ΨΑΛΜΟΙ 96
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Τῷ Δαυὶδ, ὅτε ἡ γῆ αὐτοῦ καθίσταται. Ὁ Κύριος ἐβασίλευσεν, ἀγαλλιάσθω ἡ γῆ, εὐφρανθήτωσαν νῆσοι πολλαί.
1Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Heel de aarde, zingt Jahweh ter eer!
2Νεφέλη καὶ γνόφος κύκλῳ αὐτοῦ, δικαιοσύνη καὶ κρίμα κατόρθωσις τοῦ θρόνου αὐτοῦ.
2Zingt voor Jahweh, en zegent zijn Naam, Verkondigt zijn heil iedere dag;
3Πῦρ ἐναντίον αὐτοῦ προπορεύσεται, καὶ φλογιεῖ κύκλῳ τοὺς ἐχθροὺς αὐτοῦ.
3Meldt aan de naties zijn glorie, Aan alle volkeren zijn wonderen!
4Ἔφαναν αἱ ἀστραπαὶ αὐτοῦ τῇ οἰκουμένῃ, εἶδε καὶ ἐσαλεύθη ἡ γῆ·
4Want groot is Jahweh, hoog te prijzen, En boven alle goden te vrezen!
5τὰ ὄρη ὡσεὶ κηρὸς ἐτάκησαν ἀπὸ προσώπου Κυρίου, ἀπὸ προσώπου Κυρίου πάσης τῆς γῆς.
5Ja, alle goden der volkeren zijn niets, Maar Jahweh heeft de hemel gemaakt;
6Ἀνήγγειλαν αἱ οὐρανοὶ τὴν δικαιοσύνην αὐτοῦ, καὶ εἴδοσαν πάντες οἱ λαοὶ τὴν δόξαν αὐτοῦ.
6Glans en glorie zijn voor zijn aanschijn, Kracht en luister in zijn heilige woning.
7Αἰσχυνθήτωσαν πάντες οἱ προσκυνοῦντες τοῖς γλυπτοῖς, οἱ ἐγκαυχώμενοι ἐν τοῖς εἰδώλοις αὐτῶν· προσκυνήσατε αὐτῷ πάντες ἄγγελοι αὐτοῦ.
7Brengt Jahweh, geslachten der volken, Brengt Jahweh glorie en lof.
8Ἤκουσε καὶ εὐφράνθη Σιὼν, καὶ ἠγαλλιάσαντο αἱ θυγατέρες τῆς Ἰουδαίας, ἕνεκεν τῶν κριμάτων σου Κύριε.
8Brengt Jahweh de eer van zijn Naam, En treedt met offers zijn voorhoven binnen;
9Ὅτι σὺ εἶ Κύριος ὁ ὕψιστος ἐπὶ πᾶσαν τὴν γῆν, σφόδρα ὑπερυψώθης ὑπὲρ πάντας τοὺς θεούς.
9Werpt u neder voor Jahweh in zijn heilige woning, Heel de aarde, beef voor zijn aanschijn!
10Οἱ ἀγαπῶντες τὸν Κύριον, μισεῖτε πονηρόν· φυλάσσει Κύριος τὰς ψυχὰς τῶν ὁσίων αὐτοῦ, ἐκ χειρὸς ἁμαρτωλῶν ῥύσεται αὐτούς.
10Roept het onder de volkeren uit, “Jahweh is Koning! Hij houdt de weegschaal der wereld, zodat ze niet schommelt, En de volkeren richt Hij naar recht!”
11Φῶς ἀνέτειλε τῷ δικαίῳ, καὶ τοῖς εὐθέσι τῇ καρδίᾳ εὐφροσύνη.
11Laat de hemelen juichen, de aarde jubelen, Laat bulderen de zee met wat ze bevat.
12Εὐφράνθητε δίκαιοι ἐν τῷ Κυρίῳ, καὶ ἐξομολογεῖσθε τῇ μνήμῃ τῆς ἁγιωσύνης αὐτοῦ.
12Laat jubelen het veld, met wat er op groeit, In het woud alle bomen juichen
no verse 13 in this text
13Voor het aanschijn van Jahweh, want Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten! Met rechtvaardigheid richt Hij de wereld, En de volkeren naar zijn trouw.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.