שֹׁפְטִים

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 7
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

שֹׁפְטִים 7

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וישכם ירבעל הוא גדעון וכל העם אשר אתו ויחנו על עין חרד ומחנה מדין היה לו מצפון מגבעת המורה בעמק׃
1Vroeg in de morgen brak Jeroebbáal of Gedeon op met al het volk, dat bij hem was, en legerde zich te En-Charod, terwijl het kamp van Midjan ten noorden lag in de vlakte, aan de voet van de heuvel van More.
2ויאמר יהוה אל גדעון רב העם אשר אתך מתתי את מדין בידם פן יתפאר עלי ישראל לאמר ידי הושיעה לי׃
2Jahweh sprak tot Gedeon: Het volk, dat bij u is, is zo talrijk, dat Ik hùn Midjan niet wil overleveren. Israël mocht zich eens tegen Mij willen beroemen en zeggen: Eigen macht heeft me bevrijd!
3ועתה קרא נא באזני העם לאמר מי ירא וחרד ישב ויצפר מהר הגלעד וישב מן העם עשרים ושנים אלף ועשרת אלפים נשארו׃
3Kondig dus ten aanhoren van het volk af: Wie bevreesd en bang is, kere terug. En Gedeon schiftte hen, zodat er van het volk twee en twintig duizend terugkeerden, en er tien duizend overbleven.
4ויאמר יהוה אל גדעון עוד העם רב הורד אותם אל המים ואצרפנו לך שם והיה אשר אמר אליך זה ילך אתך הוא ילך אתך וכל אשר אמר אליך זה לא ילך עמך הוא לא ילך׃
4Maar Jahweh sprak tot Gedeon: Nog is er te veel volk. Laat ze omlaag gaan naar het water, dan zal Ik ze daar voor u keuren. Van wie Ik u zeggen zal, dat hij met u mee mag, die ga met u mee; maar iedereen van wie Ik u zeg, dat hij niet mee mag, die ga niet mee.
5ויורד את העם אל המים ויאמר יהוה אל גדעון כל אשר ילק בלשונו מן המים כאשר ילק הכלב תציג אותו לבד וכל אשר יכרע על ברכיו לשתות׃
5Toen hij het volk dus naar het water had laten afdalen, sprak Jahweh tot Gedeon: Wie als honden met hun tong uit het water lekken, moet ge afzonderlijk houden; eveneens die op hun knieën hurken, om uit hun handen te drinken.
6ויהי מספר המלקקים בידם אל פיהם שלש מאות איש וכל יתר העם כרעו על ברכיהם לשתות מים׃
6En het aantal van hen, die met hun tong het water oplekten, bedroeg drie honderd man, terwijl heel de rest van het volk op de knieën hurkte, om uit hun hand water te drinken.
7ויאמר יהוה אל גדעון בשלש מאות האיש המלקקים אושיע אתכם ונתתי את מדין בידך וכל העם ילכו איש למקמו׃
7Nu sprak Jahweh tot Gedeon: Door deze drie honderd man, die lekten, zal Ik u redden en u Midjan in handen leveren; al de anderen kunnen naar huis gaan.
8ויקחו את צדה העם בידם ואת שופרתיהם ואת כל איש ישראל שלח איש לאהליו ובשלש מאות האיש החזיק ומחנה מדין היה לו מתחת בעמק׃
8Daarop nam Gedeon het volk de kruiken af, die ze bij zich droegen met de trompetten, en zond alle Israëlieten weg naar hun tent; alleen de drie honderd man hield hij bij zich. Terwijl dus het kamp van Midjan beneden hem lag in de vallei,
9ויהי בלילה ההוא ויאמר אליו יהוה קום רד במחנה כי נתתיו בידך׃
9sprak Jahweh die nacht tot hem: Sta op, en ruk af op het kamp; want Ik zal het u overleveren.
10ואם ירא אתה לרדת רד אתה ופרה נערך אל המחנה׃
10En als ge soms bang zijt, er op af te rukken, ga dan eerst zelf met uw knecht Poera naar het kamp,
11ושמעת מה ידברו ואחר תחזקנה ידיך וירדת במחנה וירד הוא ופרה נערו אל קצה החמשים אשר במחנה׃
11en luister naar wat ze vertellen; dan zult ge u sterker voelen, om af te rukken op het kamp. Hij ging dus met zijn knecht Poera naar de voorposten van de strijdmacht, die in het kamp was gelegerd.
12ומדין ועמלק וכל בני קדם נפלים בעמק כארבה לרב ולגמליהם אין מספר כחול שעל שפת הים לרב׃
12De Midjanieten, de Amalekieten en al de stammen uit het oosten, die in de vlakte lagen, waren talrijk als sprinkhanen, terwijl hun kamelen ontelbaar waren als de zandkorrels aan het strand van de zee.
13ויבא גדעון והנה איש מספר לרעהו חלום ויאמר הנה חלום חלמתי והנה צלול לחם שערים מתהפך במחנה מדין ויבא עד האהל ויכהו ויפל ויהפכהו למעלה ונפל האהל׃
13Toen Gedeon naderbij kwam, was juist een man begonnen, zijn kameraad een droom te vertellen. Hij zeide: Ik heb een droom gehad. Een rond gerstebrood rolde het kamp van Midjan in, raakte de tent, stootte ze omver, en deed ze ineenvallen; daar lag de tent.
14ויען רעהו ויאמר אין זאת בלתי אם חרב גדעון בן יואש איש ישראל נתן האלהים בידו את מדין ואת כל המחנה׃
14Zijn kameraad antwoordde: Dat kan enkel het zwaard van Gedeon beduiden, den zoon van Joasj, den Israëliet! God heeft hem Midjan en heel het kamp overgeleverd.
15ויהי כשמע גדעון את מספר החלום ואת שברו וישתחו וישב אל מחנה ישראל ויאמר קומו כי נתן יהוה בידכם את מחנה מדין׃
15Toen Gedeon het verhaal van de droom en de verklaring ervan had gehoord, wierp hij zich ter aarde neer. Daarna keerde hij terug naar het kamp van Israël, en zei: Maakt u gereed; want Jahweh heeft u de legerplaats der Midjanieten overgeleverd.
16ויחץ את שלש מאות האיש שלשה ראשים ויתן שופרות ביד כלם וכדים רקים ולפדים בתוך הכדים׃
16Hij verdeelde de drie honderd man in drie troepen, en gaf allen trompetten in hun handen en lege kruiken, met fakkels er in.
17ויאמר אליהם ממני תראו וכן תעשו והנה אנכי בא בקצה המחנה והיה כאשר אעשה כן תעשון׃
17En hij sprak hen toe: Doet, wat ge mij ziet doen! Wanneer ik aan de grens van het kamp ben gekomen, doet dan juist eender als ik.
18ותקעתי בשופר אנכי וכל אשר אתי ותקעתם בשופרות גם אתם סביבות כל המחנה ואמרתם ליהוה ולגדעון׃
18Wanneer ik met mijn troep op de trompet ga blazen, dan moet ook gij allen het hele kamp rond op uw trompetten blazen, en roepen: Voor Jahweh en Gedeon!
19ויבא גדעון ומאה איש אשר אתו בקצה המחנה ראש האשמרת התיכונה אך הקם הקימו את השמרים ויתקעו בשופרות ונפוץ הכדים אשר בידם׃
19Bij het begin der middelste nachtwake, juist toen men de wachten had uitgezet, ging Gedeon met de honderd man, die hem vergezelden, naar de grens van het kamp; daar bliezen ze op de trompetten en sloegen de kruiken, die ze in de hand hadden, stuk.
20ויתקעו שלשת הראשים בשופרות וישברו הכדים ויחזיקו ביד שמאולם בלפדים וביד ימינם השופרות לתקוע ויקראו חרב ליהוה ולגדעון׃
20Nu bliezen ook de drie troepen op de trompetten, sloegen de kruiken stuk, grepen met hun linkerhand de fakkels, met de rechter de trompetten om te blazen, en schreeuwden: Voor Jahweh en Gedeon!
21ויעמדו איש תחתיו סביב למחנה וירץ כל המחנה ויריעו ויניסו׃
21Ofschoon allen rond het kamp op hun plaats bleven staan, kwam heel de legerplaats in opschudding, en zocht men luid schreeuwend zijn heil in de vlucht.
22ויתקעו שלש מאות השופרות וישם יהוה את חרב איש ברעהו ובכל המחנה וינס המחנה עד בית השטה צררתה עד שפת אבל מחולה על טבת׃
22De drie honderd mannen bleven maar op de trompetten blazen, doch Jahweh keerde in heel het kamp het zwaard van den een tegen den ander, zodat het leger naar Bet-Hassjitta vluchtte, in de richting van Séred, tot aan de oever van Abel-Mechola tegenover Tabbat.
23ויצעק איש ישראל מנפתלי ומן אשר ומן כל מנשה וירדפו אחרי מדין׃
23Nu verzamelden zich de Israëlieten uit Neftali, Aser en heel Manasse, en achtervolgden Midjan,
24ומלאכים שלח גדעון בכל הר אפרים לאמר רדו לקראת מדין ולכדו להם את המים עד בית ברה ואת הירדן ויצעק כל איש אפרים וילכדו את המים עד בית ברה ואת הירדן׃
24terwijl Gedeon boden zond door heel het bergland van Efraïm met het bevel: Komt af, de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun de wateren af van de Jordaan tot Bet-Bara toe. En heel Efraïm liep te hoop, en bezette de wateren tot Bet-Bara toe.
25וילכדו שני שרי מדין את ערב ואת זאב ויהרגו את עורב בצור עורב ואת זאב הרגו ביקב זאב וירדפו אל מדין וראש ערב וזאב הביאו אל גדעון מעבר לירדן׃
25Bovendien namen ze de twee aanvoerders der Midjanieten, Oreb en Zeëb, gevangen; Oreb doodden ze op de rots Oreb, en Zeëb in de wijnpers Zeëb. Daarna zetten ze de achtervolging van Midjan voort, maar de hoofden van Oreb en Zeëb brachten ze naar Gedeon aan de overzijde van de Jordaan.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.