耶利米書 52
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1西底家 登基的時候年二十一歲,在 耶路撒冷 作王十一年。他母親名叫 哈慕她 ,是 立拿 人 耶利米 的女兒。
1Sedekias was een en twintig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Chamital, en was de dochter van Jirmejáhoe uit Libna.
2西底家 行耶和華眼中看為惡的事,是照 約雅敬 一切所行的。
2Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, juist zoals Jojakim had gedaan.
3因此耶和華的怒氣在 耶路撒冷 和 猶大 發作,以致將人民從自己的面前趕出。
3Daarom moest de gramschap van Jahweh wel over Jerusalem en Juda losbarsten, tot Hij ze uit zijn aanschijn zou hebben verworpen. Daar Sedekias in opstand tegen den koning van Babel was gekomen,
4西底家 背叛 巴比倫 王。他作王第九年十月初十日, 巴比倫 王 尼布甲尼撒 率領全軍來攻擊 耶路撒冷 ,對城安營,四圍築壘攻城。
4trok Nabukodonosor, de koning van Babel, in het negende jaar zijner regering, op de tiende dag van de tiende maand, met heel zijn strijdmacht tegen Jerusalem op. Ze belegerden het, en wierpen er een wal omheen.
5於是城被圍困直到 西底家 王十一年。
5Zo bleef de stad ingesloten tot het elfde jaar van koning Sedekias.
6四月初九日,城裏有大饑荒,甚至百姓都沒有糧食。
6Op de negende dag van de vierde maand, toen de hongersnood in de stad al zo nijpend was geworden, dat het gewone volk geen brood meer had,
7城被攻破,一切兵丁就在夜間從靠近王園兩城中間的門,出城逃跑; 迦勒底 人正在四圍攻城。他們就往 亞拉巴 逃去。
7werd er een bres in de stad geslagen. Nu namen al de strijders de vlucht. Ofschoon de Chaldeën rond de stad waren gelegerd, verlieten zij des nachts de stad door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin, en sloegen de weg naar de Araba in.
8迦勒底 的軍隊追趕 西底家 王,在 耶利哥 的平原追上他。他的全軍都離開他四散了。
8Maar het leger der Chaldeën zette den koning achterna, en haalde Sedekias op de vlakte van Jericho in, nadat al zijn troepen hem hadden verlaten.
9迦勒底 人就拿住王,帶他到在 哈馬 地 利比拉 的 巴比倫 王那裏; 巴比倫 王便審判他。
9Ze namen den koning gevangen, en brachten hem voor den koning van Babel, die te Ribla in het landschap Chamat vertoefde. Daar sprak deze het vonnis over hem uit.
10巴比倫 王在 西底家 眼前殺了他的眾子,又在 利比拉 殺了 猶大 的一切首領,
10De koning van Babel liet de zonen van Sedekias voor zijn ogen vermoorden; ook al de aanvoerders van Juda slachtte hij in Ribla af.
11並且剜了 西底家 的眼睛,用銅鍊鎖着他,帶到 巴比倫 去,將他囚在監裏,直到他死的日子。
11Daarna liet de koning van Babel Sedekias de ogen uitsteken, in boeien slaan, en naar Babel brengen, waar hij hem gevangen hield tot aan zijn dood.
12巴比倫 王 尼布甲尼撒 十九年五月初十日,在 巴比倫 王面前侍立的護衛長 尼布撒拉旦 進入 耶路撒冷 ,
12Op de tiende dag van de vijfde maand, in het negentiende jaar van koning Nabukodonosor, den koning van Babel, trok Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, als plaatsvervanger van den koning van Babel Jerusalem binnen.
13用火焚燒耶和華的殿和王宮,又焚燒 耶路撒冷 的房屋,就是各大戶家的房屋。
13Hij stak de tempel van Jahweh, het koninklijk paleis en alle huizen van Jerusalem, al de grotere althans, in brand.
14跟從護衛長 迦勒底 的全軍就拆毀 耶路撒冷 四圍的城牆。
14Al de troepen der Chaldeën, die het hoofd van de lijfwacht ten dienste stonden, haalden de muren van Jerusalem overal neer.
15那時護衛長 尼布撒拉旦 將民中最窮的和城裏所剩下的百姓,並已經投降 巴比倫 王的人,以及大眾所剩下的人,都擄去了。
15Met uitzondering van een deel van het armste volk voerde Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, al wat er van de bevolking der stad was overgebleven, met de overlopers die zich aan den koning van Babel hadden overgegeven, en de verdere rest van het volk in ballingschap weg.
16但護衛長 尼布撒拉旦 留下些民中最窮的,使他們修理葡萄園,耕種田地。
16Alleen het armste volk van het land liet Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, als wijngaardeniers en landbouwers achter.
17耶和華殿的銅柱並殿內的 盆 座和銅海, 迦勒底 人都打碎了,將那銅運到 巴比倫 去了,
17De Chaldeën sloegen de bronzen zuilen van de tempel van Jahweh, met de voetstukken en het bronzen bekken van de tempel van Jahweh aan stukken, en sleepten al het brons ervan naar Babel mee.
18又帶去鍋、鏟子、蠟剪、盤子、調羹,並所用的一切銅器、
18Ook de potten, schoppen, messen, schotels en schalen met al de bronzen vaten, die men nodig had voor de tempeldienst, namen zij mee.
19杯、火鼎、碗、盆、燈臺、調羹、爵,無論金的銀的,護衛長也都帶去了。
19De gouden en zilveren schalen, pannen, kommen, kannen, kandelaars, schotels en bekers behield het hoofd van de lijfwacht voor zich.
20所羅門 為耶和華殿所造的兩根 銅 柱、一個 銅 海,並座下的十二隻銅牛,這一切的銅多得無法可稱。
20Van de twee zuilen, het bekken, de twaalf bronzen runderen onder het bekken, de voetstukken en al de benodigdheden, welke koning Salomon voor de tempel van Jahweh had laten vervaardigen, was het brons niet te wegen.
21這一根柱子高十八肘,厚四指,是空的,圍十二肘。
21Wat de zuilen betreft: De éne was achttien el hoog, en had een omvang van twaalf ellen; ze was hol en de wand was vier vingers dik.
22柱上有銅頂,高五肘;銅頂的周圍有網子和石榴,都是銅的。那一根柱子照此一樣,也有石榴。
22Ze had een bronzen kapiteel, vijf el hoog; rond het kapiteel was een vlechtwerk met granaatappelen aangebracht, alles van brons. Zo was het ook bij de andere zuil.
23柱子四面有九十六個石榴,在網子周圍,共有一百石榴。
23Er waren zes en negentig granaatappelen zichtbaar, maar in het geheel hingen er honderd granaatappelen rondom aan het vlechtwerk.
24護衛長拿住大祭司 西萊雅 、副祭司 西番亞 ,和三個把門的,
24Het hoofd van de lijfwacht nam den hogepriester Seraja en den plaatsvervangenden priester Sefanja met drie dorpelwachters gevangen.
25又從城中拿住一個管理兵丁的官,並在城裏所遇常見王面的七個人和檢點國民軍長的書記,以及城裏所遇見的國民六十個人。
25Uit de stad nam hij een eunuch gevangen, die aanvoerder was der soldaten, met zeven mannen van het koninklijk hof, die in de stad werden aangetroffen; eveneens den kanselier van den legeroverste, die het landvolk had te monsteren, en zestig mannen uit het gewone volk, die zich in de stad bevonden.
26護衛長 尼布撒拉旦 將這些人帶到 利比拉 的 巴比倫 王那裏。
26Neboe-Zaradan, de overste van de lijfwacht, bracht ze gevangen naar Ribla voor den koning van Babel.
27巴比倫 王就把他們擊殺在 哈馬 地的 利比拉 。這樣, 猶大 人被擄去離開本地。
27En de koning van Babel liet ze te Ribla in de landstreek Chamat vermoorden. Juda werd uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
28尼布甲尼撒 所擄的民數記在下面:在他第七年擄去 猶大 人三千零二十三名;
28Het aantal personen, die Nabukodonosor in ballingschap wegvoerde, bedroeg in het zevende jaar van Nabukonosor drieduizend drie en twintig Judeërs;
29尼布甲尼撒 十八年從 耶路撒冷 擄去八百三十二人;
29in het achttiende jaar van Nabukodonosor achthonderd twee en dertig personen uit Jerusalem;
30尼布甲尼撒 二十三年,護衛長 尼布撒拉旦 擄去 猶大 人七百四十五名;共有四千六百人。
30en in het drie en twintigste jaar van Nabukodonosor voerde Naboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, nog zevenhonderd vijf en veertig Judeërs weg; in het geheel vier duizend zeshonderd personen.
31猶大 王 約雅斤 被擄後三十七年, 巴比倫 王 以未‧米羅達 元 年十二月二十五日,使 猶大 王 約雅斤 抬頭,提他出監,
31In het zeven en dertigste jaar der ballingschap van Jehojakin, de koning van Juda, op de vijf en twintigste dag der twaalfde maand, begenadigde Ewil-Merodak bij gelegenheid van zijn troonsbestijging, Jehojakin, den koning van Juda, en ontsloeg hem uit de kerker.
32又對他說恩言,使他的位高過與他一同在 巴比倫 眾王的位,
32Hij ging vriendschappelijk met hem om, en stelde zijn zetel hoger dan die van andere koningen, die bij hem in Babel vertoefden.
33給他脫了囚服。他終身在 巴比倫 王面前吃飯。
33Hij mocht zijn gevangeniskleding afleggen, en tot het eind van zijn leven steeds bij hem aan tafel zitten.
34巴比倫 王賜他所需用的食物,日日賜他一分,終身是這樣,直到他死的日子。
34En zolang hij leefde, werd door den koning van Babel dagelijks in zijn onderhoud voorzien, tot aan de dag van zijn dood.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.