Psalmen 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Een psalm van David. Mijn Herder is Jahweh! het ontbreekt mij aan niets:
1The LORD is my shepherd; I shall not want.
2Hij laat mij rusten in groene beemden;
2He makes me lie down in green pastures; He leads me beside quiet waters.
3Hij voert mij naar vredige wateren, verkwikt mijn ziel, En leidt mij in het rechte spoor, om wille van zijn Naam.
3He restores my soul; He guides me in the paths of righteousness for the sake of His name.
4Al moet ik door donkere krochten heen, Ik ben voor geen onheil bevreesd: Want Gij staat me bij, Uw staf en stok zijn mijn stut!
4Even though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil, for You are with me; Your rod and Your staff, they comfort me.
5Gij bereidt mij een dis Voor het oog van mijn vijand; Met olie zalft Gij mijn hoofd, En mijn beker vloeit over.
5You prepare a table before me in the presence of my enemies. You anoint my head with oil; my cup overflows.
6Voorspoed en zegen zullen mij volgen Mijn leven lang; In het huis van Jahweh mag ik wonen In lengte van dagen!
6Surely goodness and mercy will follow me all the days of my life, and I will dwell in the house of the LORD forever.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.