Leviticus
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Op de achtste dag riep Moses Aäron met zijn zonen en de oudsten van Israël,
1And it came to pass on the eighth day, that Moses called Aaron and his sons, and the elders of Israel;
2en sprak tot Aäron: Neem een kalf, het jong van een rund, voor een zondeoffer, en een ram voor een brandoffer, beide zonder gebrek, en breng ze voor het aanschijn van Jahweh.
2and he said unto Aaron: 'Take thee a bull-calf for a sin-offering, and a ram for a burnt-offering, without blemish, and offer them before the LORD.
3En tot de Israëlieten moet ge zeggen: “Neemt een bok voor een zondeoffer, met een kalf en een schaap, beide een jaar oud en zonder gebrek, voor een brandoffer;
3And unto the children of Israel thou shalt speak, saying: Take ye a he-goat for a sin-offering; and a calf and a lamb, both of the first year, without blemish, for a burnt-offering;
4verder een stier met een ram, om ze voor Jahweh’s aanschijn te slachten als vredeoffer; en tenslotte een spijsoffer met olie gemengd. Want heden zal Jahweh u verschijnen.”
4and an ox and a ram for peace-offerings, to sacrifice before the LORD; and a meal-offering mingled with oil; for to-day the LORD appeareth unto you.'
5Men bracht dus, wat Moses bevolen had, voor de openbaringstent en heel de gemeenschap trad naderbij, en plaatste zich voor het aanschijn van Jahweh.
5And they brought that which Moses commanded before the tent of meeting; and all the congregation drew near and stood before the LORD.
6Toen sprak Moses: Dit heeft Jahweh u bevolen te doen, opdat de glorie van Jahweh u moge verschijnen.
6And Moses said: 'This is the thing which the LORD commanded that ye should do; that the glory of the LORD may appear unto you.'
7En tot Aäron zei Moses: Treed nader tot het altaar, en draag uw zonde(-) en brandoffer op, om verzoening voor uzelf en voor het volk te verkrijgen; breng dan de gave van het volk en verkrijg verzoening voor hen, zoals Jahweh het heeft bevolen.
7And Moses said unto Aaron: 'Draw near unto the altar, and offer thy sin-offering, and thy burnt-offering, and make atonement for thyself, and for the people; and present the offering of the people, and make atonement for them; as the LORD commanded.'
8Nu trad Aäron op het altaar toe, en slachtte het kalf, dat het zondeoffer voor hem zelf was.
8So Aaron drew near unto the altar, and slew the calf of the sin-offering, which was for himself.
9De zonen van Aäron brachten hem het bloed; hij doopte er zijn vinger in, streek het aan de hoornen van het altaar, en goot de rest van het bloed tegen het voetstuk van het altaar uit.
9And the sons of Aaron presented the blood unto him; and he dipped his finger in the blood, and put it upon the horns of the altar, and poured out the blood at the base of the altar.
10Het vet van het zondeoffer, met de nieren en de kwab aan de lever, deed hij op het altaar in rook opgaan, zoals Jahweh het Moses bevolen had;
10But the fat, and the kidneys, and the lobe of the liver of the sin-offering, he made smoke upon the altar; as the LORD commanded Moses.
11het vlees en de huid verbrandde hij buiten de legerplaats.
11And the flesh and the skin were burnt with fire without the camp.
12Vervolgens slachtte hij het brandoffer. De zonen van Aäron reikten hem het bloed, en hij sprenkelde het aan alle kanten tegen het altaar.
12And he slew the burnt-offering; and Aaron's sons delivered unto him the blood, and he dashed it against the altar round about.
13Dan reikten ze hem het brandoffer aan, in stukken gesneden, met de kop erbij, en hij deed het op het altaar in rook opgaan.
13And they delivered the burnt-offering unto him, piece by piece, and the head; and he made them smoke upon the altar.
14De ingewanden en de poten waste hij, en deed ze tezamen met het brandoffer op het altaar in rook opgaan.
14And he washed the inwards and the legs, and made them smoke upon the burnt-offering on the altar.
15Daarna liet hij de offergave van het volk brengen. Hij nam den bok van het zondeoffer van het volk, slachtte en offerde hem als zondeoffer, zoals den vorige.
15And the people's offering was presented; and he took the goat of the sin-offering which was for the people, and slew it, and offered it for sin, as the first.
16Hij droeg ook het brandoffer op, en deed ermee, zoals was voorgeschreven.
16And the burnt-offering was presented; and he offered it according to the ordinance.
17Toen liet hij ook het spijsoffer brengen, nam er een handvol af en deed het op het altaar in rook opgaan, onverminderd het morgenoffer.
17And the meal-offering was presented; and he filled his hand therefrom, and made it smoke upon the altar, besides the burnt-offering of the morning.
18Vervolgens slachtte hij den stier en den ram, als vredeoffer voor het volk. De zonen van Aäron reikten hem het bloed, en hij sprenkelde het aan alle kanten tegen het altaar.
18He slew also the ox and the ram, the sacrifice of peace-offerings, which was for the people; and Aaron's sons delivered unto him the blood, and he dashed it against the altar round about,
19De vette stukken van den stier en den ram: het staartvet, het vet, dat de ingewanden bedekt, de nieren, de kwab aan de lever,
19and the fat of the ox, and of the ram, the fat tail, and that which covereth the inwards, and the kidneys, and the lobe of the liver.
20legde hij bij de borststukken, en deed die vette stukken op het altaar in rook opgaan.
20And they put the fat upon the breasts, and he made the fat smoke upon the altar.
21Maar de borststukken en de rechterschenkel bood Aäron als een strekoffer aan voor het aanschijn van Jahweh, zoals Moses het bevolen had.
21And the breasts and the right thigh Aaron waved for a wave-offering before the LORD; as Moses commanded.
22En nadat Aäron de zonde(-), brand(-) en vredeoffers had opgedragen, strekte hij zijn handen uit over het volk en zegende het. Daarna daalde hij af.
22And Aaron lifted up his hands toward the people, and blessed them; and he came down from offering the sin-offering, and the burnt-offering, and the peace-offerings.
23Nu gingen Moses en Aäron de openbaringstent binnen. En zodra zij weer naar buiten waren gekomen en het volk hadden gezegend, verscheen aan heel het volk de heerlijkheid van Jahweh.
23And Moses and Aaron went into the tent of meeting, and came out, and blessed the people; and the glory of the LORD appeared unto all the people.
24En een vuur schoot uit het aanschijn van Jahweh, dat het brandoffer met de vette stukken op het altaar verteerde. Toen het ganse volk dat zag, brak het los in gejubel en viel op zijn aangezicht neer.
24And there came forth fire from before the LORD, and consumed upon the altar the burnt-offering and the fat; and when all the people saw it, they shouted, and fell on their faces.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.