Ezechiel 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Ge moet een klaagzang aanheffen over de vorsten van Israël, en
1ואתה שא קינה אל נשיאי ישראל׃
2zeggen: Wat een prachtleeuwin was uw moeder Onder de leeuwen; Liggend tussen haar jongen, Bracht zij haar welpen groot.
2ואמרת מה אמך לביא בין אריות רבצה בתוך כפרים רבתה גוריה׃
3Een van haar welpen voedde zij op: Een echte jonge leeuw! Hij leerde zijn prooi zoeken, Mensen verscheurde hij.
3ותעל אחד מגריה כפיר היה וילמד לטרף טרף אדם אכל׃
4Maar men riep volken tegen hem op, En in hun kuil werd hij gevangen; Ze sleurden hem met haken Naar het land van Egypte.
4וישמעו אליו גוים בשחתם נתפש ויבאהו בחחים אל ארץ מצרים׃
5Toen zij zag, dat haar wachten vergeefs, En haar hoop was vervlogen, Koos zij een van haar welpen, Bestemde hem tot jonge leeuw.
5ותרא כי נוחלה אבדה תקותה ותקח אחד מגריה כפיר שמתהו׃
6Met leeuwen ging hij samenleven: Een echte jonge leeuw! Hij leerde zijn prooi zoeken, Mensen verscheurde hij.
6ויתהלך בתוך אריות כפיר היה וילמד לטרף טרף אדם אכל׃
7Hij maakte veel weduwen En ontvolkte hun steden; Het land en zijn bewoners stonden versteld Van zijn dreigend gebrul!
7וידע אלמנותיו ועריהם החריב ותשם ארץ ומלאה מקול שאגתו׃
8Maar volken spanden hem strikken Aan alle kanten; Wierpen hun net over hem heen, In hun kuil werd hij gevangen.
8ויתנו עליו גוים סביב ממדינות ויפרשו עליו רשתם בשחתם נתפש׃
9Ze zetten hem in een kooi, Sleurden hem met haken voor Babels koning, de burchten in, Opdat zijn gebrul niet meer zou worden gehoord Op Israëls bergen.
9ויתנהו בסוגר בחחים ויבאהו אל מלך בבל יבאהו במצדות למען לא ישמע קולו עוד אל הרי ישראל׃
10Uw moeder stond als een wingerd In uw wijngaard aan het water geplant; Ze was bloeiend en vruchtbaar Door de rijkdom van water.
10אמך כגפן בדמך על מים שתולה פריה וענפה היתה ממים רבים׃
11Ze kreeg een krachtige tak Tot konings-schepter, Wiens top zich tot in de wolken verhief, Die opviel door zijn hoogte en talrijke twijgen.
11ויהיו לה מטות עז אל שבטי משלים ותגבה קומתו על בין עבתים וירא בגבהו ברב דליתיו׃
12Maar in woede werd zij uitgerukt, Op de grond geworpen. Een oostenwind verdroogde haar: Haar vrucht viel af. Haar krachtige tak verdorde: Het vuur verslond hem.
12ותתש בחמה לארץ השלכה ורוח הקדים הוביש פריה התפרקו ויבשו מטה עזה אש אכלתהו׃
13Nu staat ze geplant in de steppe, In een streek van dorheid en dorst;
13ועתה שתולה במדבר בארץ ציה וצמא׃
14Er schoot een vlam uit de tak, Die haar ranken en vruchten verteerde. Nu heeft ze geen krachtige tak meer over, Geen konings-schepter meer! Dit is een klaaglied, dat men nog altijd jammert.
14ותצא אש ממטה בדיה פריה אכלה ולא היה בה מטה עז שבט למשול קינה היא ותהי לקינה׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.