耶利米書
Chapter 3
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1有話說:人若休妻, 妻離他而去,作了別人的妻, 前夫豈能再收回她來? 若收回她來 ,那地豈不是大大玷污了嗎? 但你和許多親愛的行邪淫, 還可以歸向我。 這是耶和華說的。
1Als een man zijn vrouw heeft verstoten, Of ze gaat van hem weg, En wordt de vrouw van een ander: Keert hij dan ooit naar haar terug? Hebt ge dit land niet verpest, Met uw talloze vrienden ontucht bedreven: En zoudt ge tot Mij terugkeren, Is de godsspraak van Jahweh!
2你向淨光的高處舉目觀看, 你在何處沒有淫行呢? 你坐在道旁等候, 好像 阿拉伯 人在曠野 埋伏 一樣, 並且你的淫行邪惡玷污了全地。
2Sla uw ogen op naar de hoogten, en zie: Waar hebt gij u niet laten schenden? Langs de wegen zat ge naar hen te loeren, Als een Arabier in de steppe. Zo hebt ge het land bevuild Met uw ontucht en boosheid;
3因此甘霖停止, 春雨不降。 你還是有娼妓之臉, 不顧羞恥。
3En uw talloze minnaars Zijn u een valstrik geworden. Gij hebt het voorhoofd van een meid, Nooit hebt ge schaamte gekend;
4從今以後,你豈不向我呼叫 說 : 我父啊,你是我幼年的恩主。
4En nu zoudt ge roepen: Gij zijt mijn vader, De vriend van mijn jeugd?
5耶和華豈永遠懷 怒 ,存留到底嗎? 看哪,你又發惡言又行壞事, 隨自己的私意而行。」
5Zal Hij immerdoor wrokken, Ten einde toe toornen? Dàt zijn uw woorden, Maar uw daden zijn boos, zoveel ge kunt.
6約西亞 王在位的時候,耶和華又對我說:「背道的 以色列 所行的,你看見沒有?她上各高山,在各青翠樹下行淫。
6En Jahweh sprak tot mij in de dagen van koning Josias: Hebt ge gezien, wat Israël, de Afvallige, deed: Hoe ze naar iedere hoge berg en onder elke groene boom is gegaan, om daar ontucht te doen?
7她行這些事以後,我說她必歸向我,她卻不歸向我。她奸詐的妹妹 猶大 也看見了。
7Ik dacht bij Mijzelf: Als ze van dit alles genoeg heeft, keert ze wel tot Mij terug; maar ze deed het niet. Haar zuster Juda, de Trouweloze, heeft gezien,
8背道的 以色列 行淫,我為這緣故給她休書休她;我看見她奸詐的妹妹 猶大 ,還不懼怕,也去行淫。
8hoe Ik Israël, de Afvallige, om heel haar ontuchtig gedrag heb verstoten, en haar de scheidingsbrief gaf. Maar haar zuster Juda, de Trouweloze, kende geen vrees: ook zij ging heen, om ontucht te doen;
9因 以色列 輕忽了她的淫亂,和石頭木頭行淫,地就被玷污了。
9door haar lichtzinnig overspel heeft ze het land bezoedeld, en echtbreuk gepleegd met steen en hout.
10雖有這一切的事,她奸詐的妹妹 猶大 還不一心歸向我,不過是假意歸我。這是耶和華說的。」
10Ondanks dit alles bekeerde haar zuster Juda, de Trouweloze, zich niet van ganser harte tot Mij, doch alleen maar in schijn: is de godsspraak van Jahweh!
11耶和華對我說:「背道的 以色列 比奸詐的 猶大 還顯為義。
11En Jahweh zeide tot mij: Nog vlekkeloos staat Israël, de Afvallige, vergeleken bij Juda, de Trouweloze.
12你去向北方宣告說: 耶和華說:背道的 以色列 啊,回來吧! 我必不怒目看你們; 因為我是慈愛的, 我必不永遠存 怒 。 這是耶和華說的。
12Ga heen, en roep deze woorden het noorden in, en spreek: Bekeer u, Israël, Afvallige: spreekt Jahweh; Ik zal geen toornige blik op u werpen, Want Ik ben genadig, spreekt Jahweh.
13只要承認你的罪孽, 就是你違背耶和華-你的上帝, 在各青翠樹下向別 神 東奔西跑, 沒有聽從我的話。 這是耶和華說的。
13Ik wrok niet voor eeuwig, als gij uw schuld maar bekent! Want ge zijt ontrouw geweest aan Jahweh, uw God, Hebt onder iedere groene boom met vreemden gezworven, Maar naar mijn stem niet geluisterd: Is de godsspraak van Jahweh!
14耶和華說:背道的兒女啊,回來吧! 因為我作你們的丈夫, 並且我必將你們從一城取一人, 從一族取兩人,帶到 錫安 。
14Bekeert u, afvallige kinderen: Is de godsspraak van Jahweh! Want Ik ben uw Heer, Ik neem genadig u aan. Van elke stad één, en twee uit een stam Zal Ik van u naar Sion brengen;
15我也必將合我心的牧者賜給你們。他們必以知識和智慧牧養你們。」
15U herders geven naar mijn hart, Die u weiden met kennis en wijsheid.
16耶和華說:「你們在國中生養眾多;當那些日子,人必不再提說耶和華的約櫃,不追想,不記念,不覺缺少,也不再製造。
16En wanneer ge dan groeit in het land, En vruchtbaar wordt in die dagen, spreekt Jahweh: Dan zal niemand meer spreken Van de ark van Jahweh’s verbond! Ze zal niemand in de gedachten meer komen, En niemand zal er aan denken; Niemand zal haar nog missen, Geen andere wordt er gemaakt!
17那時,人必稱 耶路撒冷 為耶和華的寶座;萬國必到 耶路撒冷 ,在耶和華 立 名 的地方 聚集。他們必不再隨從自己頑梗的惡心行事。
17In die dagen wordt Jerusalem “Troon van Jahweh” genoemd, Waar alle volken zich verzamelen, Om de Naam van Jahweh in Jerusalem te eren, En hun afgestompt boos hart niet te volgen.
18當那些日子, 猶大 家要和 以色列 家同行,從北方之地一同來到我賜給你們列祖為業之地。」
18In die dagen zal het huis van Juda Zich met het huis van Israël verenigen; En tezamen uit het Noorderland trekken naar het land, Dat Ik ten erfdeel gaf aan hun vaderen!
19我說:我怎樣將你安置在兒女之中, 賜給你美地, 就是萬國中肥美的產業。 我又說:你們必稱我為父, 也不再轉去不跟從我。
19Want Ik had al gedacht: Hoe zal Ik u vertroetelen als mijn kinderen, En een heerlijk land u schenken: Het prachtigste erfdeel onder de volken! Ik dacht: “Mijn Vader” zult ge Mij noemen, En Mij nooit meer verlaten;
20以色列 家,你們向我行詭詐, 真像妻子行詭詐離開她丈夫一樣。 這是耶和華說的。
20Maar, zoals een vrouw ontrouw wordt aan haar minnaar, Waart ge Mij ontrouw, huis van Israël, spreekt Jahweh!
21在淨光的高處聽見人聲, 就是 以色列 人哭泣懇求之聲, 乃因他們走彎曲之道, 忘記耶和華-他們的上帝。
21Maar dan zal men op de hoogten horen jammeren, Het snikken en smeken van Israëls zonen: Omdat zij de verkeerde weg zijn gegaan, En Jahweh, hun God, zijn vergeten.
22你們這背道的兒女啊,回來吧! 我要醫治你們背道的病。 看哪,我們來到你這裏, 因你是耶和華-我們的上帝。
22“Bekeert u, opstandige kinderen; Dan zal Ik uw ontrouw genezen!” “Hier zijn wij! Wij komen tot U; Want Gij zijt Jahweh, onze God!”
23仰望 從小山或從大山的喧嚷中 得幫助 , 真是枉然的。 以色列 得救,誠然在乎耶和華-我們的上帝。
23Waarachtig, de hoogten waren bedrog, Bedrog het lawaai op de bergen! Neen, bij onzen God, bij Jahweh alleen Ligt Israëls heil!
24從我們幼年以來,那可恥的 偶像 將我們列祖所勞碌得來的羊群、牛群,和他們的兒女都吞吃了。
24De schandgod heeft het vermogen onzer vaderen verslonden, Hun schapen en runderen, hun zonen en dochters;
25我們在羞恥中躺臥吧!願慚愧將我們遮蓋;因為從立國以來,我們和我們的列祖常常得罪耶和華-我們的上帝,沒有聽從耶和華-我們上帝的話。
25In schande liggen wij neer, En de smaad is ons dek! Want we hebben gezondigd tegen Jahweh, onzen God, Wij zelf en onze vaderen, Van onze prilste jeugd af tot heden toe; Niet geluisterd naar Jahweh, onzen God!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.