ΠΑΡΑΛΕΙΠΟΜΕΝΩΝ Β 3
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἤρξατο Σαλωμὼν τοῦ οἰκοδομεῖν τὸν οἶκον Κυρίου ἐν Ἱερουσαλὴμ ἐν ὄρει τοῦ Ἀμωρία, οὗ ὤφθη Κύριος τῷ Δαυὶδ πατρὶ αὐτοῦ, ἐν τῷ τόπῳ, ᾧ ἡτοίμασε Δαυὶδ ἐν ἅλῳ Ὀρνὰ τοῦ Ἰεβουσαίου.
1Toen begon Salomon met de bouw van de tempel van Jahweh in Jerusalem, op de berg Moria, waar Jahweh aan zijn vader David verschenen was, en waar David de dorsvloer van Ornan, den Jeboesiet, daartoe in orde had gemaakt.
2καὶ ἤρξατο οἰκοδομῆσαι ἐν τῷ μηνὶ τῷ δευτέρῳ ἐν τῷ ἔτει τῷ τετάρτῳ τῆς βασιλείας αὐτοῦ.
2Hij begon met de bouw op de tweede dag van de tweede maand, in het vierde jaar van zijn regering.
3καὶ ταῦτα ἤρξατο Σαλωμὼν τοῦ οἰκοδομῆσαι τὸν οἶκον τοῦ Θεοῦ· μῆκος πήχεων ἡ διαμέτρησις ἡ πρώτη πήχεων ἑξήκοντα καὶ εὗρος πήχεων εἴκοσι.
3De volgende afmetingen legde Salomon aan de bouw van het Godshuis ten grondslag: de lengte, berekend naar ellen van de oude afmeting, bedroeg zestig el, de breedte twintig, en de hoogte honderd twintig el.
4καὶ αἰλὰμ κατὰ πρόσωπον τοῦ οἴκου, μῆκος ἐπὶ πρόσωπον πλάτους τοῦ οἴκου πήχεων εἴκοσι καὶ ὕψος πήχεων ἑκατὸν εἴκοσι· καὶ κατεχρύσωσεν αὐτὸν ἔσωθεν χρυσίῳ καθαρῷ.
4De voorhal, voor het Heilige, was twintig el lang, dus even lang als de tempel breed was; hij bekleedde hem van binnen met zuiver goud.
5καὶ τὸν οἶκον τὸν μέγαν ἐξύλωσε ξύλοις κεδρίνοις καὶ κατεχρύσωσε χρυσίῳ καθαρῷ καὶ ἔγλυψεν ἐπ' αὐτοῦ φοίνικας καὶ χαλαστά.
5De grote ruimte liet hij met cypressenhout beschieten, dat met zuiver goud was bekleed, waarop slingers waren aangebracht.
6καὶ ἐκόσμησε τὸν οἶκον λίθοις τιμίοις εἰς δόξαν καὶ ἐχρύσωσε χρυσίῳ χρυσίου τοῦ ἐκ Φαρουΐμ
6Ook werd de grote ruimte met kostbare stenen versierd. Het goud was afkomstig van Párwaim.
7καὶ ἐχρύσωσε τὸν οἶκον καὶ τοὺς τοίχους αὐτοῦ καὶ τοὺς πυλῶνας καὶ τὰ ὀροφώματα καὶ τὰ θυρώματα χρυσίῳ καὶ ἔγλυψε Χερουβὶμ ἐπὶ τῶν τοίχων.
7Ook de balken, drempels, muren en deuren van dit gebouw liet hij met goud beleggen en op zijn wanden cherubs snijden.
8καὶ ἐποίησε τὸν οἶκον τοῦ ἁγίου τῶν ἁγίων, μῆκος αὐτοῦ ἐπὶ πρόσωπον πλάτους τοῦ οἴκου πήχεων εἴκοσι καὶ τὸ εὗρος πήχεων εἴκοσι, καὶ ἐχρύσωσεν αὐτὸν χρυσίῳ καθαρῷ εἰς Χερουβὶμ εἰς τάλαντα ἑξακόσια.
8Vervolgens liet hij de ruimte van het Allerheiligste inrichten. De lengte, langs de korte zijde van het gebouw, bedroeg twintig el, en de diepte eveneens twintig el. Het werd met zuiver goud overtrokken tot een gewicht van zeshonderd talenten.
9καὶ ὁλκὴ τῶν ἥλων, ὁλκὴ τοῦ ἑνὸς πεντήκοντα σίκλοι χρυσίου. καὶ τὸ ὑπερῷον ἐχρύσωσε χρυσίῳ.
9Alleen al voor de nagels gebruikte hij vijftig sikkels goud; want de koppen werden met goud overtrokken.
10καὶ ἐποίησεν ἐν τῷ οἴκῳ τῷ ἁγίῳ τῶν ἁγίων Χερουβὶμ δύο, ἔργον ἐκ ξύλων καὶ ἐχρύσωσεν αὐτὰ χρυσίῳ.
10In de ruimte van het Allerheiligste werden twee cherubs geplaatst van olijfhout, dat met goud overtrokken was.
11καὶ αἱ πτέρυγες τῶν Χερουβὶμ τὸ μῆκος πήχεων εἴκοσι, καὶ ἡ πτέρυξ ἡ μία πήχεων πέντε ἁπτομένη τοῦ τοίχου τοῦ οἴκου, καὶ ἡ πτέρυξ ἡ ἑτέρα πήχεων πέντε ἁπτομένη τῆς πτέρυγος τοῦ Χεροὺβ τοῦ ἑτέρου·
11De vleugels der cherubs hadden een gezamenlijke lengte van twintig el. De ene, vijf el lange vleugel van den enen cherub raakte de wand van het gebouw; de andere, vijf el lange vleugel raakte de vleugel van den anderen cherub.
no verse 12 in this text
12De ene, vijf el lange vleugel van den anderen cherub raakte eveneens de wand van het gebouw; de andere, vijf el lange vleugel raakte de vleugel van den eersten cherub.
13καὶ αἱ πτέρυγες τῶν Χερουβὶμ τούτων διαπεπετασμέναι πήχεων εἴκοσι· καὶ αὐτὰ ἑστηκόκα ἐπὶ τοὺς πόδας αὐτῶν, καὶ τὰ πρόσωπα αὐτῶν εἰς τὸν οἶκον.
13De vleugels van die cherubs hadden dus een vlucht van twintig el. De cherubs stonden recht overeind, met hun gelaat naar het Heilige gekeerd.
14καὶ ἐποίησε τὸ καταπέτασμα ὑακίνθου καὶ πορφύρας καὶ κοκκίνου καὶ βύσσου καὶ ὕφανεν ἐν αὐτῷ Χερουβίμ.
14Ook liet hij een voorhangsel vervaardigen van purper en violet, karmozijn en byssus, waarin cherubs waren geweven.
15καὶ ἐποίησεν ἔμπροσθεν τοῦ οἴκου στύλους δύο, πήχεων τριακονταπέντε τὸ ὕψος καὶ τὰς κεφαλὰς αὐτῶν πήχεων πέντε.
15Vóór het gebouw liet hij twee zuilen plaatsen van vijf en dertig el hoogte, met een kapiteel van vijf el op de top.
16καὶ ἐποίησε σερσερὼθ ἐν τῷ δαβὶρ καὶ ἔδωκεν ἐπὶ τῶν κεφαλῶν τῶν στύλων. καὶ ἐποίησε ροΐσκους ἑκατὸν καὶ ἐποίησε ροΐσκους ἐπὶ τῶν χαλαστῶν.
16Hij liet er slingers als kransen voor maken, die op de top der zuilen werden aangebracht, en honderd granaatappels, die aan de slingers werden opgehangen.
17καὶ ἔστησε τοὺς στύλους κατὰ πρόσωπον τοῦ ναοῦ, ἕνα ἐκ δεξιῶν καὶ τὸν ἕνα ἐξ εὐωνύμων, καὶ ἐκάλεσε τὸ ὄνομα τοῦ ἐκ δεξιῶν Κατόρθωσις καὶ τὸ ὄνομα τοῦ ἐξ ἀριστερῶν Ἰσχύς.
17De zuilen liet hij aan de voorkant van het Heilige opstellen: een aan de rechter- en een aan de linkerkant. De ene noemde hij Jakin, de andere Bóaz.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.