列王紀上 14
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1那時, 耶羅波安 的兒子 亞比雅 病了。
1Eens werd Abi-ja, de zoon van Jeroboam, ziek.
2耶羅波安 對他的妻說:「你可以起來改裝,使人不知道你是 耶羅波安 的妻,往 示羅 去,在那裏有先知 亞希雅 。他曾告訴我說,你必作這民的王。
2Daarom zei Jeroboam tot zijn vrouw: Ga u verkleden, zodat niemand kan merken, dat gij de vrouw van Jeroboam zijt, en ga dan naar Sjilo; want daar woont de profeet Achi-ja, die mij voorspeld heeft, dat ik koning over dit volk zou worden.
3現在你要帶十個餅,與幾個薄餅,和一瓶蜜去見他,他必告訴你兒子將要怎樣。」
3Neem tien broden mee, een paar koeken en een kruik honing, en ga naar hem toe. Hij zal u zeggen, wat er met den jongen gebeuren zal.
4耶羅波安 的妻就這樣行,起身往 示羅 去,到了 亞希雅 的家。 亞希雅 因年紀老邁,眼目發直,不能看見。
4Jeroboams vrouw deed het; zij stond op, ging naar Sjilo en trad het huis van Achi-ja binnen. Achi-jáhoe nu kon niet meer zien; want zijn ogen stonden star van ouderdom.
5耶和華先曉諭 亞希雅 說:「 耶羅波安 的妻要來問你,因她兒子病了,你當如此如此告訴她。她進來的時候必裝作別的婦人。」
5Maar Jahweh sprak tot hem: Daar is de vrouw van Jeroboam. Zij komt u een godsspraak vragen over haar zoon; want die is ziek. Zo en zo moet ge tot haar spreken. Toen zij nu, als een onbekende vermomd, binnenkwam,
6她剛進門, 亞希雅 聽見她腳步的響聲,就說:「 耶羅波安 的妻,進來吧!你為何裝作別的婦人呢?我奉差遣將凶事告訴你。
6en Achi-jáhoe het geluid harer voetstappen in de deur hoorde, zeide hij: Kom binnen, vrouw van Jeroboam; waarom doet gij u als een onbekende voor? Ik heb opdracht u een harde boodschap over te brengen.
7你回去告訴 耶羅波安 說 :『耶和華- 以色列 的上帝如此說:我從民中將你高舉,立你作我民 以色列 的君,
7Ga en zeg aan Jeroboam:. Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Om u boven het gewone volk te verheffen en u tot koning aan te stellen over Israël, mijn volk,
8將國從 大衛 家奪回賜給你;你卻不效法我僕人 大衛 ,遵守我的誡命,一心順從我,行我眼中看為正的事。
8heb Ik het koninkrijk aan het huis van David ontnomen en het aan u gegeven. Maar gij zijt niet geweest als mijn dienaar David, die mijn geboden onderhield, Mij van ganser harte diende, en enkel deed wat goed was in mijn ogen.
9你竟行惡,比那在你以先的更甚,為自己立了別神,鑄了偶像,惹我發怒,將我丟在背後。
9Neen, ge hebt groter kwaad bedreven dan allen, die u vooraf zijn gegaan; om Mij te tergen hebt ge andere goden en gegoten beelden gemaakt, en Mij vol verachting verworpen.
10因此,我必使災禍臨到 耶羅波安 的家,將屬 耶羅波安 的男丁,無論困住的、自由的都從 以色列 中剪除,必除盡 耶羅波安 的家,如人除盡糞土一般。
10Daarom zal Ik onheil over het huis van Jeroboam brengen. Al wat man is in Jeroboams huis, slaaf of vrij, zal Ik uit Israël verdelgen; want Ik wil het huis van Jeroboam wegvagen, zoals men vuilnis wegwerpt, totdat er niets meer van overblijft.
11凡屬 耶羅波安 的人,死在城中的必被狗吃,死在田野的必被空中的鳥吃。這是耶和華說的。』
11Sterft iemand van Jeroboam in de stad, dan zullen de honden hem verslinden; en sterft iemand van hem op het land, dan zullen de vogels uit de lucht het doen; want Jahweh heeft het gezegd!
12所以你起身回家去吧!你的腳一進城,你兒子就必死了。
12Wat u betreft, sta op en ga naar huis. Op het ogenblik, dat uw voeten de stad betreden, zal de jongen sterven.
13以色列 眾人必為他哀哭,將他葬埋。凡屬 耶羅波安 的人,惟有他得入墳墓;因為在 耶羅波安 的家中,只有他向耶和華- 以色列 的上帝顯出善行。
13Heel Israël zal hem bij zijn begrafenis bewenen; want hij is de enige van het geslacht van Jeroboam, die in een graf zal worden gelegd, omdat hij de enige is in Jeroboams huis, in wien iets goeds werd gevonden voor het aanschijn van Jahweh, Israëls God.
14耶和華必另立一王治理 以色列 。到了日期,他必剪除 耶羅波安 的家;那日期已經到了。
14En de man, die het huis van Israël zal uitroeien, zal door Jahweh tot koning over Israël worden verheven.
15耶和華必擊打 以色列 人,使他們搖動,像水中的蘆葦一般;又將他們從耶和華賜給他們列祖的美地上拔出來,分散在大河那邊;因為他們做木偶,惹耶和華發怒。
15Dit geldt het heden, maar er is nog meer! Want Jahweh zal ook Israël slaan, zoals men een riet in het water zwiept. Hij zal de kinderen van Israël uitroeien uit het heerlijke land, dat Hij aan hun vaderen gaf, en ze verstrooien aan de andere zijde van de Rivier, omdat zij heilige palen hebben gemaakt, om Hem te tergen.
16因 耶羅波安 所犯的罪,又使 以色列 人陷在罪裏,耶和華必將 以色列 人交給 仇敵 。」
16Dan zal Hij Israël prijsgeven om de zonden, die Jeroboam zelf heeft bedreven, en die hij Israël deed bedrijven.
17耶羅波安 的妻起身回去,到了 得撒 ,剛到門檻,兒子就死了。
17Toen stond de vrouw van Jeroboam op, en vertrok. Maar toen zij, in Tirsa aangekomen, de drempel van het huis betrad, stierf de knaap.
18以色列 眾人將他葬埋,為他哀哭,正如耶和華藉他僕人先知 亞希雅 所說的話。
18Heel Israël treurde bij zijn begrafenis, zoals Jahweh door zijn dienaar, den profeet Achi-jáhoe, voorspeld had.
19耶羅波安 其餘的事,他怎樣爭戰,怎樣作王,都寫在 以色列 諸王記上。
19De verdere geschiedenis van Jeroboam, met zijn oorlogen en zijn regering, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
20耶羅波安 作王二十二年,就與他列祖同睡。他兒子 拿答 接續他作王。
20Jeroboam regeerde twee en twintig jaar; toen ging hij bij zijn vaderen te ruste. Zijn zoon Nadab volgde hem op.
21所羅門 的兒子 羅波安 作 猶大 王。他登基的時候年四十一歲,在 耶路撒冷 ,就是耶和華從 以色列 眾支派中所選擇立他名的城,作王十七年。 羅波安 的母親名叫 拿瑪 ,是 亞捫 人。
21Roboam, de zoon van Salomon, werd koning over Juda. Hij was een en veertig jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde zeventien jaar te Jerusalem, de stad, die Jahweh uit al de stammen van Israël had uitverkoren, om er zijn Naam te doen wonen. Zijn moeder heette Naäma, en was een ammonietische.
22猶大 人行耶和華眼中看為惡的事,犯罪觸動他的憤恨,比他們列祖更甚。
22Juda deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh; meer dan hun vaderen prikkelden zij zijn ijverzucht door de zonden, die zij bedreven;
23因為他們在各高岡上,各青翠樹下築壇,立柱像和木偶。
23want op iedere hoge heuvel en onder iedere groene boom richtten zij offerhoogten, heilige zuilen en heilige palen op.
24國中也有孌童。 猶大 人效法耶和華在 以色列 人面前所趕出的外邦人,行一切可憎惡的事。
24Zelfs waren er verminkten in het land. Zo volgden zij al de gruwelen na van de volkeren, die Jahweh voor de kinderen van Israël verdreven had.
25羅波安 王第五年, 埃及 王 示撒 上來攻取 耶路撒冷 ,
25In het vijfde jaar der regering van Roboam trok Sjisjak, de koning van Egypte, tegen Jerusalem op.
26奪了耶和華殿和王宮裏的寶物,盡都帶走,又奪去 所羅門 製造的金盾牌。
26Hij roofde de kostbaarheden van de tempel van Jahweh en van het koninklijk paleis. Alles nam hij mee, ook al de gouden schilden, die Salomon had laten vervaardigen.
27羅波安 王製造銅盾牌代替那金盾牌,交給守王宮門的護衛長看守。
27In de plaats daarvan liet koning Roboam bronzen schilden maken, welke hij toevertrouwde aan de oversten der soldaten, die de wacht hielden aan de ingang van het koninklijk paleis.
28王每逢進耶和華的殿,護衛兵就拿這盾牌,隨後仍將盾牌送回,放在護衛房。
28De soldaten droegen ze, telkens als de koning naar de tempel van Jahweh ging; daarna brachten zij ze terug naar het soldatenverblijf.
29羅波安 其餘的事,凡他所行的,都寫在 猶大 列王記上。
29De verdere geschiedenis van Roboam, met al wat hij deed, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda.
30羅波安 與 耶羅波安 時常爭戰。
30Er was voortdurend oorlog tussen Roboam en Jeroboam.
31羅波安 與他列祖同睡,葬在 大衛城 他列祖的墳地裏。他母親名叫 拿瑪 ,是 亞捫 人。他兒子 亞比央 接續他作王。
31Roboam ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de Davidstad begraven. Zijn zoon Abias volgde hem op.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.