Psalmen
Chapter 91
Petrus Canisius Bible, 1…
Compare
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Greek New Testament: Textus Receptus has no text for this chapter yet.

Wie onder de hoede van den Allerhoogste verblijft, En in de schaduw van den Almachtige woont,

2Mag zeggen tot Jahweh: “Mijn toevlucht en sterkte, Mijn God, op wien ik vertrouw!”

3Want Hij behoedt u voor de strik van den jager, En voor de verraderlijke kuil;

4Hij zal met zijn vleugelen u dekken, En onder zijn wieken vindt gij een schuilplaats.

5Gij hebt de verschrikkingen van de nacht niet te vrezen, Geen pijl, die vliegt overdag;

6Geen pest, die in de duisternis rondsluipt, Geen besmetting, die ‘s middags haar verwoestingen aanricht.

7Al vallen er duizend aan uw zijde, Tienduizend aan uw rechterhand, U treffen ze niet; Zijn trouw is een schild en een pantser!

8Ja, met eigen ogen zult gij het zien, En de vergelding der bozen aanschouwen;

9Want úw toevlucht is Jahweh, Den Allerhoogste hebt gij u tot beschermer gekozen.

10Geen onheil zal u dus treffen, Geen plaag uw tenten bereiken;

11Want Hij zal voor u zijn engelen ontbieden, Om u op al uw wegen te hoeden.

12Zij zullen u op de handen dragen, Opdat gij aan geen steen uw voeten zult stoten;

13Op slang en adder zult gij treden, Leeuwenwelp en draak vertrappen.

14“Omdat hij Mij liefheeft, zal Ik hem redden, En omdat hij mijn Naam kent, hem beschermen; Roept hij Mij aan, Dan antwoord Ik hem.”

15Ik zelf sta hem bij in de nood; Ik red hem en herstel hem in ere:

16Lengte van dagen zal Ik hem schenken, En hem mijn heil doen aanschouwen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.