen! Zo trokken ze het bergland van Efraïm in tot het huis van Mika, om er te overnachten.
3เมื่ออยู่ใกล้บ้านมีคาห์ พวกเขาจำเสียงของชายหนุ่มคนเลวีได้ จึงเข้าไปถามว่า “ใครพาท่านมาที่นี่? ท่านทำอะไรอยู่ที่นี่? ท่านมีอะไรอยู่ที่นี่บ้าง?”
3Bij het huis van Mika nu hoorden ze de stem van den jeugdigen leviet. Ze gingen er heen, en vroegen hem: Wie heeft u hierheen gebracht, en wat doet ge hier; wat hebt ge hier te maken?
4เขาตอบว่า “มีคาห์ปฏิบัติต่อข้าพเจ้าเช่นนี้ เขาจ้างข้าพเจ้า และข้าพเจ้าก็เป็นปุโรหิตของเขา”
4Hij antwoordde hun: Mika heeft een en ander voor me gedaan; hij heeft me gehuurd, en ik ben zijn priester.
5พวกเขาพูดว่า “โปรดทูลถามพระเจ้าว่าการเดินทางของพวกเราจะสำเร็จหรือไม่”
5Toen zeiden ze hem: Dan moet ge God eens raadplegen, opdat we weten, of de reis, die we ondernemen, voorspoedig zal zijn.
6ปุโรหิตตอบว่า “เดินทางไปโดยสวัสดิภาพ หนทางที่พวกท่านกำลังไปนั้นอยู่ในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์”
6De priester zei hun: Gaat in vrede; want de reis, die ge onderneemt, is Jahweh welgevallig.
7ชายทั้งห้าจากไปถึงเมืองลาอิช พวกเขาเห็นว่าประชาชนที่นั่นใช้ชีวิตอย่างปลอดภัยตามแบบชาวไซดอน สงบและไม่ระแวงภัย ไม่มีผู้มีอำนาจในแผ่นดินที่จะทำให้พวกเขาอับอายในเรื่องใด พวกเขาอยู่ห่างจากชาวไซดอนและไม่ติดต่อกับคนอื่น
7De vijf mannen gingen dus verder, en kwamen te Láisj. Ze zagen, dat de mensen, die er woonden, onbekommerd leefden naar de zeden der Sidoniërs, rustig en onbezorgd. Er was aan niets gebrek in dat land, en het had rijke bronnen van bestaan. Ook waren ze ver verwijderd van de Sidoniërs, en onderhielden geen betrekkingen met Aram.
8ชายทั้งห้ากลับไปหาพี่น้องที่โศราห์กับเอชทาโอล พี่น้องถามว่า “พวกท่านมีข่าวอะไร?”
8Toen ze dan ook bij hun broeders te Sora en Esjtaol terug kwamen, en dezen hun vroegen, hoe het gegaan was,
9พวกเขาตอบว่า “ลุกขึ้น ไปโจมตีคนเหล่านั้นกันเถอะ เพราะเราเห็นแผ่นดินแล้ว แผ่นดินนั้นดีมาก พวกท่านจะอยู่นิ่งทำไม? อย่ารีรอที่จะไปเข้าครอบครองแผ่นดินนั้น
9antwoordden zij: Vooruit, we moeten tegen hen optrekken. We hebben dat land gezien; het is voortreffelijk. Blijft nu niet werkeloos talmen, met dat land in bezit te gaan nemen!
10เมื่อไปถึง พวกท่านจะพบประชาชนที่ไม่ระแวงภัยและแผ่นดินกว้างใหญ่ เพราะพระเจ้าทรงมอบแผ่นดินนั้นให้พวกท่านแล้ว เป็นสถานที่ซึ่งไม่ขาดสิ่งใดในโลก”
10Want ge komt bij een volk, dat zich in veiligheid waant, en het land biedt ruimte genoeg. Waarachtig, Jahweh heeft het u in handen gegeven; het is een plaats, waar aan niets ter wereld gebrek is.
11ชาวดานตระกูลนั้นจึงออกจากโศราห์กับเอชทาโอล มีชายติดอาวุธสำหรับสงครามหกร้อยคน
11Zo trokken dan zes honderd gewapende mannen van de stam Dan uit Sora en Esjtaol.
12พวกเขาขึ้นไปตั้งค่ายที่คีริยาทเยอาริมในยูดาห์ สถานที่นั้นจึงเรียกว่ามาหะเนห์ดานจนถึงทุกวันนี้ สถานที่นั้นอยู่ด้านหลังคีริยาทเยอาริม
12Ze trokken op, en legerden zich bij Kirjat-Jearim in Juda. Daarom noemt men die plaats tegenwoordig nog Machane van Dan; ze ligt ten westen van Kirjat-Jearim.
13จากที่นั่นพวกเขาเดินผ่านแถบภูเขาเอฟราอิมมาถึงบ้านมีคาห์
13Vandaar gingen ze het bergland van Efraïm door, en kwamen bij het huis van Mika.
14ชายห้าคนที่ไปสอดแนมดินแดนลาอิชบอกพี่น้องว่า “พวกท่านรู้หรือไม่ว่าในบ้านเหล่านี้มีเอโฟด เทราฟิม รูปแกะสลัก และรูปหล่อ? บัดนี้จงคิดดูว่าควรทำอย่างไร”
14Toen richtten de vijf mannen, die er op uit waren getrokken, om het land Láisj te verkennen, zich tot hun broeders, en zeiden: Weet ge wel, dat daar in dat dorp een efod met terafim is en een godenbeeld? Nu moet ge zelf maar weten, wat u te doen staat.
15พวกเขาแวะเข้าไปในบ้านของชายหนุ่มคนเลวี คือบ้านมีคาห์ และถามสารทุกข์สุกดิบ
15Ze trokken er dus op af, kwamen bij het huis van den jongen leviet (het huis van Mika), en begroetten hem.
16ชายชาวดานหกร้อยคนซึ่งติดอาวุธสำหรับสงครามยืนอยู่ตรงทางเข้าประตู
16Terwijl nu de zes honderd gewapende Danieten zich bij de ingang opstelden,
17ชายห้าคนที่ไปสอดแนมแผ่นดินขึ้นไปและเข้าไปข้างใน เอารูปแกะสลัก เอโฟด เทราฟิม และรูปหล่อ ขณะปุโรหิตยืนอยู่ตรงทางเข้าประตูกับชายติดอาวุธหกร้อยคน
17gingen de vijf mannen, die het land waren gaan verkennen, er binnen, om het beeld, de efod en de terafim weg te nemen. De priester stond bij de deur, evenals de zes honderd gewapende mannen.
18เมื่อคนเหล่านั้นเข้าไปในบ้านมีคาห์และเอารูปแกะสลัก เอโฟด เทราฟิม และรูปหล่อ ปุโรหิตถามว่า “พวกท่านกำลังทำอะไร?”
18Toen nu die anderen Mika’s huis waren binnengegaan, en het beeld en de efod met de terafim wilden wegnemen, vroeg hun de priester: Wat doet ge daar?
19พวกเขาตอบว่า “เงียบเสีย เอามือปิดปากไว้ แล้วไปกับเรา มาเป็นเหมือนบิดาและเป็นปุโรหิตให้เรา อย่างไหนดีกว่าสำหรับท่าน เป็นปุโรหิตให้ครัวเรือนของชายเพียงคนเดียว หรือเป็นปุโรหิตให้เผ่ากับตระกูลหนึ่งในอิสราเอล?”
19Ze antwoordden: Zwijg, leg uw hand op uw mond, en ga met ons mee; wees een vader en priester voor ons. Of zijt ge soms liever priester voor het huis van één man, dan priester voor een stam en een geslacht in Israël?
20ปุโรหิตดีใจ จึงหยิบเอโฟด เทราฟิม และรูปแกะสลัก แล้วไปกับประชาชน
20De priester stemde toe, nam efod, terafim en beeld met zich mee, en voegde zich bij het volk.
21พวกเขาหันกลับออกเดินทาง โดยให้เด็กเล็ก ฝูงสัตว์ และทรัพย์สินไปข้างหน้า
21Dit keerde nu terug en trok weg, kinderen, kudden en bagage voorop.
22เมื่อพวกเขาไปไกลจากบ้านมีคาห์พอสมควร ชายที่อยู่ตามบ้านใกล้เรือนเคียงของมีคาห์ก็มารวมตัวกันและตามชาวดานทัน
22Reeds waren ze op enige afstand van Mika’s huis gekomen, toen de mannen, die in de buurt van Mika’s huis woonden, te hoop liepen, en de Danieten achtervolgden.
23เมื่อพวกเขาร้องเรียกชาวดาน คนเหล่านั้นหันมาถามมีคาห์ว่า “ท่านเป็นอะไร จึงพาคนมามากมายเช่นนี้?”
23Dezen keerden zich om, en zeiden tot Mika: Wat scheelt er aan, dat ge zo’n lawaai maakt?
24เขาตอบว่า “พวกท่านเอาเทพเจ้าที่เราสร้างไว้และเอาปุโรหิตไปแล้ว เรายังเหลืออะไรอีก? แล้วจะถามได้อย่างไรว่า ‘ท่านเป็นอะไร?’”
24Hij antwoordde: Mijn god, dien ik gemaakt heb, hebt ge tegelijk met mijn priester geroofd, en ge trekt er mee heen. Wat blijft mij nog over? Hoe kunt ge me dan vragen: Wat scheelt er aan?
25ชาวดานตอบเขาว่า “อย่าให้เราได้ยินเสียงของท่าน มิฉะนั้นคนใจร้อนอาจเข้าโจมตี แล้วท่านกับคนในครอบครัวจะเสียชีวิต”
25Maar de Danieten zeiden: Zet nu maar niet zo’n grote mond tegen ons op, anders zouden verbitterde mannen wel eens op u kunnen los gaan, en zoudt ge met uw huisgenoten het leven kunnen verbeuren.
26ชาวดานเดินทางต่อไป เมื่อมีคาห์เห็นว่าพวกเขามีกำลังเหนือกว่าตน จึงหันกลับบ้าน
26Daarop trokken de Danieten verder; en Mika, die wel zag, dat ze sterker waren dan hij, keerde maar naar huis terug.
27ชาวดานนำสิ่งที่มีคาห์สร้างขึ้นและพาปุโรหิตของเขาไปด้วย แล้วมาถึงเมืองลาอิชซึ่งมีประชาชนสงบและไม่ระแวงภัย พวกเขาสังหารคนเหล่านั้นด้วยดาบและจุดไฟเผาเมือง
27Zij namen dus het maaksel van Mika en zijn priester met zich mee, en overvielen Láisj met die rustige en onbezorgde bevolking. Ze joegen ze over de kling, en staken de stad in brand.
28ไม่มีผู้ใดมาช่วยกู้ เพราะเมืองอยู่ไกลจากไซดอนและไม่ติดต่อกับคนอื่น เมืองนั้นอยู่ในหุบเขาใกล้เบธเรโหบ ชาวดานสร้างเมืองขึ้นใหม่และอาศัยอยู่ในนั้น
28Niemand kwam het te hulp: want het lag ver van Sidon, en onderhield geen betrekkingen met Aram; het lag in de vallei Bet-Rechob. Ze bouwden de stad weer op, en gingen er wonen.
29พวกเขาตั้งชื่อเมืองว่าดาน ตามชื่อดานบรรพบุรุษซึ่งเกิดแก่อิสราเอล แต่เดิมเมืองนั้นชื่อลาอิช
29Ze noemden de stad Dan, naar hun vader Dan, die een zoon van Israël was; maar vroeger heette die stad Láisj.
30ชาวดานตั้งรูปแกะสลักไว้สำหรับตน โยนาธานบุตรเกอร์โชม บุตรโมเสส กับบุตรชายของเขาเป็นปุโรหิตประจำเผ่าดานจนถึงวันที่ชาวแผ่นดินถูกกวาดต้อนเป็นเชลย
30Daar richtten de Danieten voor zich het beeld op. En Jonatan, de zoon van Gersjom, den zoon van Moses, bleef met zijn zonen priester van de stam Dan tot de dag, dat het land werd ontvolkt.
31พวกเขาตั้งรูปแกะสลักที่มีคาห์ทำไว้สำหรับตน และรูปนั้นอยู่ตลอดเวลาที่พระนิเวศของพระเจ้าตั้งอยู่ในชิโลห์
31Zo richtten ze voor zich het beeld op, dat Mika gemaakt had, en het bleef er even lang, als het huis van God te Sjilo was.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.