Klaagliederen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Hoe heeft het goud zijn glans verloren, Hoe dof is het edel metaal; Hoe werden de heilige stenen Op alle hoeken der straten gesmeten.
1چگونه طلا زنگ گرفته و زر خالص منقلب گردیده است؟ سنگهای قدس بهسر هرکوچه ریخته شده است.
2Hoe werden de kostelijke zonen van Sion, Waard hun gewicht aan het fijnste goud, Als aarden kruiken behandeld, Het maaksel van den pottenbakker.
2چگونه پسران گرانبهای صهیون که به زر ناب برابر میبودند مثل ظروف سفالین که عمل دست کوزهگر باشد شمرده شدهاند.
3Zelfs jakhalzen reiken de borst, En zogen haar welpen: Maar de dochter van mijn volk was hardvochtig Als de struisen in de woestijn.
3شغالها تیز پستانهای خود را بیرون آورده، بچه های خویش را شیر میدهند. اما دختر قوم من مانند شتر مرغ بری، بیرحم گردیده است.
4De tong van de zuigeling kleefde van dorst Aan zijn gehemelte vast; De kinderen vroegen om brood, Maar niemand, die het hun brak.
4زبان اطفال شیرخواره از تشنگی به کام ایشان میچسبد، و کودکان نان میخواهند وکسی به ایشان نمی دهد.
5Die van lekkernijen smulden, Versmachtten op straat; Die op purper werden gedragen, Omarmden de mesthoop.
5آنانی که خوراک لذیذ میخورند در کوچه ها بینوا گشتهاند. آنانی که در لباس قرمز تربیت یافتهاند مزبلهها را در آغوش میکشند.
6Want de schuld van de dochter van mijn volk Is groter dan de zonde van Sodoma: En dàt werd in een oogwenk vernield, Zonder dat iemand de hand er aan sloeg.
6زیرا که عصیان دختر قوم من از گناه سدوم زیاده است، که در لحظهای واژگون شد و کسی دست بر او ننهاد.
7Haar vorsten waren witter dan sneeuw En blanker dan melk, Hun lijven roder dan koralen, Hun lokken glansden als saffier.
7نذیرگان او از برف، صاف تر و از شیر، سفیدتر بودند. بدن ایشان از لعل سرختر و جلوه ایشان مثل یاقوت کبود بود.
8Maar hun gelaat werd zwarter dan roet, Men kende ze in de straten niet meer; Hun huid lag verschrompeld om hun gebeente, Verdroogd als hout.
8اما صورت ایشان از سیاهی سیاهتر شده است که در کوچهها شناخته نمی شوند. پوست ایشان به استخوانهایشان چسبیده و خشک شده، مثل چوب گردیده است.
9Die het zwaard had doorboord, voeren beter, Dan die door de honger werden gekweld, Zij versmachtten en werden gemarteld, Omdat ze geen veldvruchten oogstten.
9کشتگان شمشیر از کشتگان گرسنگی بهترند. زیرا که اینان از عدم محصول زمین مجروح شده، کاهیده میگردند.
10Tedere vrouwen hebben met eigen hand Haar kinderen gekookt; Ze dienden haar tot voedsel Bij de ondergang van de dochter van mijn volk.
10زنان مهربان، اولاد خود را میپزند بهدستهای خویش. و آنها در هلاکت دختر قوم من غذای ایشان هستند.
11Jahweh heeft zijn volle gramschap doen woeden, Uitgestort zijn grimmige toorn, Een vuur ontstoken in Sion, Dat zijn grondslagen heeft verteerd.
11خداوند غضب خود را به اتمام رسانیده، حدت خشم خویش را ریخته است، و آتشی درصهیون افروخته که اساس آن را سوزانیده است.
12Nooit konden de koningen der aarde geloven, Nooit iemand ter wereld: Dat de verdrukker en vijand Binnen Jerusalems poorten zou rukken.
12پادشاهان جهان و جمیع سکنه ربع مسکون باور نمی کردند که عدو و دشمن به دروازه های اورشلیم داخل شود.
13Het was om de zonden van de profeten, Om de schuld van zijn priesters, Die binnen zijn muren Onschuldig bloed hadden vergoten.
13بهسبب گناه انبیا و گناه کاهنانش، که خون عادلان را در اندرونش ریختند.
14Ze zwierven als melaatsen op straat, Bezoedeld met bloed; Men mocht hen niet aanraken, Zelfs niet bij hun kleren.
14مثل کوران در کوچهها نوان میشوند و ازخون نجس شدهاند، که لباس ایشان را لمس نمی توانند کرد.
15Op zij; onrein! riep men ze toe; Terug, terug, raakt ze niet aan! Neen, ze moeten vluchten, onder de heidenen zwerven; Hier mogen ze langer niet blijven!
15و به ایشان ندا میکنند که دور شوید، نجس (هستید)! دور شوید دور شوید و لمس منمایید! چون فرار میکردند نوان میشدند و در میان امتها میگفتند که در اینجا دیگر توقف نخواهند کرد.
16Het aanschijn van Jahweh heeft ze verstrooid, Het blikt niet meer op hen neer; Het heeft de priesters niet ontzien, De oudsten niet gespaard.
16خشم خداوند ایشان را پراکنده ساخته وایشان را دیگر منظور نخواهد داشت. به کاهنان ایشان اعتنا نمی کنند و بر مشایخ، رافت ندارند.
17Toch keken wij nog smachtend uit Naar redding: maar tevergeefs; Op onze wachtpost bleven wij staren Naar een volk, dat ons toch niet zou helpen.
17چشمان ما تا حال در انتظار اعانت باطل ماکاهیده میشود. بر دیده بانگاههای خود انتظارکشیدیم، برای امتی که نجات نمی توانند داد.
18Men bespiedde ons bij iedere stap, Zelfs op onze pleinen konden we niet gaan. Nabij was ons einde, onze dagen voorbij; Ja, ons eind was gekomen!
18قدمهای ما را تعاقب نمودند به حدی که درکوچه های خود راه نمی توانیم رفت. آخرت مانزدیک است و روزهای ما تمام شده زیرا که اجل ما رسیده است.
19Onze vervolgers waren nog sneller Dan adelaars in de lucht; Ze zetten ons na op de bergen, Belaagden ons in de woestijn.
19تعاقب کنندگان ما از عقابهای هواتیزروتراند. ما را بر کوهها تعاقب میکنند و برای ما در صحرا کمین میگذارند.
20Onze levensadem, de gezalfde van Jahweh, Werd in hun kuilen gevangen; Hij, van wien wij hadden gedacht: In zijn schaduw leven wij onder de volken.
20مسیح خداوند که نفخه بینی ما میبود درحفره های ایشان گرفتار شد، که درباره اومی گفتم زیر سایه او در میان امتها، زیست خواهیم نمود.
21Jubel en juich maar, dochter van Edom, Die het land van Oes bewoont: Ook u zal de beker worden gereikt; Ge zult u bedrinken, en u ontbloten!
21مسرور باش و شادی کنای دختر ادوم که در زمین عوص ساکن هستی! بر تو نیز اینجام خواهد رسید و مست شده، عریان خواهی شد.
22Uw schuld is ten einde, dochter van Sion: Hij zal u nooit meer verbannen! Maar ùw schuld zal Hij straffen, dochter van Edom, Uw zonden openbaren!
22ای دختر صهیون سزای گناه تو تمام شد وتو را دیگر جلای وطن نخواهد ساخت. ای دخترادوم، عقوبت گناه تو را به تو خواهد رسانید وگناهان تو را کشف خواهد نمود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.