1 Timoteus 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Toch zegt de Geest uitdrukkelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, en aan dwaalgeesten en duivelse leringen gehoor zullen geven,
1Duch pak světle praví, že v posledních časích odvrátí se někteří od víry, poslouchajíce duchů bludných a učení ďábelských,
2door de huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten hebben toegeschroeid.
2V pokrytství lež mluvících, a cejchované majících svědomí své,
3Lieden, die verbieden te trouwen, en spijzen te gebruiken, welke God heeft geschapen, om met dankzegging te worden genuttigd door hen, die geloven en de waarheid hebben erkend.
3Zbraňujících ženiti se, přikazujících zdržovati se od pokrmů, kteréž Bůh stvořil k užívání s díkčiněním věřícím a těm, jenž poznali pravdu.
4Inderdaad, al wat door God is geschapen, is goed; en niets is verwerpelijk, zo het onder dankzegging genuttigd wordt;
4Nebo všeliké stvoření Boží dobré jest, a nic nemá zamítáno býti, což se s díků činěním přijímá.
5want dan wordt het geheiligd door Gods woord en gebed.
5Posvěcuje se zajisté skrze slovo Boží a modlitbu.
6Zo ge de broeders dit alles voorhoudt, zult ge een goed dienaar zijn van Christus Jesus, u voedend met de woorden van het geloof en met de degelijke leer, die ge u tot richtsnoer gesteld hebt.
6Toto předkládaje bratřím, budeš dobrý služebník Jezukristův, vykrmený slovy víry a pravého učení, kteréhož jsi následoval.
7Wijs dus de profane oudewijven-fabels van u af. Oefen ook uzelf in godsvrucht.
7Světské pak a babské básně zavrz, ale cvič se v zbožnosti.
8Want de lichaamsoefening is van weinig nut; maar de godsvrucht is nuttig onder alle opzichten, daar ze de belofte bezit van dit leven en van het toekomstige.
8Nebo tělesné cvičení malého jest užitku, ale zbožnost ke všemu jest užitečná, a má i nynějšího i budoucího života zaslíbení.
9Dit is een waarachtig woord en volkomen geloofwaardig.
9Věrnáť jest tato řeč a hodná, aby všelijak oblíbena byla.
10Want daarom zwoegen we en strijden we, omdat we onze hoop hebben gevestigd op den levenden God, die de Zaligmaker is van alle mensen, van de gelovigen vooral.
10Proto zajisté i pracujeme, i pohanění neseme, že naději máme v Bohu živém, kterýž jest spasitel všech lidí, a zvláště věřících.
11Dit moet ge inscherpen en leren.
11Ty věci předkládej a uč.
12Zeker, niemand mag uw jeugd verachten; maar wees gij dan ook een voorbeeld voor de gelovigen in woord en in wandel, in liefde, in geloof en in onschuld.
12Nižádný mladostí tvou nepohrdej, ale buď příkladem věrných v řeči, v lásce, v duchu, u víře, v čistotě.
13Schenk uw aandacht aan de voorlezing, opwekking en lering, totdat ik kom.
13Dokudž k tobě nepřijdu, buďiž pilen čítání, a napomínání, i učení.
14Wees niet zorgeloos met de genadegave, die ge bezit, en die u krachtens een profetie onder handoplegging der priesterschaar is geschonken.
14Nezanedbávej daru, kterýž jest v tobě, jenž jest dán skrze proroctví s vzkládáním rukou starších na tě.
15Draag dáárvoor zorg, en leef er in, opdat uw vooruitgang aan iedereen mag blijken.
15O tom přemyšluj, v tom buď ustavičně, aby prospěch tvůj zjevný byl všechněm.
16Geef acht op uzelf en op het onderricht; blijf daarin volharden. Want zo ge het doet, redt ge uzelf en uw hoorders.
16Budiž sebe pilen i učení, a v tom trvej; nebo to čině, i samého sebe spasíš, i ty, kteříž tebe poslouchají.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.