Exodus
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Vervolgens moet ge het brandofferaltaar maken van acaciahout; het altaar moet vijf el lang en vijf el breed, dus vierkant zijn, en drie el hoog.
1ΚΑΙ ποιήσεις θυσιαστήριον ἐκ ξύλων ἀσήπτων, πέντε πήχεων τὸ μῆκος καὶ πέντε πήχεων τὸ εὖρος, τετράγωνον ἔσται τὸ θυσιαστήριον, καὶ τριῶν πήχεων τὸ ὕψος αὐτοῦ.
2Breng op de vier hoeken de hoornen aan, die met het altaar uit één stuk moeten zijn, en besla ze met brons.
2καὶ ποιήσεις τὰ κέρατα ἐπὶ τῶν τεσσάρων γωνιῶν· ἐξ αὐτοῦ ἔσται τὰ κέρατα· καὶ καλύψεις αὐτὰ χαλκῷ.
3Maak ook de nodige bakken voor het wegruimen van de as, met de schoppen, offerschalen, vorken en vuurpotten; vervaardig al deze benodigdheden van brons.
3καὶ ποιήσεις στεφάνην τῷ θυσιαστηρίῳ καὶ τὸν καλυπτῆρα αὐτοῦ καὶ τὰς φιάλας αὐτοῦ καὶ τὰς κρεάγρας αὐτοῦ καὶ τὸ πυρεῖον αὐτοῦ· καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτοῦ ποιήσεις χαλκᾶ.
4Maak een netvormig rasterwerk van brons, en aan de vier hoeken van dat rasterwerk vier bronzen krammen.
4καὶ ποιήσεις αὐτῷ ἐσχάραν ἔργῳ δικτυωτῷ χαλκῆν· καὶ ποιήσεις τῇ ἐσχάρᾳ τέσσαρας δακτυλίους χαλκοῦς ὑπὸ τὰ τέσσαρα κλίτη.
5Breng dat rasterwerk aan beneden onder het raam, waarop het altaar rust, zodat het van beneden af tot halverhoogte het altaar reikt.
5καὶ ὑποθήσεις αὐτοὺς ὑπὸ τὴν ἐσχάραν τοῦ θυσιαστηρίου κάτωθεν· ἔσται δὲ ἡ ἐσχάρα ἕως τοῦ ἡμίσους τοῦ θυσιαστηρίου.
6Maak ook handbomen van acaciahout voor het altaar, en besla ze met brons.
6καὶ ποιήσεις τῷ θυσιαστηρίῳ ἀναφορεῖς ἐκ ξύλων ἀσήπτων καὶ περιχαλκώσεις αὐτούς χαλκῷ.
7De handbomen moeten door de krammen worden gestoken, zodat ze zich aan beide zijden van het altaar bevinden, wanneer men het draagt.
7καὶ εἰσάξεις τοὺς ἀναφορεῖς εἰς τοὺς δακτυλίους, καὶ ἔστωσαν ἀναφορεῖς κατὰ πλευρὰ τοῦ θυσιαστηρίου ἐν τῷ αἴρειν αὐτό.
8Ge moet het altaar hol maken en van planken; en het vervaardigen, zoals het u op de berg is getoond.
8κοῖλον σανιδωτὸν ποιήσεις αὐτό· κατὰ τὸ παραδεχθέν σοι ἐν τῷ ὄρει, οὕτω ποιήσεις αὐτό.
9Daarna moet ge nog de voorhof van de tabernakel maken. Aan de zuidkant moet de voorhof worden afgezet met gordijnen van getwijnd lijnwaad; de lengte ervan aan deze ene zijde moet honderd el bedragen.
9Καὶ ποιήσεις αὐλὴν τῇ σκηνῇ· εἰς τὸ κλίτος τό πρὸς λίβα ἱστία τῆς αὐλῆς ἐκ βύσσου κεκλωσμένης, μῆκος ἑκατὸν πήχεων τῷ ἑνὶ κλίτει·
10Ze moeten hangen aan twintig palen op twintig bronzen voetstukken; de ringen en banden der palen moeten van zilver zijn.
10καὶ οἱ στῦλοι αὐτῶν εἴκοσι, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν εἴκοσι χαλκαῖ, καὶ οἱ κρίκοι αὐτῶν καὶ αἱ ψαλίδες ἀργυραῖ.
11Hang eveneens aan de noordzijde gordijnen over een lengte van honderd el, aan twintig palen op hun twintig bronzen voetstukken; de ringen en de banden der palen moeten eveneens van zilver zijn.
11οὕτως τῷ κλίτει τῷ πρὸς ἀπηλιώτην ἱστία, ἑκατὸν πήχεων μῆκος· καὶ οἱ στῦλοι αὐτῶν εἴκοσι καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν εἴκοσι χαλκαῖ, καὶ οἱ κρίκοι καὶ αἱ ψαλίδες τῶν στύλων, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν περιηργυρωμέναι ἀργυρίῳ.
12Maar hang in de breedte aan de westzijde van de voorhof gordijnen over een lengte van vijftig el aan tien palen op hun tien voetstukken.
12τὸ δὲ εὖρος τῆς αὐλῆς τὸ κατὰ θάλασσαν ἱστία πεντήκοντα πήχεων· στῦλοι αὐτῶν δέκα, καὶ βάσεις αὐτῶν δέκα.
13De breedte van de voorhof aan de voorzijde ten oosten moet eveneens vijftig el bedragen.
13καὶ εὖρος τῆς αὐλῆς τῆς πρὸς νότον, ἱστία πεντήκοντα πήχεων· στῦλοι αὐτῶν δέκα, καὶ βάσεις αὐτῶν δέκα.
14Aan de ene hoek moet het over een lengte van vijftien el worden afgezet met gordijnen aan drie palen op hun drie voetstukken;
14καὶ πεντεκαίδεκα πήχεων τὸ ὕψος τῶν ἱστίων τῷ κλίτει τῷ ἑνί· στῦλοι αὐτῶν τρεῖς, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν τρεῖς.
15zo ook de andere hoek over een lengte van vijftien el met gordijnen aan drie palen op hun drie voetstukken,
15καὶ τὸ κλίτος τὸ δεύτερον δεκαπέντε πήχεων τῶν ἱστίων τὸ ὕψος· στῦλοι αὐτῶν τρεῖς, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν τρεῖς.
16terwijl aan de ingang van de voorhof aan vier palen op hun vier voetstukken een tapijt van twintig el moet hangen van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, met fijn borduurwerk versierd.
16καὶ τῇ πύλῃ τῆς αὐλῆς κάλυμμα, εἴκοσι πήχεων τὸ ὕψος, ἐξ ὑακίνθου καὶ πορφύρας καὶ κοκκίνου κεκλωσμένου καὶ βύσσου κεκλωσμένης τῇ ποικιλίᾳ τοῦ ραφιδευτοῦ· στῦλοι αὐτῶν τέσσαρες καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν τέσσαρες.
17Al de palen rond de voorhof moeten van zilveren banden zijn voorzien; ook de ringen moeten van zilver zijn, maar de voetstukken van brons.
17πάντες οἱ στῦλοι τῆς αὐλῆς κύκλῳ κατηργυρωμένοι ἀργυρίῳ, καὶ αἱ κεφαλίδες αὐτῶν ἀργυραῖ, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν χαλκαῖ.
18De lengte van de voorhof moet honderd el bedragen, de breedte vijftig en de hoogte vijf el. Het lijnwaad moet getwijnd zijn; de voetstukken van brons.
18τὸ δὲ μῆκος τῆς αὐλῆς ἑκατὸν ἐφ᾿ ἑκατόν, καὶ εὖρος πεντήκοντα ἐπὶ πεντήκοντα, καὶ ὕψος πέντε πήχεων, ἐκ βύσσου κεκλωσμένης, καὶ αἱ βάσεις αὐτῶν χαλκαῖ.
19Alle benodigdheden voor de bouw van de tabernakel, al zijn pinnen en de pinnen van de voorhof moeten van brons zijn.
19καὶ πᾶσα ἡ κατασκευὴ καὶ πάντα τὰ ἐργαλεῖα καὶ οἱ πάσσαλοι τῆς αὐλῆς χαλκοῖ.
20Beveel ook aan de Israëlieten, dat zij u zuivere olie uit gestoten olijven voor de kandelaar brengen, om de lamp steeds brandend te houden.
20Καὶ σὺ σύνταξον τοῖς υἱοῖς Ἰσραὴλ καὶ λαβέτωσάν σοι ἔλαιον ἐξ ἐλαιῶν ἄτρυγον καθαρὸν κεκομμένον εἰς φῶς καῦσαι, ἵνα καίηται λύχνος διαπαντός.
21Aäron en zijn zonen zullen die van de avond tot de morgen voor het aanschijn van Jahweh onderhouden in de openbaringstent buiten het voorhangsel, dat zich voor de ark des Verbonds bevindt. Dit is een eeuwige verplichting voor de Israëlieten van geslacht tot geslacht.
21ἐν τῇ σκηνῇ τοῦ μαρτυρίου ἔξωθεν τοῦ καταπετάσματος τοῦ ἐπὶ τῆς διαθήκης καύσει αὐτὸ Ἀαρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ ἀφ᾿ ἑσπέρας ἕως πρωΐ ἐναντίον Κυρίου· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν παρὰ τῶν υἱῶν Ἰσραήλ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.