Jesaja
Chapter 31
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Wee, die naar Egypte trekken om hulp, Die enkel op paarden vertrouwen, Zich op het grote getal der wagens verlaten, En op de geweldige kracht van de ruiters: Maar die niet opzien naar Israëls Heilige, En Jahweh niet zoeken!
1ΟΥΑΙ οἱ καταβαίνοντες εἰς Αἴγυπτον ἐπὶ βοήθειαν, οἱ ἐφ᾿ ἵπποις πεποιθότες καὶ ἐφ᾿ ἅρμασιν, ἔστι γὰρ πολλά, καὶ ἐφ᾿ ἵπποις, πλῆθος σφόδρα, καὶ οὐκ ἦσαν πεποιθότες ἐπὶ τὸν ἅγιον τοῦ Ἰσραὴλ καὶ τὸν Κύριον οὐκ ἐζήτησαν.
2Maar ook Hij is vernuftig, Om onheil te brengen; En wat Hij gezegd heeft, Neemt Hij niet terug. Hij zal zich tegen het huis van de zondaars verheffen, En tegen de helpers der bozen.
2καὶ αὐτὸς σοφῶς ἦγεν ἐπ᾿ αὐτοὺς κακά, καὶ ὁ λόγος αὐτοῦ οὐ μὴ ἀθετηθῇ, καὶ ἐπαναστήσεται ἐπ᾿ οἴκους ἀνθρώπων πονηρῶν καὶ ἐπὶ τὴν ἐλπίδα αὐτῶν τὴν ματαίαν,
3Ook Egypte is mens en geen god, Zijn paarden maar vlees en geen geest: Strekt Jahweh zijn hand uit, Dan struikelt de helper, En die geholpen wordt, valt; Beiden gaan ze te gronde.
3Αἰγύπτιον ἄνθρωπον καὶ οὐ Θεόν, ἵππων σάρκας καὶ οὐκ ἔστι βοήθεια· ὁ δὲ Κύριος ἐπάξει τὴν χεῖρα αὐτοῦ ἐπ᾿ αὐτούς, καὶ κοπιάσουσιν οἱ βοηθοῦντες, καὶ ἅμα πάντες ἀπολοῦνται.
4Maar dit zegt Jahweh tot mij: Zoals een leeuw en zijn jong Blijven brullen over hun prooi, Al verzamelt zich tegen hen de hele troep herders; Zoals ze voor hun schreeuwen niet schrikken, En voor hun gillen niet wijken: Zo zal Jahweh der heirscharen nederdalen, Om op de berg Sion en zijn heuvel te strijden;
4ὅτι οὕτως εἶπέ μοι Κύριος· ὃν τρόπον ἐὰν βοήσῃ ὁ λέων ἢ ὁ σκύμνος ἐπὶ τῇ θύρᾳ, ᾗ ἔλαβε, καὶ κεκράξῃ ἐπ᾿ αὐτῇ, ἓως ἂν ἐμπλησθῇ τὰ ὄρη τῆς φωνῆς αὐτοῦ, καὶ ἡττήθησαν καὶ τὸ πλῆθος τοῦ θυμοῦ ἐπτοήθησαν, οὕτως καταβήσεται Κύριος σαβαὼθ ἐπιστρατεῦσαι ἐπὶ τὸ ὄρος τὸ Σιών, ἐπὶ τὰ ὄρη αὐτῆς.
5En als fladderende vogels Zal Jahweh der heirscharen Jerusalem beschutten, Beschermen en redden, Beschutten, verlossen.
5ὡς ὄρνεα πετόμενα, οὕτως ὑπερασπιεῖ Κύριος σαβαὼθ ὑπὲρ Ἱερουσαλήμ, ὑπερασπιεῖ καὶ ἐξελεῖται καὶ περιποιήσεται καὶ σώσει.
6Dan zullen Israëls kinderen zich bekeren Tot Hem, van wien ze zo ver zijn geweken;
6ἐπιστράφητε, οἱ τὴν βαθεῖαν βουλὴν βουλευόμενοι καὶ ἄνομον.
7Ja, op die dag zullen zij allen verachten Hun goden van zilver en goud, Die gij u hebt gemaakt Met uw zondige handen.
7ὅτι τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ἀπαρνήσονται οἱ ἄνθρωποι τὰ χειροποίητα αὐτῶν τὰ ἀργυρᾶ καὶ τὰ χειροποίητα τὰ χρυσᾶ, ἃ ἐποίησαν αἱ χεῖρες αὐτῶν.
8Assjoer zal vallen door het zwaard van een, die geen mens is, En het zwaard, maar niet van een mens, zal hem verslinden. Hij vlucht voor het zwaard, zijn krijgers worden geknecht,
8καὶ πεσεῖται Ἀσσούρ· οὐ μάχαιρα ἀνδρός, οὐδὲ μάχαιρα ἀνθρώπου καταφάγεται αὐτόν, καὶ φεύξεται οὐκ ἀπὸ προσώπου μαχαίρας· οἱ δὲ νεανίσκοι ἔσονται εἰς ἥττημα,
9Zijn vorsten verlaten de wallen vol schrik, vol angst hun banier: Is de godsspraak van Jahweh, die zijn vuur heeft op Sion, In Jerusalem zijn offerhaard!
9πέτρᾳ γὰρ περιληφθήσονται ὡς χάρακι καὶ ἡττηθήσονται, ὁ δὲ φεύγων ἁλώσεται. Τάδε λέγει Κύριος· μακάριος ὃς ἔχει ἐν Σιὼν σπέρμα καὶ οἰκείους ἐν Ἱερουσαλήμ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.