Exodus
Chapter 18
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Intussen had Jitro, de priester van Midjan, en schoonvader van Moses, alles vernomen wat God aan Moses en zijn volk had gedaan, en hoe Jahweh Israël uit Egypte had geleid.
1ΗΚΟΥΣΕ δὲ Ἰοθὸρ ἱερεὺς Μαδιὰμ ὁ γαμβρὸς Μωυσῆ πάντα ὅσα ἐποίησε Κύριος Ἰσραὴλ τῷ ἑαυτοῦ λαῷ· ἐξήγαγε γὰρ Κύριος τὸν Ἰσραὴλ ἐξ Αἰγύπτου.
2Daarom nam Jitro, Moses schoonvader, Sippora, de vrouw van Moses, die Moses vroeger had teruggezonden,
2ἔλαβε δὲ Ἰοθὸρ ὁ γαμβρὸς Μωυσῆ Σεπφώραν τὴν γυναῖκα Μωυσῆ μετὰ τὴν ἄφεσιν αὐτῆς
3met haar beide zonen met zich mee. De een heette Gersjom; omdat hij had gezegd: Ik toef als gast in een vreemd land;
3καὶ τοὺς δύο υἱοὺς αὐτῆς· ὄνομα τῷ ἑνὶ αὐτῶν Γηρσὰμ λέγων· πάροικος ἤμην ἐν γῇ ἀλλοτρίᾳ·
4de ander heette Eliézer, want: De God van mijn vader is mijn hulp, daar Hij mij van het zwaard van Farao heeft gered.
4καὶ τὸ ὄνομα τοῦ δευτέρου Ἑλιέζερ λέγων· ὁ γὰρ Θεὸς τοῦ πατρός μου βοηθός μου καὶ ἐξείλατό με ἐκ χειρὸς Φαραώ.
5En toen Jitro, de schoonvader van Moses, met Moses’ zonen en vrouw hem in de woestijn had bereikt, waar hij gelegerd was bij de berg van God,
5καὶ ἐξῆλθεν Ἰοθὸρ ὁ γαμβρὸς Μωυσῆ καὶ οἱ υἱοὶ καὶ ἡ γυνὴ πρὸς Μωυσῆν εἰς τὴν ἔρημον, οὗ παρενέβαλεν ἐπ᾿ ὄρους τοῦ Θεοῦ.
6liet hij Moses berichten: Ik, uw schoonvader Jitro, kom u met uw vrouw en haar beide zonen bezoeken.
6ἀνηγγέλη δὲ Μωυσῇ λέγοντες· ἰδοὺ ὁ γαμβρός σου Ἰοθὸρ παραγίνεται πρὸς σέ, καὶ ἡ γυνὴ καὶ οἱ δύο υἱοί σου μετ᾿ αὐτοῦ.
7Moses ging zijn schoonvader tegemoet, boog zich neer en kuste hem. En nadat zij elkander de vrede hadden toegewenst, gingen zij de tent binnen.
7ἐξῆλθε δὲ Μωυσῆς εἰς συνάντησιν τῷ γαμβρῷ καὶ προσεκύνησεν αὐτῷ καὶ ἐφίλησεν αὐτόν, καὶ ἠσπάσαντο ἀλλήλους· καὶ εἰσήγαγεν αὐτοὺς εἰς τὴν σκηνήν.
8Moses verhaalde zijn schoonvader alles, wat Jahweh ter wille van Israël aan Farao en Egypte had gedaan, en hoe Jahweh hen uit alle moeilijkheden had gered, die zij op hun weg hadden ondervonden.
8καὶ διηγήσατο Μωυσῆς τῷ γαμβρῷ πάντα, ὅσα ἐποίησε Κύριος τῷ Φαραὼ καὶ πᾶσι τοῖς Αἰγυπτίοις ἕνεκεν τοῦ Ἰσραήλ, καὶ πάντα τὸν μόχθον τὸν γενόμενον αὐτοῖς ἐν τῇ ὁδῷ καὶ ὅτι ἐξείλατο αὐτοὺς Κύριος ἐκ χειρὸς Φαραὼ καὶ ἐκ χειρὸς τῶν Αἰγυπτίων.
9Verheugd over al de weldaden, die Jahweh Israël had bewezen, en dat Hij hen uit de macht van Egypte had gered,
9ἐξέστη δὲ Ἰοθὸρ ἐπὶ πᾶσι τοῖς ἀγαθοῖς, οἷς ἐποίησεν αὐτοῖς Κύριος, ὅτι ἐξείλατο αὐτοὺς ἐκ χειρὸς Αἰγυπτίων καὶ ἐκ χειρὸς Φαραώ.
10sprak Jitro: Geprezen zij Jahweh, die u uit de macht van Egypte en uit de hand van Farao heeft gered.
10καί εἶπεν Ἰοθόρ· εὐλογητὸς Κύριος, ὅτι ἐξείλατο αὐτοὺς ἐκ χειρὸς Αἰγυπτίων καὶ ἐκ χειρὸς Φαραώ·
11Nu weet ik, dat Jahweh groter is dan alle goden; want omdat de Egyptenaren hen hadden mishandeld, heeft Hij het volk uit hun macht gered.
11νῦν ἔγνων ὅτι μέγας Κύριος παρὰ πάντας τοὺς θεούς, ἕνεκεν τούτου ὅτι ἐπέθεντο αὐτοῖς.
12Daarom droeg Jitro, Moses’ schoonvader, brand(-) en slachtoffers op ter ere van God, en Aäron kwam met de oudsten van Israël voor het aanschijn van God een offermaal houden met den schoonvader van Moses.
12καὶ ἔλαβεν Ἰοθὸρ ὁ γαμβρὸς Μωυσῆ ὁλοκαυτώματα καὶ θυσίας τῷ Θεῷ· παρεγένετο δὲ Ἀαρὼν καὶ πάντες οἱ πρεσβύτεροι Ἰσραὴλ συμφαγεῖν ἄρτον μετὰ τοῦ γαμβροῦ Μωυσῆ ἐναντίον τοῦ Θεοῦ.
13De volgende dag zette Moses zich neer, om recht te spreken over het volk, dat van de morgen tot de avond voor Moses stond.
13Καὶ ἐγένετο μετὰ τὴν ἐπαύριον συνεκάθισε Μωυσῆς κρίνειν τὸν λαόν· παρειστήκει δὲ πᾶς ὁ λαὸς Μωυσῇ ἀπὸ πρωΐθεν ἕως δείλης.
14Toen de schoonvader van Moses zag, wat hij zo al voor het volk had te doen, zei hij: Wat hebt ge toch veel werk met dit volk! Waarom zit ge hier alleen, terwijl al het volk van de morgen tot de avond voor u staat?
14καὶ ἰδὼν Ἰοθὸρ πάντα ὅσα ποιεῖ τῷ λαῷ, λέγει· τί τοῦτο, ὃ σὺ ποιεῖς τῷ λαῷ; διατί σὺ κάθησαι μόνος, πᾶς δὲ ὁ λαὸς παρέστηκέ σοι ἀπὸ πρωΐθεν ἕως δείλης;
15Moses gaf zijn schoonvader ten antwoord: Het volk komt naar mij toe, om Jahweh te raadplegen;
15καὶ λέγει Μωυσῆς τῷ γαμβρῷ, ὅτι παραγίνεται πρός με ὁ λαὸς ἐκζητῆσαι κρίσιν παρὰ τοῦ Θεοῦ.
16en wanneer zij iets met elkander hebben, komen zij eveneens naar mij toe en moet ik scheidsrechter tussen hen zijn; bovendien moet ik hen nog in de voorschriften en wetten van God onderrichten.
16ὅταν γὰρ γένηται αὐτοῖς ἀντιλογία καὶ ἔλθωσι πρός με, διακρίνω ἕκαστον καὶ συμβιβάζω αὐτοὺς τὰ προστάγματα τοῦ Θεοῦ καὶ τὸν νόμον αὐτοῦ.
17Nu sprak de schoonvader van Moses tot hem: Zo doet ge toch niet verstandig.
17εἶπε δὲ ὁ γαμβρὸς Μωυσῆ πρὸς αὐτόν· οὐκ ὀρθῶς σὺ ποιεῖς τὸ ρῆμα τοῦτο·
18Ge vermoeit uzelf veel te veel, evenals het volk, dat voor u staat. Neen, het is voor u veel te zwaar; gij kunt het onmogelijk alleen.
18φθορᾷ καταφθαρήσῃ ἀνυπομονήτῳ καὶ σὺ καὶ πᾶς ὁ λαὸς οὗτος, ὅς ἐστι μετὰ σοῦ· βαρύ σοι τὸ ρῆμα τοῦτο, οὐ δυνήσῃ ποιεῖν σὺ μόνος.
19Luister dus naar de raad, die ik u geef, en God sta u bij! Gij moet het volk bij God vervangen, en aan God hun belangen blijven voorleggen;
19νῦν οὖν ἄκουσόν μου καὶ συμβουλεύσω σοι, καὶ ἔσται ὁ Θεὸς μετὰ σοῦ. γίνου σὺ τῷ λαῷ τὰ πρὸς τὸν Θεὸν καὶ ἀνοίσεις τοὺς λόγους αὐτῶν πρὸς τὸν Θεόν,
20gij moet hen ook in de voorschriften en wetten blijven onderrichten en hun de weg blijven leren, die zij moeten bewandelen, en alles, wat ze moeten doen.
20καὶ διαμαρτύρῃ αὐτοῖς τὰ προστάγματα τοῦ Θεοῦ καὶ τὸν νόμον αὐτοῦ καὶ σημανεῖς αὐτοῖς τὰς ὁδούς, ἐν αἷς πορεύσονται ἐν αὐταῖς, καὶ τὰ ἔργα ἃ ποιήσουσι.
21Maar verder moet ge de flinkste mannen kiezen van het hele volk, godvrezende, betrouwbare en onbaatzuchtige mensen, en die over hen aanstellen als hoofden van duizend, honderd, vijftig en tien.
21καὶ σὺ σεαυτῷ σκέψαι ἀπὸ παντὸς τοῦ λαοῦ ἄνδρας δυνατούς, θεοσεβεῖς, ἄνδρας δικαίους, μισοῦντας ὑπερηφανίαν, καὶ καταστήσεις ἐπ᾿ αὐτὸν χιλιάρχους καὶ ἑκατοντάρχους καὶ πεντηκοντάρχους καὶ δεκαδάρχους,
22Die moeten dan op iedere tijd recht spreken over het volk; zij kunnen de kleinere dingen behandelen, terwijl zij alle gewichtige zaken aan u moeten voorleggen. Zo kunt ge het u zelf lichter maken, en zullen zij de last samen met u dragen.
22καὶ κρινοῦσι τὸν λαὸν πᾶσαν ὥραν· τὸ δὲ ρῆμα τὸ ὑπέρογκον ἀνοίσουσιν ἐπὶ σέ, τὰ δὲ βραχέα τῶν κριμάτων κρινοῦσιν αὐτοὶ καὶ κουφιοῦσιν ἀπὸ σοῦ καὶ συναντιλήψονταί σοι.
23Wanneer ge het zo inricht, en ook God het u zo zal bevelen, kunt gij het volhouden en gaat ook al dat volk bevredigd naar huis.
23ἐὰν τὸ ρῆμα τοῦτο ποιήσῃς, κατισχύσει σε ὁ Θεός, καὶ δυνήσῃ παραστῆναι, καὶ πᾶς ὁ λαὸς οὗτος εἰς τὸν ἑαυτοῦ τόπον μετ᾿ εἰρήνης ἥξει.
24Moses volgde de raad van zijn schoonvader en deed alles, wat hij gezegd had.
24ἤκουσε δὲ Μωυσῆς τῆς φωνῆς τοῦ γαμβροῦ καὶ ἐποίησεν ὅσα εἶπεν αὐτῷ.
25Moses koos dus de flinkste mannen van heel Israël, en stelde ze aan tot hoofden over het volk, tot leiders van duizend, honderd, vijftig en tien.
25καὶ ἐπέλεξε Μωυσῆς ἄνδρας δυνατοὺς ἀπὸ παντὸς Ἰσραὴλ καὶ ἐποίησεν αὐτοὺς ἐπ᾿ αὐτῶν χιλιάρχους καὶ ἑκατοντάρχους καὶ πεντηκοντάρχους καὶ δεκαδάρχους.
26Op iedere tijd spraken zij recht over het volk; de gewichtige zaken brachten zij voor Moses, de kleinere behandelden zij zelf.
26καὶ ἐκρίνοσαν τὸν λαὸν πᾶσαν ὥραν· πᾶν δὲ ρῆμα ὑπέρογκον ἀνεφέροσαν ἐπὶ Μωυσῆν, πᾶν δὲ ρῆμα ἐλαφρὸν ἐκρίνοσαν αὐτοί.
27Daarna nam Moses afscheid van zijn schoonvader, en keerde deze naar zijn land terug.
27ἐξαπέστειλε δὲ Μωυσῆς τὸν ἑαυτοῦ γαμβρόν, καὶ ἀπῆλθεν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.