約書亞記
Chapter 17
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1瑪拿西 是 約瑟 的長子,他的支派拈鬮所得之地記在下面。至於 瑪拿西 的長子 基列 之父 瑪吉 ,因為是勇士就得了 基列 和 巴珊 。
1Daarna werd door het lot een deel aan Manasse toegewezen; hij was Josefs eerstgeborene. Makir, de eerstgeborene van Manasse, de vader van Gilad, kreeg Gilad en Basjan, daar hij een krijgshaftig man was.
2瑪拿西 其餘的子孫,按着宗族 拈鬮分地 ,就是 亞比以謝 子孫, 希勒 子孫, 亞斯列 子孫, 示劍 子孫, 希弗 子孫, 示米大 子孫;這些按着宗族,都是 約瑟 兒子 瑪拿西 子孫的男丁。
2Maar ook de families van de overige zonen van Manasse kregen hun deel. Het waren de nakomelingen van Abiézer: de zonen van Chélek, Asriël, Sjékem, Chéfer en Sjemida; dit zijn de mannelijke nakomelingen van Manasse, den zoon van Josef, naar hun families.
3瑪拿西 的玄孫, 瑪吉 的曾孫, 基列 的孫子, 希弗 的兒子 西羅非哈 沒有兒子,只有女兒。他的女兒名叫 瑪拉 、 挪阿 、 曷拉 、 密迦 、 得撒 ;
3Selofchad echter, de zoon van Chéfer, zoon van Gilad, zoon van Makir, den zoon van Manasse, had geen zonen maar alleen dochters; ze heetten Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.
4她們來到祭司 以利亞撒 和 嫩 的兒子 約書亞 並眾首領面前,說:「耶和華曾吩咐 摩西 在我們弟兄中分給我們產業。」於是 約書亞 照耶和華所吩咐的,在她們伯叔中,把產業分給她們。
4Dezen verschenen voor den priester Elazar, voor Josuë, den zoon van Noen, en voor de overheden, en zeiden: Jahweh heeft Moses bevolen, ons een erfdeel te geven onder onze broeders. En men gaf haar naar Jahweh’s voorschrift een erfdeel te midden van de broeders van haar vader.
5除了 約旦河 東的 基列 和 巴珊 地之外,還有十分地歸 瑪拿西 ,
5Zo verviel het aandeel van Manasse in tien stukken, behalve nog Gilad en Basjan in het Overjordaanse;
6因為 瑪拿西 的孫女們在 瑪拿西 的孫子中得了產業。 基列 地是屬 瑪拿西 其餘的子孫。
6want ook de dochters van Manasse kregen een erfdeel te midden van zijn zonen. Het land Gilad kwam aan de overige zonen van Manasse.
7瑪拿西 的境界:從 亞設 起,到 示劍 前的 密米他 ,往北到 隱‧他普亞 居民 之地 。
7De grens van Manasse liep van Asjer naar Mikmetat, dat oostelijk van Sikem ligt, en verder zuidwaarts naar de bewoners van En-Tappóeach.
8他普亞 地歸 瑪拿西 ,只是 瑪拿西 境界上的 他普亞 城 歸 以法蓮 子孫。
8Het land Tappóeach behoorde aan Manasse, maar Tappóeach zelf, op de grens van Manasse, was van de Efraïmieten.
9其界下到 加拿河 的南邊。在 瑪拿西 城邑中的這些城邑都歸 以法蓮 。 瑪拿西 的地界是在河北直通到海為止;
9Vervolgens daalde de grens naar de beek Kana af, zuidelijk van de beek. Genoemde steden hoorden bij Efraïm, ofschoon ze midden tussen die van Manasse lagen. De grens van Manasse liep verder ten noorden van de beek, en eindigde bij de zee.
10南歸 以法蓮 ,北歸 瑪拿西 ,以海為界;北邊到 亞設 ,東邊到 以薩迦 。
10Het zuidelijk deel behoorde dus aan Efraïm, het noordelijk aan Manasse; de zee was hun grens. In het noorden raakten ze aan Aser, in het oosten aan Issakar.
11瑪拿西 在 以薩迦 和 亞設 境內,有 伯‧善 和屬 伯‧善 的鎮市, 以伯蓮 和屬 以伯蓮 的鎮市, 多珥 的居民和屬 多珥 的鎮市;又有三處山岡,就是 隱‧多珥 和屬 隱‧多珥 的鎮市; 他納 的居民和屬 他納 的鎮市, 米吉多 的居民和屬 米吉多 的鎮市。
11In Issakar en Aser behoorden bovendien tot Manasse: Bet-Sjean, Jibleam en de bewoners van Dor met onderhorige plaatsen; verder de bewoners van En-Dor, van Taänak, van Megiddo met onderhorige plaatsen: drie heuvelstreken.
12只是 瑪拿西 子孫不能趕出這些城的 居民 , 迦南 人偏要住在那地。
12De kinderen van Manasse konden die steden echter niet veroveren, zodat de Kanaänieten rustig in dit land bleven wonen.
13及至 以色列 人強盛了,就使 迦南 人做苦工,沒有把他們全然趕出。
13Eerst toen de Israëlieten machtig geworden waren, maakten ze de Kanaänieten dienstplichtig; maar verdreven hebben ze hen niet.
14約瑟 的子孫對 約書亞 說:「耶和華到如今既然賜福與我們,我們也族大人多,你為甚麼僅將一鬮一段之地分給我們為業呢?」
14Maar nu spraken de zonen van Josef tot Josuë: Waarom hebt gij mij tenslotte slechts één lot en één deel tot erfbezit gegeven, terwijl ik toch een zo talrijk volk ben, daar Jahweh mij tot dusver heeft gezegend?
15約書亞 說:「你們如果族大人多,嫌 以法蓮 山地窄小,就可以上 比利洗 人、 利乏音 人之地,在樹林中砍伐 樹木 。」
15Josuë antwoordde hun: Als ge zulk een talrijk volk zijt, trekt dan zelf op naar het bosgebied in het land der Perizzieten en Refaieten, en ontgint het, wanneer het bergland van Efraïm te eng voor u is.
16約瑟 的子孫說:「那山地容不下我們,並且住平原的 迦南 人,就是住 伯‧善 和屬 伯‧善 的鎮市,並住 耶斯列 平原的人,都有鐵車。」
16Maar de zonen van Josef zeiden: Het bergland is zeker niet voldoende voor ons; maar al de Kanaänieten, die in de vlakte wonen, hebben ijzeren strijdwagens, zowel die in Bet-Sjean met zijn onderhorige plaatsen wonen, als die in de vlakte van Jizreël.
17約書亞 對 約瑟 家,就是 以法蓮 和 瑪拿西 人,說:「你是族大人多,並且強盛,不可僅有一鬮之地,
17Toen sprak Josuë tot het huis van Josef, tot Efraïm en Manasse: Gij zijt een talrijk volk en beschikt over grote kracht; ge zult niet slechts één lot hebben.
18山地也要歸你,雖是樹林,你也可以砍伐;靠近之地必歸你。 迦南 人雖有鐵車,雖是強盛,你也能把他們趕出去。」
18Want niet alleen het bergland zal u toebehoren, maar ook het bosgebied met zijn bronnen, dat ge kunt ontginnen. Waarachtig, ge zult de Kanaänieten uitdrijven, ook al hebben ze ijzeren wagens, en al zijn ze nog zo sterk.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.