Ezechiel 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
1ויהי דבר יהוה אלי לאמר׃
2Mensenkind, wat heeft het hout van de wijnstok voor Op ander rankendragend gewas Onder de bomen van het woud?
2בן אדם מה יהיה עץ הגפן מכל עץ הזמורה אשר היה בעצי היער׃
3Kan men zijn hout soms gebruiken, Om het tot iets te verwerken? Kan men er een pin van maken, Om er iets aan op te hangen?
3היקח ממנו עץ לעשות למלאכה אם יקחו ממנו יתד לתלות עליו כל כלי׃
4En als het als brandstof in het vuur is geworpen, De vlam de beide einden heeft verteerd, Het middenstuk is verkoold: Zal het dan nog ergens voor deugen?
4הנה לאש נתן לאכלה את שני קצותיו אכלה האש ותוכו נחר היצלח למלאכה׃
5Neen, toen het nog gaaf was, Was het al voor niets te gebruiken; Maar nu het vuur het verteerd en verkoold heeft, Zou het nu nog ergens voor dienen?
5הנה בהיותו תמים לא יעשה למלאכה אף כי אש אכלתהו ויחר ונעשה עוד למלאכה׃
6Daarom, zegt Jahweh, de Heer, zoals met het hout van de wijnstok onder de bomen van het woud, dat Ik als brandstof in het vuur heb geworpen, zo handel Ik ook met de bewoners van Jerusalem!
6לכן כה אמר אדני יהוה כאשר עץ הגפן בעץ היער אשר נתתיו לאש לאכלה כן נתתי את ישבי ירושלם׃
7Ik zal ze in het oog blijven houden; en al zijn ze ook aan het vuur ontsnapt, toch zal het vuur hen verteren. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben. Als Ik ze in het oog blijf houden,
7ונתתי את פני בהם מהאש יצאו והאש תאכלם וידעתם כי אני יהוה בשומי את פני בהם׃
8maak Ik het land tot een steppe; want ze hebben hun trouw gebroken, zegt Jahweh, de Heer.
8ונתתי את הארץ שממה יען מעלו מעל נאם אדני יהוה׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.