2 Koningen 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Nu had Achab zeventig zonen in Samaria wonen. Daarom schreef Jehoe brieven naar Samaria, die hij aan de bevelhebbers en de oudsten der stad, en aan de opvoeders van Achabs zonen richtte. De inhoud luidde aldus:
1و هفتاد پسر اخاب در سامره بودند. پس ییهو مکتوبی نوشته، به سامره نزدسروران یزرعیل که مشایخ و مربیان پسران اخاب بودند فرستاده، گفت:
2Bij u bevinden zich de zonen van uw heer; verder hebt gij strijdwagens, paarden, een sterke muur en wapenvoorraad.
2«الان چون این مکتوب به شما برسد چونکه پسران آقای شما و ارابهها واسبان و شهر حصاردار و اسلحه با شما است،
3Wanneer deze brief u bereikt, ziet dan uit naar den beste en bekwaamste onder de zonen van uw heer, plaatst hem op de troon van zijn vader, en begint de strijd voor het huis van uw heer.
3پس بهترین و نیکوترین پسران آقای خود راانتخاب کرده، او را بر کرسی پدرش بنشانید و به جهت خانه آقای خود جنگ نمایید.»
4Maar zij werden uitermate bevreesd, en zeiden: Twee koningen hebben hem niet kunnen weerstaan; hoe zouden wij het dan kunnen.
4اما ایشان به شدت ترسان شدند و گفتند: «اینک دو پادشاه نتوانستند با او مقاومت نمایند، پس ما چگونه مقاومت خواهیم کرد؟»
5Daarom lieten de hofmeester, de stadsvoogd, de oudsten en de opvoeders Jehoe berichten: Wij zijn uw dienaren, en al wat gij ons beveelt, zullen wij doen; wij zullen niemand koning maken; gij kunt dus doen, wat gij wilt.
5پس ناظر خانه و رئیس شهر و مشایخ و مربیان را نزد ییهو فرستاده، گفتند: «ما بندگان تو هستیم و هرچه به ما بفرمایی بجا خواهیم آورد، کسی را پادشاه نخواهیم ساخت. آنچه در نظر تو پسند آید، به عمل آور.»
6Nu schreef hij hun een tweede brief van de volgende inhoud: Wanneer gij het met mij houdt en naar mijn bevelen wilt luisteren, neemt dan de hoofden der zonen van uw heer, en brengt mij die morgen om deze tijd te Jizreël. Nu waren er zeventig koningszonen bij de aanzienlijkste burgers der stad gehuisvest, waar ze werden opgevoed.
6پس مکتوبی دیگر به ایشان نوشت و گفت: «اگرشما با من هستید و سخن مرا خواهید شنید، سرهای پسران آقای خود را بگیرید و فردا مثل این وقت نزد من به یزرعیل بیایید.» و آن پادشاه زادگان که هفتاد نفر بودند، نزد بزرگان شهرکه ایشان را تربیت میکردند، میبودند.
7Zodra men de brief ontving, nam men de koninklijke prinsen gevangen, en vermoordde ze alle zeventig. Men deed hun hoofden in manden, en zond ze naar Jizreël.
7و چون آن مکتوب نزد ایشان رسید، پادشاه زادگان را گرفته، هر هفتاد نفر را کشتند وسرهای ایشان را در سبدها گذاشته، به یزرعیل، نزد وی فرستادند.
8Een bode kwam Jehoe berichten, dat men de hoofden van de koninklijke prinsen gebracht had. Hij beval: Legt ze in twee hopen voor de poort tot morgenvroeg.
8و قاصدی آمده، او را خبرداد و گفت: «سرهای پسران پادشاه را آوردند.» اوگفت: «آنها را به دو توده نزد دهنه دروازه تا صبح بگذارید.»
9De volgende morgen ging hij naar buiten, trad voor het verzamelde volk en sprak: Gij zijt rechtvaardig; ik heb een samenzwering gesmeed tegen mijn heer en hem gedood, maar wie heeft deze allen omgebracht?
9و بامدادان چون بیرون رفت، بایستادو به تمامی قوم گفت: «شما عادل هستید. اینک من بر آقای خود شوریده، او را کشتم. اما کیست که جمیع اینها را کشته است؟
10Hieruit ziet ge, dat het woord, door Jahweh tegen het huis van Achab gesproken, niet onvervuld blijft; Jahweh heeft volbracht, wat Hij door zijn dienaar Elias gezegd heeft.
10پس بدانید که ازکلام خداوند که خداوند درباره خاندان اخاب گفته است، حرفی به زمین نخواهد افتاد و خداوندآنچه را که به واسطه بنده خود ایلیا گفته، بجاآورده است.»
11Hierop doodde Jehoe allen, die te Jizreël van Achabs huis nog waren overgebleven, met diens rijksgroten, vertrouwelingen en priesters, totdat er niemand meer over was.
11و ییهو جمیع باقی ماندگان خاندان اخاب را که در یزرعیل بودند، کشت، وتمامی بزرگانش و اصدقایش و کاهنانش را تا از برایش کسی باقی نماند.
12Nu ging Jehoe heen, en begaf zich naar Samaria. In Bet-Ékec der herders, dat op zijn weg lag,
12پس برخاسته، و روانه شده، به سامره آمد وچون در راه به بیت عقد شبانان رسید،
13trof hij de verwanten van Achazja, den koning van Juda. Hij vroeg hun: Wie zijt gij? Zij antwoordden: Wij zijn de verwanten van Achazja, en zijn gekomen, om de zonen van den koning en die van de koningin-moeder te begroeten.
13ییهو به برادران اخزیا، پادشاه یهودا دچار شده، گفت: «شما کیستید؟» گفتند: «برادران اخزیا هستیم ومی آییم تا پسران پادشاه و پسران ملکه را تحیت گوییم.»
14Toen beval hij: Grijpt ze levend. En zijn soldaten grepen ze levend, en doodden ze bij de vijver van Bet-Éked. Ze waren met twee en veertig man; niemand van hen liet hij over.
14او گفت: «اینها را زنده بگیرید.» پس ایشان را زنده گرفتند و ایشان را که چهل و دو نفربودند، نزد چاه بیت عقد کشتند که از ایشان احدی رهایی نیافت.
15Iets verder trof hij Jehonadab, den zoon van Rekab, die hem tegemoet kwam. Hij groette hem en vroeg: Meent gij het even goed met mij, als ik met u? Jehonadab antwoordde: Ja. Toen sprak Jehoe: Geef mij dan de hand. Hij deed het. Jehoe liet hem bij zich op de wagen plaats nemen, en zeide:
15و چون از آنجا روانه شد، به یهوناداب بن رکاب که به استقبال او میآمد، برخورد و او راتحیت نموده، گفت که «آیا دل تو راست است، مثل دل من با دل تو؟» یهوناداب جواب داد که «راست است.» گفت: «اگر هست، دست خود را به من بده.» پس دست خود را به او داد و او وی را نزدخود به ارابه برکشید.
16Kom mee, dan zult gij mijn ijver voor Jahweh zien. Hij liet hem dus op zijn wagen meerijden.
16و گفت: «همراه من بیا، وغیرتی که برای خداوند دارم، ببین.» و او را بر ارابه وی سوار کردند.
17Te Samaria aangekomen, doodde hij allen, die van Achab te Samaria waren overgebleven, totdat hij zijn geslacht had uitgeroeid, naar het woord, dat Jahweh tot Elias gesproken had.
17و چون به سامره رسید، تمامی باقی ماندگان اخاب را که در سامره بودند، کشت به حدی که اثر او را نابود ساخت برحسب کلامی که خداوند به ایلیا گفته بود.
18Nu riep Jehoe heel het volk bijeen en sprak: Achab heeft Báal maar matig gediend; Jehoe zal hem eens beter dienen.
18پس ییهو تمامی قوم را جمع کرده، به ایشان گفت: «اخاب بعل را پرستش قلیل کرد اماییهو او را پرستش کثیر خواهد نمود.
19Roept daarom alle Báalsprofeten en Báalspriesters bij mij; niemand mag ontbreken, want ik wil Báal een groot offer brengen. Iedereen, die wegblijft, verbeurt zijn leven! Dit was een list van Jehoe, om al de dienaars van Báal te kunnen ombrengen.
19پس الان جمیع انبیای بعل و جمیع پرستندگانش و جمیع کهنه او را نزد من بخوانید و احدی از ایشان غایب نباشد زیرا قصد ذبح عظیمی برای بعل دارم. هر که حاضر نباشد زنده نخواهد ماند.» اما ییهو این رااز راه حیله کرد تا پرستندگان بعل را هلاک سازد.
20Nu gaf Jehoe bevel: Schrijft een hoogtij uit ter ere van Báal. Zij deden het;
20و ییهو گفت: «محفلی مقدس برای بعل تقدیس نمایید.» و آن را اعلان کردند.
21en Jehoe liet het door heel Israël afkondigen. Zo kwamen alle dienaars van Báal; niemand bleef weg. Zij gingen de Báaltempel binnen, en heel de tempel liep vol.
21و ییهونزد تمامی اسرائیل فرستاد و تمامی پرستندگان بعل آمدند و احدی باقی نماند که نیامد و به خانه بعل داخل شدند و خانه بعل سرتاسر پر شد.
22Toen beval de magazijnmeester: Haal een feestgewaad voor al de dienaars van Báal. En deze bracht voor ieder van hen een gewaad.
22وبه ناظر مخزن لباس گفت که «برای جمیع پرستندگان بعل لباس بیرون آور.» و او برای ایشان لباس بیرون آورد.
23Nu ging Jehoe met Jehonadab, den zoon van Rekab, naar de Báaltempel, en zei tot de dienaars van Báal: Kijkt goed uit, dat zich hier onder u geen dienaars van Jahweh bevinden, maar enkel dienaars van Báal.
23و ییهو و یهوناداب بن رکاب به خانه بعل داخل شدند و به پرستندگان بعل گفت: «تفتیش کرده، دریافت کنید که کسی ازبندگان یهوه در اینجا با شما نباشد، مگر بندگان بعل و بس.»
24Hierop ging ook Jehoe naar binnen, om de slacht- en brandoffers op te dragen. Tevoren echter had hij buiten tachtig man opgesteld, en hun gezegd: Wie een van de mannen, die gij moet bewaken, laat ontsnappen, boet het met zijn leven.
24پس داخل شدند تا ذبایح وقربانی های سوختنی بگذرانند. و ییهو هشتاد نفربرای خود بیرون در گماشته بود و گفت: «اگریکنفر از اینانی که بهدست شما سپردم رهایی یابد، خون شما به عوض جان او خواهد بود.»
25Toen Jehoe met het offer klaar was, beval hij de soldaten en de aanvoerders: Dringt naar binnen en slaat ze neer; niemand mag ontsnappen. En de soldaten en de aanvoerders joegen ze over de kling en wierpen de lijken er uit. Daarna drongen ze door tot in het allerheiligste van de Báaltempel,
25و چون از گذرانیدن قربانی سوختنی فارغ شدند، ییهو به شاطران و سرداران گفت: «داخل شده، ایشان را بکشید و کسی بیرون نیاید.» پس ایشان را به دم شمشیر کشتند و شاطران وسرداران ایشان را بیرون انداختند. پس به شهربیت بعل رفتند.
26smeten de heilige palen van Báal naar buiten, en verbrandden ze;
26و تماثیل را که در خانه بعل بود، بیرون آورده، آنها را سوزانیدند.
27de heilige zuil van Báal sloegen ze stuk. Tenslotte verwoestten ze de Báaltempel, en maakten er een mestvaalt van. Zo is het gebleven tot op deze dag.
27و تمثال بعل را شکستند و خانه بعل را منهدم ساخته، آن را تا امروز مزبله ساختند.
28Zo roeide Jehoe Báal in Israël uit.
28پس ییهو، اثر بعل رااز اسرائیل نابود ساخت.
29Toch maakte ook Jehoe geen einde aan de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid met de gouden kalveren te Betel en Dan.
29اما ییهو از پیروی گناهان یربعام بن نباط که اسرائیل را مرتکب گناه ساخته بود برنگشت، یعنی از گوساله های طلا که در بیت ئیل و دان بود.
30Nu sprak Jahweh tot Jehoe: Gij hebt goed gehandeld, en gedaan wat recht is in mijn ogen; want wat Ik tegen Achab had besloten, hebt gij ten uitvoer gebracht. Daarom zullen uw zonen tot in het vierde geslacht op de troon van Israël zetelen.
30و خداوند به ییهو گفت: «چونکه نیکویی کردی و آنچه در نظر من پسندبود، بجا آوردی و موافق هرچه در دل من بود باخانه اخاب عمل نمودی، از این جهت پسران توتا پشت چهارم بر کرسی اسرائیل خواهندنشست.»
31Maar Jehoe gaf zich geen moeite, om heel zijn leven in te richten naar de wet van Jahweh, Israëls God; hij maakte geen einde aan de zonde, waartoe Jeroboam Israël had verleid.
31اما ییهو توجه ننمود تا به تمامی دل خود در شریعت یهوه، خدای اسرائیل، سلوک نماید، و از گناهان یربعام که اسرائیل را مرتکب گناه ساخته بود، اجتناب ننمود.
32Daarom begon Jahweh in die tijd het gebied der Israëlieten in te perken; Chazaël versloeg Israël over heel zijn gebied
32و در آن ایام، خداوند به منقطع ساختن اسرائیل شروع نمود و حزائیل، ایشان را درتمامی حدود اسرائیل میزد،
33ten oosten van de Jordaan en veroverde heel het land Gilad, dat aan Gad, Ruben en Manasse behoorde, van Aroër aan het Arnondal af; dus zowel Gilad als Basjan.
33یعنی از اردن به طرف طلوع آفتاب، تمامی زمین جلعاد و جادیان و روبینیان و منسیان را از عروعیر که بر وادی ارنون است و جلعاد و باشان.
34De verdere geschiedenis van Jehoe, met al zijn daden en krijgsverrichtingen, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
34و بقیه وقایع ییهوو هرچه کرد و تمامی تهور او، آیا در کتاب تواریخ ایام پادشاهان اسرائیل مکتوب نیست؟
35Jehoe ging bij zijn vaderen te ruste, en werd te Samaria begraven. Zijn zoon Joachaz volgde hem op.
35پس ییهو با پدران خود خوابید و او را در سامره دفن کردند و پسرش یهواخاز بهجایش پادشاه شد.
36De regering van Jehoe over Israël heeft acht en twintig jaar geduurd.
36و ایامی که ییهو در سامره بر اسرائیل سلطنت نمود، بیست و هشت سال بود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.