Psalmen 86
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Een gebed van David. Luister toch Jahweh, en wil mij verhoren, Want ik ben zo ellendig en arm.
1Incline Your ear, O LORD, and answer me, for I am poor and needy.
2Wees mijn behoeder, want ik ben uw vrome vereerder; Mijn God, kom uw dienaar te hulp, die op U hoopt.
2Preserve my soul, for I am godly. You are my God; save Your servant who trusts in You.
3Ontferm U mijner, o Heer; Want ik roep tot U de ganse dag.
3Be merciful to me, O Lord, for I call to You all day long.
4Stort vreugde in de ziel van uw dienaar, Want tot U verhef ik mijn geest, o mijn Heer;
4Bring joy to Your servant, for to You, O Lord, I lift up my soul.
5Want Gij, o Heer, zijt goed en barmhartig, Rijk aan genade voor al wie U aanroept.
5For You, O Lord, are kind and forgiving, rich in loving devotion to all who call on You.
6Jahweh, hoor mijn gebed, zie neer op mijn smeken;
6Hear my prayer, O LORD, and attend to my plea for mercy.
7Ik roep tot U op de dag van mijn nood, daar Gij mij verhoort!
7In the day of my distress I call on You, because You answer me.
8Heer, geen der goden komt U nabij, En niets gelijkt op uw werken!
8O Lord, there is none like You among the gods, nor any works like Yours.
9Alle volkeren, die Gij hebt geschapen, o Heer, Moeten U komen aanbidden en uw Naam verheerlijken!
9All the nations You have made will come and bow before You, O Lord, and they will glorify Your name.
10Want Gij zijt groot, Gij doet wonderen; Waarachtig, Gij alleen zijt God!
10For You are great and perform wonders; You alone are God.
11Jahweh, toon mij uw weg, opdat ik wandele in uw waarheid, Vervul enkel mijn hart van de vrees voor uw Naam;
11Teach me Your way, O LORD, that I may walk in Your truth. Give me an undivided heart, that I may fear Your name.
12Dan zal ik U hartelijk danken, mijn Heer en mijn God, En uw Naam verheerlijken voor eeuwig!
12I will praise You, O Lord my God, with all my heart; I will glorify Your name forever.
13Want dan toont Gij mij uw grote ontferming, En redt Gij mij uit het diepst van de afgrond!
13For great is Your loving devotion to me; You have delivered me from the depths of Sheol.
14Mijn God, onbeschaamden staan tegen mij op, Een bende geweldenaars bedreigt mijn leven; Want ze houden U niet voor ogen!
14The arrogant rise against me, O God; a band of ruthless men seeks my life, with no regard for You.
15Maar Gij zijt een barmhartig en genadig God, o mijn Heer, Lankmoedig en rijk aan goedheid en trouw:
15But You, O Lord, are a compassionate and gracious God, slow to anger, abounding in loving devotion and faithfulness.
16Wend U tot mij, en wees mij genadig! Verleen uw dienaar bescherming, En red den zoon van uw dienstmaagd.
16Turn to me and have mercy; grant Your strength to Your servant; save the son of Your maidservant.
17Geef mij een teken van heil; Opdat mijn haters tot hun beschaming aanschouwen, Dat Gij het zijt, Jahweh, Die mij bijstaat en troost!
17Show me a sign of Your goodness, that my enemies may see and be ashamed; for You, O LORD, have helped me and comforted me.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.