耶利米書 33
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶利米 還囚在護衛兵的院內,耶和華的話第二次臨到他說:
1Terwijl Jeremias nog gevangen zat in de gevangen-hof, werd voor de tweede maal het woord van Jahweh tot hem gericht:
2「成就的是耶和華,造作、為要建立的也是耶和華;耶和華是他的名。他如此說:
2Zo spreekt Jahweh, die de aarde gemaakt heeft, Haar gevormd en een vaste plaats heeft gegeven: Jahweh is zijn Naam!
3你求告我,我就應允你,並將你所不知道、又大又難的事指示你。
3Roep tot Mij, en Ik zal u verhoren, U grote dingen verkonden, Geheimen, die ge niet kent.
4論到這城中的房屋和 猶大 王的宮室,就是拆毀為擋 敵人 高壘和刀劍的,耶和華- 以色列 的上帝如此說:
4Want zo spreekt Jahweh, Israëls God, Over de huizen van deze stad, En over de paleizen van Juda’s koningen, Die ineengestort liggen voor krijgswal en zwaard, En waar de Chaldeën komen vechten, Om ze met mensenlijken te vullen:
5人要與 迦勒底 人爭戰,正是拿死屍充滿這房屋,就是我在怒氣和忿怒中所殺的人,因他們的一切惡,我就掩面不顧這城。
5Deze stad, die Ik in mijn ziedende toorn heb geslagen, Voor wie Ik om al hun boosheid mijn aanschijn verberg:
6看哪,我要使這城得以痊癒安舒,使城中的人得醫治,又將豐盛的平安和誠實顯明與他們。
6Zie, Ik ga haar wonde sluiten, Ze weer genezen; Hun open Ik de schatten weer Van duurzame vrede.
7我也要使 猶大 被擄的和 以色列 被擄的歸回,並建立他們和起初一樣。
7Ik maak Juda en Israël weer gelukkig, En bouw ze op als weleer;
8我要除淨他們的一切罪,就是向我所犯的罪;又要赦免他們的一切罪,就是干犯我、違背我的罪。
8Ik reinig ze van al hun zonden, Die ze tegen Mij bedreven; Ik vergeef hun al hun misdaden weer, Die ze begingen door hun afval van Mij.
9這城要在地上萬國人面前使我得頌讚,得榮耀,名為可喜可樂之城。萬國人因聽見我向這城所賜的福樂、所施的恩惠平安,就懼怕戰兢。」
9En het zal mijn roem zijn en vreugde, Mijn lof en mijn glorie Bij alle volken der aarde, Die de weldaden horen, die Ik hun breng, Die zullen beven en sidderen van al het goede, Van heel de vrede, die Ik hun schenk.
10耶和華如此說:「你們論這地方,說是荒廢無人民無牲畜之地,但在這荒涼無人民無牲畜的 猶大 城邑和 耶路撒冷 的街上,
10Zo spreekt Jahweh: In deze plaats, waarvan men zegt: Ze is eenzaam, zonder mensen en vee, En in Juda’s steden en Jerusalems straten, Die liggen verwoest, zonder mensen, bewoners en vee,
11必再聽見有歡喜和快樂的聲音、新郎和新婦的聲音,並聽見有人說: 要稱謝萬軍之耶和華, 因耶和華本為善; 他的慈愛永遠 長存 ! 又有奉感謝 祭 到耶和華殿中之人的聲音;因為我必使這地被擄的人歸回,和起初一樣。這是耶和華說的。」
11Zal men de kreten weer horen van blijdschap en vreugde, De jubel van bruidegom en bruid. De stem van hen die zeggen: Looft Jahweh der heirscharen; Want Jahweh is goed, zijn genade duurt eeuwig! De stem van hen, die dankoffers brengen In de tempel van Jahweh. Want Ik maak het land weer gelukkig, Zoals het vroeger was, zegt Jahweh!
12萬軍之耶和華如此說:「在這荒廢無人民無牲畜之地,並其中所有的城邑,必再有牧人的住處;他們要使羊群躺臥在那裏。
12Zo spreekt Jahweh der heirscharen: Dan zal er weer in deze plaats, Die eenzaam is, zonder mensen en vee, En in alle steden van Juda Een weideplaats zijn voor de herders, Waar ze hun kudde laten rusten.
13在山地的城邑、高原的城邑、南地的城邑、 便雅憫 地、 耶路撒冷 四圍的各處,和 猶大 的城邑必再有羊群從數點的人手下經過。這是耶和華說的。」
13In de steden der bergen, in de steden der vlakte, In de steden van de Négeb, En in Benjamins land, Rondom Jerusalem en in de steden van Juda Zullen de schapen weer onder de hand gaan Van hem, die ze telt, spreekt Jahweh!
14耶和華說:「日子將到,我應許 以色列 家和 猶大 家的恩言必然成就。
14Zie, de dagen komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik de Belofte vervul, Die Ik gedaan heb Aan het huis van Israël En aan het huis van Juda!
15當那日子,那時候,我必使 大衛 公義的苗裔長起來;他必在地上施行公平和公義。
15In die dagen en in die tijd Zal Ik David een rechtvaardige Spruit doen ontkiemen, Die recht en gerechtigheid doet in het land!
16在那日子 猶大 必得救, 耶路撒冷 必安然居住,他 的名 必稱為『耶和華-我們的義』。
16In die dagen zal Juda worden verlost, En Jerusalem in veiligheid wonen; Men zal Hem noemen: Jahweh, onze Gerechtigheid!
17「因為耶和華如此說: 大衛 必永不斷人坐在 以色列 家的寶座上;
17Want zo spreekt Jahweh: Nooit zal het David ontbreken Aan een, die op de troon van Israëls huis is gezeten;
18祭司、 利未 人在我面前也不斷人獻燔祭、燒素祭,時常辦理獻祭的事。」
18Ook de priesters van Levi zal het nimmer ontbreken Aan een man voor mijn aanschijn, Die brandoffers brengt en spijsoffers brandt, En slachtoffers opdraagt, voor altijd en immer.
19耶和華的話臨到 耶利米 說:
19Het woord van Jahweh werd tot Jeremias gericht:
20「耶和華如此說:你們若能廢棄我所立白日黑夜的約,使白日黑夜不按時輪轉,
20Zo spreekt Jahweh! Wanneer mijn verbond met de dag wordt verbroken, Of mijn verbond met de nacht, Zodat het op tijd geen dag en geen nacht wordt:
21就能廢棄我與我僕人 大衛 所立的約,使他沒有兒子在他的寶座上為王,並能廢棄我與事奉我的祭司、 利未 人所立的約。
21Dan zal ook het verbond Met David, mijn dienaar, worden verbroken. Dan heeft hij geen zoon meer, die heerst op zijn troon, Zijn er geen priesters van Levi, om Mij te dienen.
22天上的萬象不能數算,海邊的塵沙也不能斗量;我必照樣使我僕人 大衛 的後裔和事奉我的 利未 人多起來。」
22Neen, zoals men het hemels heir niet kan tellen, Het zand aan de zee niet kan meten: Zo zal Ik het zaad van David, mijn dienaar, vermeerderen, Met de Levieten, die Mij dienen.
23耶和華的話臨到 耶利米 說:
23Het woord van Jahweh werd tot Jeremias gericht:
24「你沒有揣摩這百姓的話嗎?他們說:『耶和華所揀選的二族,他已經棄絕了。』他們這樣藐視我的百姓,以為不再成國。
24Hebt ge niet bemerkt, Wat die lieden daar zeggen: “De beide geslachten, door Jahweh verkoren, Heeft Hij verworpen”; En hoe zij mijn volk blijven honen, Dat het geen natie meer is in hun oog.
25耶和華如此說:若是我立白日黑夜的約不能 存住 ,若是我未曾安排天地的定例,
25Zo spreekt Jahweh: Zo waar Ik mijn verbond met de dag en de nacht, En de wetten van hemel en aarde heb gesteld:
26我就棄絕 雅各 的後裔和我僕人 大衛 的後裔,不使 大衛 的後裔治理 亞伯拉罕 、 以撒 、 雅各 的後裔;因為我必使他們被擄的人歸回,也必憐憫他們。」
26Verwerp Ik het kroost van Jakob niet en van David, mijn dienaar; Maar blijf Ik uit zijn kroost de heersers kiezen Over het geslacht van Abraham, Isaäk en Jakob, En zal hen gelukkig maken, Mij hunner ontfermen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.