2 ซามูเอล 24
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์ทรงกริ้วอิสราเอลอีกครั้ง และทรงกระตุ้นดาวิดให้ทำสิ่งที่เป็นโทษแก่พวกเขา โดยตรัสว่า “ไปนับจำนวนชาวอิสราเอลกับยูดาห์”
1Nog eens ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Israël. Daarom zette Hij David tegen hen op. Hij sprak: Ga een volkstelling houden in Israël en Juda.
2กษัตริย์สั่งโยอาบผู้บัญชาการกองทัพที่อยู่กับท่านว่า “จงไปทั่วทุกชนเผ่าของอิสราเอล ตั้งแต่ดานถึงเบเออร์เชบา แล้วนับจำนวนประชาชน เพื่อข้าจะรู้ยอดทั้งหมด”
2Toen zeide de koning tot Joab en de bevelhebbers van zijn leger: Ge moet onder alle stammen van Israël rondgaan, van Dan af tot Beër-Sjéba, en een volkstelling houden. Ik wil weten, hoe talrijk het volk is.
3โยอาบทูลกษัตริย์ว่า “ขอพระยาห์เวห์พระเจ้าของท่านทรงเพิ่มประชาชนอีกหนึ่งร้อยเท่า ไม่ว่าขณะนี้จะมีเท่าไร และขอให้นายของข้าผู้เป็นกษัตริย์ได้เห็นด้วยตาตนเอง แต่เหตุใดท่านจึงพอใจกับเรื่องนี้?”
3Joab antwoordde den koning: Jahweh, uw God, moge het volk nog honderdmaal talrijker maken, en het mijn heer en koning laten beleven! Maar waarom heeft mijn heer en koning zijn zinnen gezet op een volkstelling?
4อย่างไรก็ตาม คำสั่งของกษัตริย์มีน้ำหนักเหนือคำคัดค้านของโยอาบและบรรดาผู้บัญชาการทหาร พวกเขาจึงออกจากกษัตริย์ไปนับประชาชนอิสราเอล
4Daar zij zich echter tegen het bevel van den koning niet konden verzetten, verlieten Joab en de bevelhebbers van de legermacht den koning, om een telling te houden van het volk Israël.
5พวกเขาข้ามแม่น้ำจอร์แดนและตั้งค่ายที่อาโรเออร์ ทางขวาของเมืองซึ่งอยู่กลางหุบเขากาด แล้วไปยาเซอร์
5Na de Jordaan overgestoken te zijn, begonnen zij met Aroër, en de stad die midden in het dal ligt, en trokken over Gad verder naar Jazer.
6จากนั้นไปกิเลอาดและแผ่นดินทาห์ทิมโฮดชี ไปดานยาอัน แล้วอ้อมไปไซดอน
6Vervolgens bereikten ze Gilad, daarna Kadesj in het land der Chittieten. Vandaar gingen ze naar Dan, en van Dan ombuigend naar Sidon.
7ต่อไปยังป้อมปราการไทระ และเมืองทั้งหมดของชาวฮีไวต์กับชาวคานาอัน แล้วลงใต้ไปยังเบเออร์เชบาในยูดาห์
7Vervolgens kwamen ze aan de vesting Tyrus en alle chiwwietische en kanaänietische steden. Tenslotte vertrokken ze naar Beër-Sjéba in de Négeb van Juda.
8เมื่อเดินทางไปทั่วแผ่นดินแล้ว พวกเขากลับเยรูซาเล็มหลังผ่านไปเก้าเดือนกับยี่สิบวัน
8Nadat zij zo het gehele land hadden doorkruist, kwamen zij na verloop van negen maanden en twintig dagen in Jerusalem terug.
9โยอาบรายงานยอดสำรวจต่อกษัตริย์ อิสราเอลมีนักรบกล้าถือดาบแปดแสนคน ส่วนยูดาห์มีชายห้าแสนคน
9Joab gaf de uitslag van de volkstelling aan den koning op: Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen, die het zwaard konden hanteren; het aantal Judeërs bedroeg vijfhonderdduizend man.
10หลังจากนับประชาชน ดาวิดรู้สึกผิดในใจ ท่านทูลพระยาห์เวห์ว่า “ข้าพระองค์ทำบาปอย่างยิ่งในเรื่องนี้ บัดนี้ขอพระยาห์เวห์ทรงยกโทษความผิดของผู้รับใช้ด้วยเถิด ข้าพระองค์ทำสิ่งโง่เขลามาก”
10Maar toen David de volkstelling had laten houden, begon hem het geweten te knagen; en hij zeide tot Jahweh: Ik heb zwaar gezondigd met wat ik gedaan heb! Ach Jahweh, vergeef de zonde van uw dienaar; want ik ben dwaas geweest.
11เช้าวันรุ่งขึ้น พระดำรัสของพระยาห์เวห์มาถึงกาดผู้เผยพระวจนะ ผู้หยั่งรู้ของดาวิดว่า
11Nu werd het volgende woord van Jahweh gericht tot den profeet Gad, den ziener van David:
12“ไปบอกดาวิดว่า ‘พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ “เรามีสามอย่างให้เจ้าเลือก จงเลือกอย่างหนึ่ง แล้วเราจะทำกับเจ้า”’”
12Ga aan David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Drie dingen stel Ik u voor, waar ge uw keus uit kunt doen; daarmee zal Ik u treffen!
13กาดมาหาดาวิดแล้วทูลว่า “ท่านจะยอมให้แผ่นดินของท่านกันดารอาหารเจ็ดปี หรือหนีศัตรูที่ไล่ตามท่านสามเดือน หรือให้เกิดโรคระบาดในแผ่นดินสามวัน? โปรดคิดและตอบ เพื่อข้าจะนำคำตอบกลับไปบอกผู้ที่ส่งข้ามา”
13Toen David dan de volgende morgen opstond, begaf Gad zich naar David, bracht hem het woord van Jahweh over, en sprak tot hem: Wilt ge drie jaar lang hongersnood in uw land laten heersen; of wilt ge drie maanden lang vluchten voor uw vijanden, die u op de hielen zitten; of wilt ge drie dagen lang de pest in uw land laten woeden? Bedenk u, en overleg, wat ik moet antwoorden aan Hem, die mij zendt.
14ดาวิดตอบกาดว่า “ข้าทุกข์ใจยิ่งนัก ขอให้เราตกอยู่ในพระหัตถ์พระยาห์เวห์ เพราะพระเมตตาของพระองค์ยิ่งใหญ่ ขออย่าให้ข้าตกอยู่ในมือมนุษย์”
14Toen zeide David tot Gad: Ik weet geen raad; maar ik wil toch liever vallen in de hand van Jahweh, wiens barmhartigheid groot is, dan in de hand van mensen! Zo koos David de pest.
15พระยาห์เวห์จึงส่งโรคระบาดมาในอิสราเอล ตั้งแต่เช้าจนถึงเวลาที่กำหนด ประชาชนตั้งแต่ดานถึงเบเออร์เชบาตายเจ็ดหมื่นคน
15Daarom liet Jahweh van die morgen af tot aan de vastgestelde tijd de pest los op Israël, waardoor van Dan tot Beër-Sjéba zeventigduizend mensen stierven.
16เมื่อทูตสวรรค์ยื่นมือไปยังเยรูซาเล็มเพื่อทำลายเมือง พระยาห์เวห์ทรงเปลี่ยนพระทัยเรื่องภัยพิบัตินั้นและตรัสกับทูตผู้กำลังทำลายประชาชนว่า “พอแล้ว จงหยุดมือ” ขณะนั้นทูตสวรรค์ของพระยาห์เวห์อยู่ข้างลานนวดข้าวของอาราวนาห์ชาวเยบุส
16Ook naar Jerusalem zond Jahweh den engel, om er verderf te stichten. Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, en Hij sprak tot den engel, die onder het volk verderf stichtte: Genoeg nu, trek uw hand terug! De engel van Jahweh bevond zich toen nabij de dorsvloer van Arawna, den Jeboesiet.
17เมื่อดาวิดเห็นทูตสวรรค์ผู้ตีประชาชน ท่านทูลพระยาห์เวห์ว่า “ข้าพระองค์ทำบาปและทำชั่ว แต่แกะเหล่านี้ทำอะไรผิด? ขอพระองค์ลงโทษข้าพระองค์กับวงศ์วานพ่อของข้าพระองค์เถิด”
17En bij het zien van den engel die het volk sloeg, sprak David tot Jahweh: Ach Heer, ik heb gezondigd, ik deed verkeerd; maar wat hebben deze schapen voor schuld? Keer liever uw hand tegen mij en tegen het huis van mijn vader!
18วันนั้นกาดมาหาดาวิดและบอกว่า “จงขึ้นไปสร้างแท่นบูชาถวายพระยาห์เวห์บนลานนวดข้าวของอาราวนาห์ชาวเยบุส”
18Nog diezelfde dag ging Gad naar David en sprak tot hem: Ga voor Jahweh een altaar oprichten op de dorsvloer van Arawna, den Jeboesiet.
19ดาวิดจึงขึ้นไปตามคำของกาด ตามที่พระยาห์เวห์ทรงบัญชา
19Op het woord van Gad ging David op weg, zoals Jahweh het bevolen had.
20อาราวนาห์มองเห็นกษัตริย์กับคนรับใช้กำลังมาหา จึงออกไปหมอบหน้าลงกับพื้นต่อหน้ากษัตริย์
20Toen Arawna, die juist aan het dorsen was, rondkeek en den koning met zijn gevolg naar hem toe zag komen, trad hij vooruit en boog zich voor den koning neer tot op de grond.
21อาราวนาห์ถามว่า “นายของข้าผู้เป็นกษัตริย์มาหาผู้รับใช้ด้วยเหตุใด?” ดาวิดตอบว่า “ข้าจะซื้อลานนวดข้าวของเจ้าเพื่อสร้างแท่นบูชาถวายพระยาห์เวห์ ให้โรคระบาดหยุดทำร้ายประชาชน”
21Arawna vroeg: Met welk doel is mijn heer en koning bij zijn dienaar gekomen? David antwoordde: Om van u de dorsvloer te kopen en een altaar voor Jahweh te bouwen, opdat de plaag van het volk moge wijken.
22อาราวนาห์บอกดาวิดว่า “ขอให้นายของข้าผู้เป็นกษัตริย์นำไปถวายตามที่เห็นว่าดี วัวเหล่านี้ใช้เป็นเครื่องบูชาเผาทั้งตัวได้ ส่วนเลื่อนนวดข้าวกับแอกวัวใช้เป็นฟืน
22Nu sprak Arawna tot David: Laat mijn heer en koning nemen en offeren wat hem goeddunkt! Daar staan de runderen voor het brandoffer, en de dorssleden en jukken kunnen voor brandhout dienen;
23ทั้งหมดนี้ข้า อาราวนาห์ ขอมอบแก่กษัตริย์” แล้วเขาทูลว่า “ขอพระยาห์เวห์พระเจ้าของท่านทรงรับท่าน”
23dit alles, o koning, geeft Arawna den koning om niet. En Arawna besloot: Moge Jahweh, uw God, u welgevallig zijn!
24แต่กษัตริย์ตอบอาราวนาห์ว่า “ไม่ได้ ข้าจะจ่ายเงินซื้อจากเจ้า ข้าจะไม่ถวายเครื่องบูชาเผาทั้งตัวแด่พระยาห์เวห์พระเจ้าของข้าโดยไม่เสียอะไรเลย” ดาวิดจึงซื้อลานนวดข้าวกับวัวด้วยเงินหนักห้าสิบเชเขล
24Maar de koning sprak tot Arawna: Neen, kópen wil ik het van u, en wel voor de volle prijs; ook wil ik aan Jahweh, mijn God, geen offers opdragen, die mij niets kosten. Zo kocht David de dorsvloer en de runderen voor vijftig zilveren sikkels.
25ดาวิดสร้างแท่นบูชาถวายพระยาห์เวห์ที่นั่น และถวายเครื่องบูชาเผาทั้งตัวกับเครื่องบูชาแห่งสันติ พระยาห์เวห์จึงทรงตอบรับคำวิงวอนเพื่อแผ่นดิน และโรคระบาดในอิสราเอลก็หยุดลง
25Hij liet daar een altaar voor Jahweh oprichten; en toen hij brand- en vredeoffers had opgedragen, erbarmde Jahweh Zich over het land, en de plaag week van Israël.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.