1 Timoteus 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Ge moet niet hard optreden tegen een bejaard man, maar hem vermanen als een vader; jongelieden als broeders,
1Staršího zuřivě netresci, ale napomínej jako otce, mladších jako bratří,
2bejaarde vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters in alle eerbaarheid.
2Starých žen jako matek, mladic jako sestr, ve vší čistotě.
3De weduwen moet ge eren, zo ze inderdaad als weduwen alleen staan.
3Vdovy měj v uctivosti, kteréž pravé vdovy jsou.
4Want zo een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, dan moeten die vóór alles leren, hun eigen familie in ere te houden, en hun ouders het goede te vergelden; want dit is aangenaam aan God.
4Pakli která vdova syny nebo vnuky má, nechažť se oni učí předně k svému domu pobožnosti dokazovati, a zase rodičům se odplacovati; neboť jest to chvalitebné a vzácné před obličejem Božím.
5Wie werkelijk weduwe is en helemaal alleen staat, moet haar hoop op God gevestigd houden, en volharden in bidden en smeken, nacht en dag;
5Kterážť pak právě vdova jest a osaměla, máť naději v Bohu, a trváť na modlitbách a svatých žádostech dnem i nocí.
6als ze een dartel leven leidt, is ze levend dood.
6Ale rozkošná, ta živa jsuci, již umřela.
7Ook dit moet ge inscherpen, opdat ze zich onberispelijk gedragen.
7Protož jim to přikaž, ať jsou bez úhony.
8En zo er een is, die zich niet om haar familie en heel in het bijzonder zich niet om haar huisgenoten bekommert, dan verloochent ze het geloof, en is erger dan een ongelovige.
8Jestliže pak kdo o své, a zvláště o domácí péče nemá, zapřelť jest víry, a jest horší nežli nevěřící.
9Als weduwe mag op de lijst worden geplaatst, die niet beneden de zestig jaren is, en slechts éénmaal gehuwd is geweest.
9Vdova buď vyvolená, kteráž by neměla méně šedesáti let, kteráž byla jednoho muže manželka,
10Ze moet gunstig bekend staan om haar goede werken: dat ze namelijk haar kinderen heeft opgevoed, gastvrijheid beoefend, de voeten der heiligen gewassen, de noodlijdenden ondersteund, en zich aan allerlei goede werken heeft toegewijd.
10O níž by svědectví bylo, že dobré skutky činila; a jestliže dítky své zbožně vychovala, do domu pocestné přijímala, jestliže svatým nohy umývala, jestliže bídným posluhovala, jestliže každého skutku dobrého pilná byla.
11Maar jonge weduwen moet ge afwijzen. Want wanneer oplaaiende zinnelijkheid haar van Christus vervreemdt, willen ze trouwen;
11Ale mladých vdov nepřijímej; nebo když, nedbajíce na Krista, v chlipnost se vydadí, teprv se vdávati chtějí,
12en ze lopen een veroordeling in, omdat ze de vroegere gelofte hebben verbroken.
12Jsouce již hodné odsouzení, protože první víru zrušily.
13Tegelijkertijd leren ze dan leeglopers worden door het houden van huisbezoek; en niet alleen leeglopers, maar ook babbelaars, bemoeiallen, beuzelend over al wat niet past.
13Nýbrž také i zahálejíce, učí se choditi po domích; a netoliko nedělné, ale jsou i klevetné a všetečné, mluvíce, což nesluší.
14Ik verlang dus, dat jongere weduwen trouwen, kinderen ter wereld brengen, haar huishouding besturen, en dat ze den tegenstander geen enkele aanleiding geven tot lasteren.
14Protož chci, aby se mladší vdávaly, děti rodily, hospodyně byly, a tak žádné příčiny protivníku nedávaly ku pomlouvání.
15Feitelijk zijn enkelen reeds achter Satan verloren gelopen.
15Nebo již se některé uchýlily zpět po satanovi.
16Wanneer een gelovige vrouw onder haar verwanten weduwen telt, dan moet zij ze bijstaan; men moet de gemeente er niet mee belasten, opdat deze de eigenlijke weduwen kan helpen.
16Protož má-liť kdo věřící neb která věřící vdovy, opatrujž je, a nebuď obtěžována církev, aby těm, kteréž právě vdovy jsou, postačilo.
17De priesters, die op waardige wijze aan het hoofd staan, moeten dubbele eer worden waardig geacht; vooral als ze zich inspannen door prediking en onderricht.
17Předložení, kteříž dobře spravují, dvojí cti hodni jmíni buďte, zvláště ti, kteříž pracují v slovu Božím a v učení.
18De Schrift immers zegt: “Een dorsenden os zult ge niet muilbanden,” en “de werkman is zijn loon waard.”
18Nebo praví Písmo: Volu mlátícímu nezavížeš úst. A hodenť jest dělník své mzdy.
19Tegen een priester moogt ge geen aanklacht aanvaarden, dan onder twee of drie getuigen.
19Proti staršímu žaloby nepřijímej, leč pode dvěma nebo třmi svědky.
20Hebben ze gezondigd, straf ze dan in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de overigen worden afgeschrikt.
20Ty pak, kteříž hřeší, přede všemi tresci, aby i jiní bázeň měli.
21Ik bezweer u bij God en Christus Jesus en bij de uitverkoren Engelen, dat ge dergelijke zaken zonder vooroordeel behandelt, en niets uit partijdigheid doet.
21Osvědčujiť před obličejem Božím a Pána Jezukrista, i vyvolených andělů jeho, abys těchto věcí ostříhal bez přijímání osob, nic nečině podle náchylnosti.
22Leg niemand overijld de handen op, en maak u niet schuldig aan vreemde zonden.
22Nevzkládej rukou rychle na nižádného, a nepřiúčastňuj se hříchům cizím. Sebe samého ostříhej v čistotě.
23Bewaar uw reinheid; drink niet langer water alleen, maar gebruik wat wijn voor uw maag en uw voortdurende ongesteldheid.
23Nepij již více vody, ale vína skrovně užívej, pro svůj žaludek a časté nemoci své.
24Van sommige mensen zijn de zonden reeds vóór de rechterlijke uitspraak bekend, van anderen eerst daarna.
24Některých lidí hříchové prve zjevní jsou, předcházející soud, některých pak i následují.
25Op dezelfde wijze raken ook de goede werken bekend; in ieder geval, verborgen blijven kunnen ze niet.
25A takž také i skutkové dobří prve zjevní jsou. Což pak jest jinak, ukrýti se nemůže.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.