Epistola Di S. Paolo I A' Corinti
Chapter 14

Epistola Di S. Paolo I A' Corinti

Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Epistola Di S. Paolo I A' Corinti 14

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1PROCACCIATE la carità, ed appetite, come a gara, i doni spirituali; ma principalmente che voi profetizziate.
1Jaagt de liefde na, en streeft dan naar de Geestesgaven, doch naar het profeteren het meest.
2Perciocchè, chi parla in linguaggio strano non parla agli uomini, ma a Dio; poichè niuno l'intende, ma egli ragiona misteri in ispirito.
2Wie talen spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God; want niemand verstaat hem, maar in geestverrukking spreekt hij geheimzinnige woorden uit.
3Ma chi profetizza ragiona agli uomini, in edificazione, ed esortazione, e consolazione.
3Maar wie profeteert, spreekt voor mensen tot stichting, vermaning en troost.
4Chi parla in linguaggio strano edifica sè stesso; ma chi profetizza edifica la chiesa.
4Wie talen spreekt, sticht zichzelf; maar wie profeteert, sticht de gemeente.
5Or io voglio bene che voi tutti parliate linguaggi; ma molto più che profetizziate; perciocchè maggiore è chi profetizza che chi parla linguaggi, se non ch'egli interpreti, acciocchè la chiesa ne riceva edificazione.
5Ik wens u allen toe, dat gij in talen moogt spreken, maar meer nog, dat gij moogt profeteren; want hij die profeteert, overtreft hem die in talen spreekt, behalve als hij het ook vertolkt, zodat de gemeente er stichting uit trekt.
6Ed ora, fratelli, se io venissi a voi parlando in linguaggi strani , che vi gioverei, se non che io vi parlassi o in rivelazione, o in scienza, o in profezia, o in dottrina?
6Welnu broeders, als ik tot u kwam en in talen sprak, wat nut zou ik u stichten, zo ik niet tevens u toesprak met openbaring of kennis, met profetie of met lering?
7Le cose inanimate stesse che rendono suono, o flauto, o cetera, se non dànno distinzione a' suoni, come si riconoscerà ciò che è sonato in sul flauto, o in su la cetera?
7Het gaat er mee als met de levenloze muziekinstrumenten, fluit of citer; zo ze verwarde geluiden voortbrengen, hoe komt men dan te weten, wat er gefloten of getokkeld wordt?
8Perciocchè, se la tromba dà un suono sconosciuto, chi si apparecchierà alla battaglia?
8En zo een bazuin een bazuin onzekere klank uitstoot, wie maakt zich dan ten strijde gereed?
9Così ancor voi, se per lo linguaggio non proferite un parlare intelligibile, come s'intenderà ciò che sarà detto? perciocchè voi sarete come se parlaste in aria.
9Zo gaat het ook u met uw taal; zo gij geen verstaanbare woorden doet horen, hoe zal men dan begrijpen wat er gesproken wordt? Gij spreekt dan tegen de wind!
10Vi sono, per esempio, cotante maniere di favelle nel mondo, e niuna nazione fra gli uomini è mutola.
10Er zijn in de wereld wie weet hoeveel talen, en geen enkele is er onverstaanbaar.
11Se dunque io non intendo ciò che vuol dir la favella, io sarò barbaro a chi parla, e chi parla sarà barbaro a me.
11Maar wanneer ik de zin der taal niet versta, dan ben ik een barbaar voor iemand, die met me spreekt, en hij voor mij.
12Così ancor voi, poichè siete desiderosi de' doni spirituali, cercate d'abbondarne, per l'edificazion della chiesa.
12Zo moet ook gij, nu gij toch zo naar geestverrukking hunkert, er ijverig naar streven, om daarmee de stichting der gemeente zoveel mogelijk te bevorderen.
13Perciò, chi parla linguaggio strano , preghi di potere interpretare.
13Dus, hij die in talen spreekt, moet bidden, dat hij ook vertolken kan.
14Perciocchè, se io fo orazione in linguaggio strano , ben fa lo spirito mio orazione, ma la mia mente è infruttuosa.
14Want wanneer ik in talen bid, dan bidt wel mijn geest, maar mijn verstand dient voor niets.
15Che si deve adunque fare? io farò orazione con lo spirito, ma la farò ancora con la mente; salmeggerò con lo spirito, ma salmeggerò ancora con la mente.
15Hoe moet het dan? Ik wil bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik wil lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand.
16Poichè, se tu benedici con lo spirito, come dirà colui che occupa il luogo dell'idiota Amen al tuo ringraziamento, poichè egli non intende ciò che tu dici?
16Want wanneer ge een dankzegging uitspreekt in geestverrukking, hoe zal dan iemand, die tot de oningewijden behoort, het “Amen” kunnen zeggen op uw dankzegging, daar hij niet weet, wat ge zegt.
17Perciocchè tu rendi ben grazie, ma altri non è edificato.
17Zeker, gij van uw kant spreekt een schoon dankgebed uit, maar de ander wordt er niet door gesticht.
18Io ringrazio l'Iddio mio, che io ho più di questo dono di parlar diverse lingue che tutti voi.
18Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in talen spreek;
19Ma nella chiesa io amo meglio dir cinque parole per la mia mente, acciocchè io ammaestri ancora gli altri, che diecimila in lingua strana .
19maar toch wil ik in de gemeente liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderrichten, dan tienduizend in een taal.
20Fratelli, non siate fanciulli di senno; ma siate bambini in malizia, e uomini compiuti in senno.
20Broeders, weest geen kinderen in uw oordeel, maar weest onmondig in het kwaad en rijp in uw oordeel.
21Egli è scritto nella legge: Io parlerò a questo popolo per genti di lingua strana, e per labbra straniere; e non pur così mi ascolteranno, dice il Signore.
21In de Wet staat geschreven: ”Door mensen met vreemde taal, En door lippen van vreemden Zal Ik spreken tot dit volk; Ook dan zullen ze niet naar Mij horen. Spreekt de Heer.”
22Per tanto, i linguaggi son per segno, non a' credenti, anzi agli infedeli; ma la profezia non è per gl'infedeli, anzi per li credenti.
22De talen zijn dus een teken niet voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen; de profetie daarentegen is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.
23Se dunque, quando tutta la chiesa è raunata insieme, tutti parlano linguaggi strani , ed entrano degl'idioti, o degl'infedeli, non diranno essi che voi siete fuori del senno?
23Veronderstelt nu eens, dat heel de gemeente op één plaats bijeen is en allen in talen spreken, en dat er een oningewijde of een ongelovige binnenkomt; zullen ze dan niet zeggen, dat gij waanzinnig zijt?
24Ma, se tutti profetizzano, ed entra alcun infedele, o idiota, egli è convinto da tutti, è giudicato da tutti.
24Maar zo allen profeteren, en er komt een ongelovige of oningewijde binnen, dan wordt hij door allen overtuigd, door allen geoordeeld,
25E così i segreti del suo cuore son palesati; e così, gettandosi in terra sopra la sua faccia, egli adorerà Iddio, pubblicando che veramente Iddio è fra voi.
25en zijn hartsgeheimen worden blootgelegd; dan zal hij neervallen op zijn aangezicht, God aanbidden, en het openlijk verkondigen, dat waarlijk God in uw midden is.
26CHE convien dunque fare , fratelli? Quando voi vi raunate, avendo ciascun di voi, chi salmo, chi dottrina, chi linguaggio, chi rivelazione, chi interpretazione, facciasi ogni cosa ad edificazione.
26Hoe moet het dan, broeders? Bij uw samenkomsten mag elk iets hebben; de één een psalm, de ander een onderrichting, openbaring, taal of vertolking. Maar alles moet tot stichting geschieden.
27Se alcuno parla linguaggio strano, facciasi questo da due, o da tre al più; e l'un dopo l'altro; ed uno interpreti.
27Wanneer men in talen spreekt, dan geschiede het door twee, hoogstens drie, en op de beurt; en één moet het vertolken.
28Ma, se non vi è alcuno che interpreti, tacciasi nella chiesa colui che parla linguaggi strani ; e parli a sè stesso, e a Dio.
28Zo er geen tolk aanwezig is, dan moet men zwijgen in de gemeente, en slechts spreken voor zichzelf en voor God.
29Parlino due o tre profeti, e gli altri giudichino.
29Van de profeten mogen er twee of drie het woord voeren, en de anderen moeten het beoordelen.
30E se ad un altro che siede è rivelata alcuna cosa , tacciasi il precedente.
30En wanneer een ander, die er bij zit, een openbaring ontvangt, dan moet de eerste zwijgen.
31Poichè tutti ad uno ad uno potete profetizzare; acciocchè tutti imparino, e tutti sieno consolati.
31Zeker, als het úw beurt is, moogt gij allen profeteren, opdat allen er uit leren, en allen worden vertroost.
32E gli spiriti de' profeti son sottoposti a' profeti.
32Profeten-geesten toch zijn aan de profeten zelf onderworpen;
33Perciocchè Iddio non è Dio di confusione, ma di pace; e così si fa in tutte le chiese de' santi.
33want God is geen God van wanorde, maar van vrede. Zoals het in alle gemeenten der heiligen gebeurt,
34Tacciansi le vostre donne nelle raunanze della chiesa, perciocchè non è loro permesso di parlare, ma debbono esser soggette, come ancora la legge dice.
34moeten de vrouwen in de bijeenkomsten zwijgen. Want het is haar taak niet, te spreken; maar ze moeten onderdanig zijn, zoals de Wet het ook zegt.
35E se pur vogliono imparar qualche cosa, domandino i lor propri mariti in casa; perciocchè è cosa disonesta alle donne di parlare in chiesa.
35En wanneer ze inlichtingen verlangen, dan moeten ze thuis haar eigen man er naar vragen. Want het is voor een vrouw onbetamelijk, in de kerk het woord te voeren.
36La parola di Dio è ella proceduta da voi? ovvero è ella pervenuta a voi soli?
36Is het woord Gods soms van u uitgegaan, of is het alleen tot u doorgedrongen?
37Se alcuno si stima esser profeta, o spirituale, riconosca che le cose che io vi scrivo son comandamenti del Signore.
37Zo iemand zich voor een profeet of begenadigde houdt, hij erkenne, dat het een gebod des Heren is, wat ik u schrijf.
38E se alcuno è ignorante, sialo.
38En zo hij het miskent, dan worde hij zelf miskend.
39Così dunque, fratelli miei, appetite, come a gara, il profetizzare, e non divietate il parlar linguaggi.
39Zo dan, mijn broeders, beijvert u om te profeteren, en belemmert het spreken in talen niet.
40Facciasi ogni cosa onestamente, e per ordine.
40Maar laat alles betamelijk en ordelijk gebeuren.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.