2 Korintiers
Chapter 2

2 Korintiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Ik had me daarom voorgenomen, niet meer bij u terug te komen in droefheid.
1So I made up my mind not to make another painful visit to you.
2Want indien ik ú bedroef, wie moet mij dan verblijden? Tenslotte hij alleen, die zelf door mij zou zijn bedroefd.
2For if I grieve you, who is left to cheer me but those whom I have grieved?
3En om dezelfde reden heb ik u ook geschreven, opdat ik bij mijn komst niet bedroefd zou worden door hen, over wie ik mij verheugen moest; ik vertrouwde daarbij van u allen, dat mijn blijdschap ook uw aller blijdschap zou zijn.
3I wrote as I did so that on my arrival I would not be saddened by those who ought to make me rejoice. I had confidence in all of you, that you would share my joy.
4Waarlijk in grote bekommernis en beklemming van hart heb ik u onder veel tranen geschreven, niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt leren kennen, die ik u zo vurig toedraag.
4For through many tears I wrote you out of great distress and anguish of heart, not to grieve you but to let you know how much I love you.
5Wanneer zeker iemand droefheid heeft veroorzaakt, dan heeft hij niet mij bedroefd, maar enigszins althans, om niet te overdrijven, u allen.
5Now if anyone has caused grief, he has not grieved me but all of you—to some degree, not to overstate it.
6Voor die persoon is de bestraffing, door de meerderheid opgelegd, voldoende geweest,
6The punishment imposed on him by the majority is sufficient for him.
7zodat gij hem nu maar vergiffenis moest schenken en bemoedigen, opdat hij niet door overdreven droefheid te gronde gaat.
7So instead, you ought to forgive and comfort him, so that he will not be overwhelmed by excessive sorrow.
8Ik dring er dus op aan, hem door een openlijk besluit weer in liefde aan te nemen.
8Therefore I urge you to reaffirm your love for him.
9Want ook hierom heb ik u geschreven, om proefondervindelijk van u te weten, of gij in alles gehoorzaam zijt.
9My purpose in writing you was to see if you would stand the test and be obedient in everything.
10En wien gij iets vergeeft, dien schenk ook ik vergiffenis. En wat ik vergeven heb, —zo ik tenminste iets te vergeven heb, —dat heb ik voor Christus’ aanschijn vergeven om uwentwil,
10If you forgive anyone, I also forgive him. And if I have forgiven anything, I have forgiven it in the presence of Christ for your sake,
11opdat de satan geen voorsprong op ons krijgt; want over zijn bedoelingen tasten we niet in het duister.
11in order that Satan should not outwit us. For we are not unaware of his schemes.
12Toen ik nu in Troas was aangekomen, om er Christus te preken, en mij door den Heer de deur daartoe was opengezet,
12Now when I went to Troas to preach the gospel of Christ and a door stood open for me in the Lord,
13had ik toch geen rust voor mijn geest, omdat ik er mijn broeder Titus niet aantrof; maar ik nam afscheid van hen, en vertrok naar Macedónië.
13I had no peace in my spirit, because I did not find my brother Titus there. So I said goodbye to them and went on to Macedonia.
14God zij dank! Overal toch leidt Hij ons rond tot Christus’ triomf; allerwege verspreidt Hij door ons de geur van diens kennis.
14But thanks be to God, who always leads us triumphantly as captives in Christ and through us spreads everywhere the fragrance of the knowledge of Him.
15Want Christus’ geur zijn wij voor God, zowel bij hen die worden gered, als bij hen die ten verderve gaan:
15For we are to God the sweet aroma of Christ among those who are being saved and those who are perishing.
16voor den één een doodslucht ten dode, voor den ander een levensgeur ten leven. Wie is tot zulk een taak bekwaam?
16To the one, we are an odor of death and demise; to the other, a fragrance that brings life. And who is qualified for such a task?
17Wij; daar we niet als veel anderen handel drijven met Gods woord, maar met zuivere bedoelingen spreken, op gezag van God, ten overstaan van God, en in Christus.
17For we are not like so many others, who peddle the word of God for profit. On the contrary, in Christ we speak before God with sincerity, as men sent from God.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.