Rechters 17
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Er was toen een man uit het bergland van Efraïm, Mikajehoe genaamd.
1มีชายคนหนึ่งจากแถบภูเขาเอฟราอิมชื่อมีคาห์
2Hij sprak tot zijn moeder: De elf honderd zilverstukken, die u ontstolen waren, en waarover ik u een vervloeking heb horen uitspreken, dat geld heb ik; ik had het weggenomen, maar nu geef ik het u terug. Zijn moeder zeide: Moge Jahweh u zegenen, mijn zoon.
2เขาพูดกับมารดาว่า “เงินหนึ่งพันหนึ่งร้อยแผ่นที่มีคนเอาไปจากแม่ ซึ่งแม่ได้กล่าวคำสาปแช่งให้ลูกได้ยินนั้น เงินอยู่กับลูก ลูกเป็นคนเอาไปเอง” มารดากล่าวว่า “ขอพระยาห์เวห์ทรงให้พรแก่ลูกของแม่!”
3En toen hij zijn moeder de elf honderd zilverstukken had teruggegeven, sprak zijn moeder: Ik wijd het geld aan Jahweh, en geef het uit handen ten bate van mijn zoon, om er een gegoten beeld van te maken.
3เขาคืนเงินหนึ่งพันหนึ่งร้อยแผ่นแก่มารดา แล้วมารดาพูดว่า “แม่ขออุทิศเงินนี้ถวายแด่พระยาห์เวห์อย่างแน่นอน เพื่อนำไปทำรูปแกะสลักกับรูปหล่อให้ลูก บัดนี้แม่จะคืนเงินให้ลูก”
4Nadat hij dus het geld aan zijn moeder had teruggegeven, nam zij er twee honderd zilverlingen van af, en gaf ze aan den zilversmid, om er een gegoten beeld van te maken. Dit kwam in het huis van Mikajehoe te staan.
4เมื่อเขาคืนเงินแก่มารดา นางนำเงินสองร้อยแผ่นไปให้ช่างเงิน ซึ่งทำเป็นรูปแกะสลักกับรูปหล่อจากเงินนั้น รูปเหล่านั้นอยู่ในบ้านของมีคาห์
5Zo kreeg die man Mika dus een godshuis. Hij maakte nu nog een efod en terafim, en wijdde een van zijn zoons tot zijn priester.
5มีคาห์คนนี้มีสถานบูชาเทพเจ้า เขาทำเอโฟดกับเทราฟิม และแต่งตั้งบุตรชายคนหนึ่งให้เป็นปุโรหิตของตน
6In die dagen was er geen koning in Israël, zodat ieder maar deed, wat hem goeddacht.
6ในสมัยนั้นอิสราเอลไม่มีกษัตริย์ ทุกคนต่างทำสิ่งที่เห็นว่าถูกต้องในสายตาของตนเอง
7Nu was er ook een jonge man uit Betlehem van Juda; daar hij een leviet was, vertoefde hij daar maar als gast.
7มีชายหนุ่มคนหนึ่งจากเบธเลเฮมยูดาห์ อยู่ในตระกูลยูดาห์ เขาเป็นคนเลวีและอาศัยอยู่ที่นั่น
8Deze man nu verliet de stad Betlehem van Juda, om op goed geluk af elders een onderkomen te gaan zoeken. Zo kwam hij, zijn weg vervolgend, in het bergland van Efraïm bij het huis van Mika.
8ชายคนนั้นออกจากเมืองเบธเลเฮมยูดาห์เพื่อหาที่อาศัย ระหว่างเดินทางก็มาถึงบ้านมีคาห์ในแถบภูเขาเอฟราอิม
9Mika vroeg hem: Waar komt ge vandaan? De leviet antwoordde: Ik kom uit Betlehem van Juda, en ben op weg gegaan, om op goed geluk af een onderkomen te zoeken.
9มีคาห์ถามเขาว่า “ท่านมาจากไหน?” เขาตอบว่า “ข้าพเจ้าเป็นคนเลวีจากเบธเลเฮมยูดาห์ กำลังหาที่อาศัย”
10Mika zei hem: Blijf dan bij mij, om voor mij een vader en priester te zijn; dan zal ik u jaarlijks tien zilverstukken geven, behalve de nodige kleren en levensonderhoud.
10มีคาห์พูดว่า “มาอยู่กับเราเถอะ เป็นเหมือนบิดาและเป็นปุโรหิตให้เรา แล้วเราจะให้เงินปีละสิบแผ่น เสื้อผ้าหนึ่งชุด และอาหารแก่ท่าน” คนเลวีจึงเข้าไปอยู่กับเขา
11De leviet besloot bij den man te blijven; en de jonge man was hem als een van zijn zoons.
11คนเลวีพอใจที่จะอยู่กับมีคาห์ ชายหนุ่มเป็นเหมือนบุตรคนหนึ่งของมีคาห์
12Mika stelde den leviet tot priester aan; de jonge man werd zijn priester, en verbleef in het huis van Mika.
12มีคาห์แต่งตั้งคนเลวี ชายหนุ่มจึงเป็นปุโรหิตของเขาและอาศัยอยู่ในบ้านมีคาห์
13En Mika zeide: Nu weet ik, dat Jahweh mij goed gezind is; want nu heb ik een leviet tot priester.
13มีคาห์กล่าวว่า “บัดนี้เรารู้ว่าพระยาห์เวห์จะประทานสิ่งดีแก่เรา เพราะเรามีคนเลวีเป็นปุโรหิต”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.