耶利米書 27
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1猶大 王 約西亞 的兒子 約雅敬 登基的時候,有這話從耶和華臨到 耶利米 說:
1In het begin der regering van Sedekias, den zoon van Josias en koning van Juda, werd dit woord door Jahweh tot Jeremias gericht.
2「耶和華對我如此說:你做繩索與軛,加在自己的頸項上,
2Jahweh sprak tot mij: Ge moet u riemen en jukstangen maken, en die om uw hals doen.
3藉那些來到 耶路撒冷 見 猶大 王 西底家 的使臣之手,把繩索與軛送到 以東 王、 摩押 王、 亞捫 王、 泰爾 王、 西頓 王那裏,
3Ge moet die ook aan den koning van Edom, den koning van Moab, den koning der Ammonieten, den koning van Tyrus en den koning van Sidon zenden door bemiddeling van hun gezanten, die naar Jerusalem bij Sedekias, den koning van Juda, zijn gekomen,
4且囑咐使臣,傳與他們的主人說,萬軍之耶和華- 以色列 的上帝如此說:
4en hun de volgende opdracht voor hun meesters meegeven: Dit moet ge tot uw meesters zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God!
5我用大能和伸出來的膀臂,創造大地和地上的人民、牲畜。我看給誰相宜,就把地給誰。
5Door mijn geweldige kracht en gespierde arm heb Ik de aarde geschapen met de mensen en dieren, die op de aarde zijn; en Ik geef ze dus aan wien Ik wil.
6現在我將這些地都交給我僕人 巴比倫 王 尼布甲尼撒 的手,我也將田野的走獸給他使用。
6Welnu, thans heb Ik al deze landen aan mijn dienaar Nabukodonosor, den koning van Babel, gegeven; zelfs de wilde beesten heb Ik hem gegeven, om hem dienstbaar te zijn.
7列國都必服事他和他的兒孫,直到他本國 遭報 的日期來到。那時,多國和大君王要使他作他們的奴僕。
7Alle volken zullen hem, zijn zoon en zijn kleinzoon dienen, totdat ook voor zijn land de tijd is gekomen, dat machtige volken en grote koningen het aan zich zullen onderwerpen.
8「無論哪一邦哪一國,不肯服事這 巴比倫 王 尼布甲尼撒 ,也不把頸項放在 巴比倫 王的軛下,我必用刀劍、饑荒、瘟疫刑罰那邦,直到我藉 巴比倫 王的手將他們毀滅。這是耶和華說的。
8En wanneer een volk of een koninkrijk zich niet aan Nabukodonosor, den koning van Babel, wil onderwerpen, en zijn nek niet in het juk van den koning van Babel wil steken, dan zal Ik dat volk met zwaard, honger en pest komen straffen, spreekt Jahweh, totdat Ik ze geheel en al onder zijn heerschappij heb gebracht.
9至於你們,不可聽從你們的先知和占卜的、圓夢的、觀兆的,以及行邪術的;他們告訴你們說:『你們不致服事 巴比倫 王。』
9Luistert dus niet naar uw profeten, waarzeggers en dromers, naar uw wichelaars en tovenaars, die tot u zeggen: Ge moet u niet onderwerpen aan den koning van Babel!
10他們向你們說假預言,要叫你們遷移,遠離本地,以致我將你們趕出去,使你們滅亡。
10Want ze profeteren u leugens; ze bereiken alleen, dat ze u van uw bodem verjagen, en dat Ik u zal verstoten en gij te gronde zult gaan.
11但哪一邦肯把頸項放在 巴比倫 王的軛下服事他,我必使那邦仍在本地存留,得以耕種居住。這是耶和華說的。」
11Maar het volk, dat zijn nek in het juk van den koning van Babel steekt en hem dient, zal Ik rustig in zijn land laten blijven, spreekt Jahweh, om het te bebouwen en te bewonen.
12我就照這一切的話對猶大王 西底家 說:「要把你們的頸項放在 巴比倫 王的軛下,服事他和他的百姓,便得存活。
12Ook tot Sedekias, den koning van Juda, sprak Ik in dezelfde geest: Steekt uw hals in het juk van den koning van Babel, en onderwerpt u aan hem en zijn volk; dan blijft ge in leven.
13你和你的百姓為何要因刀劍、饑荒、瘟疫死亡,正如耶和華論到不服事 巴比倫 王的那國說的話呢?
13Waarom zoudt gij en uw volk willen sterven door zwaard, honger of pest, waarmee Jahweh het volk heeft bedreigd, dat zich niet onderwerpt aan den koning van Babel?
14不可聽那些先知對你們所說的話;他們說:『你們不致服事 巴比倫 王』,其實他們向你們說假預言。
14Luistert niet naar het woord der profeten, die u zeggen: Ge moet u niet onderwerpen aan den koning van Babel. Want ze profeteren u leugens.
15耶和華說:『我並沒有打發他們,他們卻託我的名說假預言,好使我將你們和向你們說預言的那些先知趕出去,一同滅亡。』」
15Ik heb hun geen zending gegeven, spreekt Jahweh; ze profeteren leugens in mijn Naam, en bereiken alleen, dat Ik u zal verstoten, en dat gij te gronde zult gaan, gijzelf en de profeten, die voor u profeteren.
16我又對祭司和這眾民說:「耶和華如此說:你們不可聽那先知對你們所說的預言。他們說:『耶和華殿中的器皿快要從 巴比倫 帶回來』;其實他們向你們說假預言。
16En tot de priesters en heel dit volk sprak ik: Zo spreekt Jahweh! Luistert niet naar het woord van uw profeten, die u voorspellen: De vaten uit de tempel van Jahweh komen nu spoedig van Babel terug. Want zij profeteren u leugens.
17不可聽從他們,只管服事 巴比倫 王便得存活。這城何致變為荒場呢?
17Luistert niet naar hen, maar onderwerpt u aan den koning van Babel, dan blijft ge in leven. Waarom zou deze stad een puinhoop worden?
18他們若果是先知,有耶和華的話臨到他們,讓他們祈求萬軍之耶和華,使那在耶和華殿中和 猶大 王宮內,並 耶路撒冷 剩下的器皿,不被帶到 巴比倫 去。(
18Als zij werkelijk profeten zijn en het woord van Jahweh bezitten, laat hen dan liever bij Jahweh der heirscharen aandringen, dat ook de vaten, die in de tempel van Jahweh, in het paleis van den koning van Juda en in Jerusalem zijn overgebleven, niet eveneens naar Babel gaan.
19因為萬軍之耶和華論到柱子、 銅 海、 盆 座,並剩在這城裏的器皿,
19Want zo spreekt Jahweh der heirscharen over de zuilen, het bekken, de voetstukken en de rest van het vaatwerk, die in deze stad zijn overgebleven,
20就是 巴比倫 王 尼布甲尼撒 擄掠 猶大 王 約雅敬 的兒子 耶哥尼雅 ,和 猶大 、 耶路撒冷 一切貴冑的時候所沒有掠去的器皿。)
20en die Nabukodonosor, de koning van Babel, niet heeft meegenomen, toen hij Jekonias, den zoon van Jojakim en koning van Juda, met al de voornaamsten van Juda en Jerusalem vandaar naar Babel in ballingschap bracht;
21論到那在耶和華殿中和 猶大 王宮內,並 耶路撒冷 剩下的器皿,萬軍之耶和華- 以色列 的上帝如此說:
21waarachtig, zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God, over de vaten, die in de tempel van Jahweh, in het paleis van Juda’s koning en in Jerusalem zijn overgebleven:
22必被帶到 巴比倫 存在那裏,直到我眷顧 以色列 人的日子。那時,我必將這器皿帶回來,交還此地。這是耶和華說的。」
22Naar Babel gaan ze, en daar zullen ze blijven, tot Ik weer naar hen omzie, spreekt Jahweh, en ze weer terugbreng naar deze plaats!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.