Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Toen riep Tobias den engel bij zich, dien hij nog altijd voor een mens aanzag, en zeide hem: Azarias, mijn broeder, ik bid u te willen luisteren naar mijn woorden.
1Then Tobias called Raphael, and said unto him,
2Als ik mijzelf aan u zou geven als slaaf, zou dat lang niet opwegen tegen uw goede zorgen.
2Brother Azarias, take with thee a servant, and two camels, and go to Rages of Media to Gabael, and bring me the money, and bring him to the wedding.
3Toch heb ik nog een verzoek aan u: Neem rijdieren en slaven met u mee, en ga naar Gabaël in Rages, de stad der Meden; overhandig hem zijn bewijs, neem van hem het geld in ontvangst en nodig hem uit op mijn bruiloft.
3For Raguel hath sworn that I shall not depart.
4Gij weet immers zelf, hoe mijn vader de dagen telt; als ik ook maar één dag langer uitblijf, is hij zielsbedroefd.
4But my father counteth the days; and if I tarry long, he will be very sorry.
5Maar gij hebt ook gezien, hoe Raguël bij mij heeft aangedrongen, en ik kan zijn dringend verzoek niet weigeren.
5So Raphael went out, and lodged with Gabael, and gave him the handwriting: who brought forth bags which were sealed up, and gave them to him.
6Daarom nam Rafaël vier slaven van Raguël en twee kamelen met zich mee, en vertrok naar Rages, de stad der Meden; daar vond hij Gabaël, overhandigde hem zijn ontvangbewijs en beurde van hem al het geld.
6And early in the morning they went forth both together, and came to the wedding: and Tobias blessed his wife.
7Ook verhaalde hij hem alles, wat er met Tobias, den zoon van Tobit, gebeurd was, en wist hem zo te bewegen, met hem mee te gaan naar de bruiloft.
no verse 7 in this text
8Toen Gabaël het huis van Raguël binnenkwam, trof hij Tobias aan tafel; deze sprong op en zij kusten elkander. En Gabaël weende, en loofde God;
no verse 8 in this text
9en hij sprak: Moge de God van Israël u zegenen; want gij zijt de zoon van een voortreffelijk en rechtvaardig man, die God vreest en veel aalmoezen geeft.
no verse 9 in this text
10Ook aan uw vrouw en uw ouders wens ik zegen toe.
no verse 10 in this text
11Moogt gij uw kinderen en de kinderen uwer kinderen aanschouwen tot in het derde en vierde geslacht; en moge uw kroost gezegend worden door den God van Israël, die heerst in de eeuwen der eeuwen!
no verse 11 in this text
12Allen zeiden: Amen! Daarna zetten zij zich aan de maaltijd; maar ook het bruiloftsmaal vierden zij in de vreze des Heren.
no verse 12 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.