Zacharias
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Weer sloeg ik mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar kwamen vier wagens tussen de twee bergen te voorschijn; de bergen waren van koper.
1ΚΑΙ ἐπέστρεψα καὶ ᾖρα τοὺς ὀφθαλμούς μου καὶ εἶδον καὶ ἰδοὺ τέσσαρα ἅρματα ἐκπορευόμενα ἐκ μέσου δύο ὀρέων, καὶ τὰ ὄρη ἦν ὄρη χαλκᾶ.
2Voor de eerste wagen stonden rode paarden; voor de tweede wagen zwarte paarden;
2ἐν τῷ ἅρματι τῷ πρώτῳ ἵπποι πυρροί, καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ δευτέρῳ ἵπποι μέλανες.
3voor de derde wagen witte paarden; voor de vierde wagen gevlekte paarden: allemaal vurig.
3καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ τρίτῳ ἵπποι λευκοί, καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ τετάρτῳ ἵπποι ποικίλοι ψαροί.
4Ik nam het woord, en zei tot den engel, die tot mij sprak: Wat hebben ze te betekenen, heer?
4καὶ ἀπεκρίθην καὶ εἶπα πρὸς τὸν ἄγγελον τὸν λαλοῦντα ἐν ἐμοί· τί ἐστι ταῦτα, κύριε;
5De engel gaf mij ten antwoord: Zij trekken naar de vier windstreken uit, nadat zij bij den Heer van de hele aarde hun bevelen hebben gehaald.
5καὶ ἀπεκρίθη ὁ ἄγγελος ὁ λαλῶν ἐν ἐμοὶ καὶ εἶπε· ταῦτά ἐστιν οἱ τέσσαρες ἄνεμοι τοῦ οὐρανοῦ, ἐκπορεύονται παραστῆναι τῷ Κυρίῳ πάσης τῆς γῆς·
6Die met de zwarte paarden gaat naar het land van het noorden; de witte gaan naar het land van het oosten; de gevlekte naar het land van het zuiden.
6ἐν ᾧ ἦσαν οἱ ἵπποι οἱ μέλανες, ἐξεπορεύοντο ἐπὶ γῆν βορρᾶ, καὶ οἱ λευκοὶ ἐξεπορεύοντο κατόπισθεν αὐτῶν, καὶ οἱ ποικίλοι ἐξεπορεύοντο ἐπὶ γῆν νότου,
7Vurig sprongen zij vooruit, hunkerend om uit te rukken, en de aarde te doorkruisen. Hij sprak: Vooruit, trekt de aarde rond! En zij doorkruisten de aarde.
7καὶ οἱ ψαροὶ ἐξεπορεύοντο καὶ ἐπέβλεπον τοῦ πορεύεσθαι τοῦ περιοδεῦσαι τὴν γῆν. καὶ εἶπε· πορεύεσθε καὶ περιοδεύσατε τὴν γῆν· καὶ περιώδευσαν τὴν γῆν.
8Toen riep hij mij toe: Zie, die naar het land van het noorden trekken, gaan mijn woede koelen op het land van het noorden!
8καὶ ἀνεβόησε καὶ ἐλάλησε πρός με λέγων· ἰδοὺ οἱ ἐκπορευόμενοι ἐπὶ γῆν βορρᾶ ἀνέπαυσαν τὸν θυμόν μου ἐν γῇ βορρᾶ.
9Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
9Καὶ ἐγένετο λόγος Κυρίου πρός με λέγων·
10Ge moet de gaven der teruggekeerde gemeente in ontvangst nemen van Cheldai, Tobi-ja en Jedaja. Dan moet ge nog op diezelfde dag naar de woning van Josji-ja, den zoon van Sefanja, gaan, die uit Babel is gekomen,
10λάβε τὰ ἐκ τῆς αἰχμαλωσίας παρὰ τῶν ἀρχόντων καὶ παρὰ τῶν χρησίμων αὐτῆς καὶ παρὰ τῶν ἐπεγνωκότων αὐτὴν καὶ εἰσελεύσῃ σὺ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ εὁς τὸν οἶκον Ἰωσίου τοῦ Σοφονίου τοῦ ἥκοντος ἐκ Βαβυλῶνος
11zilver en goud nemen, en daarvan kronen laten maken. Een moet ge op het hoofd van den hogepriester Jehosjóea, den zoon van Jehosadak, zetten,
11καὶ λήψῃ ἀργύριον καὶ χρυσίον καὶ ποιήσεις στεφάνους καὶ ἐπιθήσεις ἐπὶ τὴν κεφαλὴν Ἰησοῦ τοῦ Ἰωσεδὲκ τοῦ ἱερέως τοῦ μεγάλου
12en tot hem zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Zie, er komt een man, die Spruit zal heten! Onder Hem zal het uitspruiten,
12καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτόν· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἰδοὺ ἀνήρ, ἀνατολὴ ὄνομα αὐτῷ, καὶ ὑποκάτωθεν αὐτοῦ ἀνατελεῖ, καὶ οἰκοδομήσει τὸν οἶκον Κυρίου·
13en Hij zal de tempel van Jahweh bouwen; Hij zal met majesteit zijn bekleed, en als heerser zitten op zijn troon. De priester zal aan zijn rechterhand zijn gezeten, en tussen die beiden zal vreedzame verstandhouding bestaan.
13καὶ αὐτὸς λήψεται ἀρετὴν καὶ καθιεῖται καὶ κατάρξει ἐπὶ τοῦ θρόνου αὐτοῦ, καὶ ἔσται ἱερεὺς ἐκ δεξιῶν αὐτοῦ, καὶ βουλὴ εἰρηνικὴ ἔσται ἀναμέσον ἀμφοτέρων.
14De kronen moeten ter ere van Cheldai, Tobi-ja, Jedaja en Josji-ja, den zoon van Sefanja, in de tempel van Jahweh als aandenken blijven bewaard.
14ὁ δὲ στέφανος ἔσται τοῖς ὑπομένουσι καὶ τοῖς χρησίμοις αὐτῆς καὶ τοῖς ἐπεγνωκόσιν αὐτὴν καὶ εἰς χάριτα υἱοῦ Σοφονίου καὶ εἰς ψαλμὸν ἐν οἴκῳ Κυρίου.
15Dan zullen mensen van verre komen, en bouwen aan de tempel van Jahweh; en gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij tot u heeft gezonden. Het zal geschieden, als gij gewillig blijft luisteren naar de stem van Jahweh, uw God!
15καὶ οἱ μακρὰν ἀπ᾿ αὐτῶν ἥξουσι καὶ οἰκοδομήσουσιν ἐν τῷ οἴκῳ Κυρίου, καὶ γνώσεσθε διότι Κύριος παντοκράτωρ ἀπέσταλκέ με πρὸς ὑμᾶς· καὶ ἔσται, ἐὰν εἰσακούοντες εἰσακούσητε τῆς φωνῆς Κυρίου τοῦ Θεοῦ ὑμῶν.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.