2 ซามูเอล 12
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์ส่งนาธันไปหาดาวิด นาธันมาถึงและเล่าว่า “ในเมืองหนึ่งมีชายสองคน คนหนึ่งมั่งมี อีกคนยากจน
1Daarom zond Jahweh den profeet Natan tot David. Hij kwam bij hem en sprak tot hem: Er woonden eens twee mannen in dezelfde stad; de een was rijk, de andere arm.
2ชายมั่งมีมีแกะและวัวมากมาย
2De rijke had schapen en runderen in overvloed,
3ส่วนชายยากจนไม่มีอะไรเลยนอกจากลูกแกะตัวเมียตัวเล็ก ๆ หนึ่งตัวที่เขาซื้อมาเลี้ยง มันเติบโตมากับเขาและลูก ๆ ของเขา มันกินอาหารของเขาเอง ดื่มจากถ้วยของเขา และนอนในอ้อมอกเขา มันเป็นเหมือนลูกสาวของเขา
3de arme bezat niets anders dan één enkel lammetje, dat hij gekocht en in leven had weten te houden. Het was met hem en met z’n kinderen samen opgegroeid; het at van zijn bord, het dronk uit zijn nap, het sliep in zijn schoot; het was voor hem zoveel als een eigen dochter geworden.
4วันหนึ่งมีคนเดินทางมาหาชายมั่งมี เขาไม่อยากนำแกะหรือวัวของตนมาทำอาหารให้แขก จึงเอาลูกแกะของชายยากจนมาทำอาหารให้คนที่มาหา”
4Toen kwam er bezoek voor den rijken man, en omdat hij het niet over zijn hart kon verkrijgen, een van zijn eigen schapen of runderen toe te bereiden voor den vreemdeling die hem bezocht, nam hij het ooilam van den arme weg en maakte dit klaar voor zijn bezoek.
5ดาวิดโกรธชายคนนั้นอย่างมาก และพูดกับนาธันว่า “ข้าขอสาบานต่อพระยาห์เวห์ผู้ทรงพระชนม์ว่า ชายที่ทำเช่นนี้สมควรตาย!
5Hevig verontwaardigd over dien man sprak David tot Natan: Zowaar Jahweh leeft; de man, die dat heeft gewaagd, is des doods schuldig!
6เขาต้องชดใช้แกะสี่เท่า เพราะเขาทำเช่นนั้นและไม่มีความเมตตา!”
6Hij moet het lam zevenvoudig vergoeden, omdat hij dat stuk heeft durven bestaan, en zo harteloos is geweest.
7นาธันพูดกับดาวิดว่า “ท่านนั่นแหละคือชายคนนั้น! พระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลตรัสดังนี้ ‘เราเจิมเจ้าเป็นกษัตริย์เหนืออิสราเอล และช่วยเจ้าให้พ้นจากมือซาอูล
7Maar nu sprak Natan tot David: Gij zelf zijt die man! Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb u gezalfd tot koning van Israël, Ik heb u bevrijd uit de hand van Saul,
8เรามอบวงศ์วานของนายเจ้า รวมทั้งภรรยาของเขาให้แก่เจ้า และมอบวงศ์วานอิสราเอลกับยูดาห์ให้เจ้า หากยังน้อยไป เราก็จะให้เจ้ามากกว่านี้อีก
8Ik heb u het huis van uw heer gegeven en de vrouwen van uw heer in de schoot gelegd, Ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven, en als dat te weinig is, dan wil Ik er nog wel evenveel bijdoen.
9ทำไมเจ้าจึงดูหมิ่นพระดำรัสของพระยาห์เวห์ โดยทำสิ่งชั่วในสายพระเนตรของพระองค์? เจ้าใช้ดาบสังหารอุรียาห์ชาวฮิตไทต์ เอาภรรยาของเขามาเป็นภรรยาของเจ้า และฆ่าเขาด้วยดาบของชาวอัมโมน
9Waarom hebt ge dan het woord van Jahweh geminacht, en gedaan wat Hem mishaagt? Oerija, den Chittiet, hebt ge vermoord en zijn vrouw u tot vrouw genomen en hemzelf door het zwaard van de Ammonieten te laten vermoorden.
10ดังนั้นดาบจะไม่ห่างจากวงศ์วานของเจ้าเลย เพราะเจ้าได้ดูหมิ่นเราและเอาภรรยาของอุรียาห์ชาวฮิตไทต์มาเป็นภรรยาของเจ้า’
10Welnu dan, het zwaard zal nimmermeer uit uw huis wijken, omdat ge Mij hebt geminacht, door de vrouw van Oerija, den Chittiet, tot vrouw te nemen,
11“พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ ‘เราจะทำให้ความชั่วร้ายเกิดขึ้นแก่เจ้าจากในวงศ์วานของเจ้าเอง เราจะเอาภรรยาของเจ้าไปต่อหน้าต่อตาเจ้าและยกให้คนใกล้ตัวเจ้า เขาจะหลับนอนกับภรรยาของเจ้าท่ามกลางแสงแดดนี้
11Zo spreekt Jahweh: Ja, uit uw eigen huis zal Ik de rampen tegen u oproepen! Voor uw eigen ogen zal Ik uw vrouwen weghalen en aan een ander geven, die in het volle daglicht met uw vrouwen zal slapen.
12เจ้าทำเรื่องนี้อย่างลับ ๆ แต่เราจะทำเรื่องนี้ต่อหน้าอิสราเอลทั้งหมดและต่อหน้าดวงอาทิตย์’”
12Gij hebt in het geheim gehandeld, maar Ik zal mijn bedreiging uitvoeren ten aanschouwen van heel Israël, in het volle licht!
13ดาวิดพูดกับนาธันว่า “ข้าทำบาปต่อพระยาห์เวห์แล้ว” นาธันตอบว่า “พระยาห์เวห์ทรงยกโทษบาปของท่านแล้ว ท่านจะไม่ตาย
13Toen zeide David tot Natan: Ik heb tegen Jahweh gezondigd! En Natan sprak tot David: Jahweh vergeeft u uw zonde; gij zult dus niet sterven.
14แต่เพราะการกระทำนี้ของท่านเปิดโอกาสอย่างมากให้ศัตรูของพระยาห์เวห์กล่าวหมิ่นประมาท บุตรของท่านที่เพิ่งเกิดมาจะต้องตายแน่”
14Maar omdat gij door deze daad Jahweh geminacht hebt, moet het kind, dat u geboren is, sterven.
15แล้วนาธันก็กลับบ้าน พระยาห์เวห์ทรงทำให้บุตรที่ภรรยาของอุรียาห์คลอดให้ดาวิดล้มป่วยหนัก
15Toen Natan naar huis was gegaan, sloeg Jahweh het kind, dat de vrouw van Oerija aan David geschonken had, met een zware ziekte.
16ดาวิดวิงวอนพระเจ้าเพื่อเด็กคนนั้น ท่านอดอาหารและเข้าไปนอนบนพื้นดินตลอดคืน
16David smeekte tot God voor het kind; hij vastte streng en bracht de nachten door op de grond.
17ผู้อาวุโสในบ้านของท่านเข้ามายืนข้าง ๆ เพื่อพยุงท่านขึ้นจากพื้น แต่ท่านไม่ยอม และไม่กินอาหารกับพวกเขา
17En als zijn oudste dienaren bij hem kwamen, om hem tot opstaan te bewegen, weigerde hij; ook wilde hij niet met hen eten.
18วันที่เจ็ดเด็กก็ตาย คนรับใช้ของดาวิดไม่กล้าบอก เพราะพูดกันว่า “ตอนเด็กยังมีชีวิต เราพูดกับท่าน ท่านก็ไม่ยอมฟัง หากบอกว่าเด็กตายแล้ว ท่านอาจทำร้ายตนเองก็ได้”
18Toen het kind dan ook de zevende dag stierf, zagen de dienaren van David er tegen op, om hem mede te delen, dat het kind was gestorven. Want ze dachten: Toen het kind nog in leven was, wilde hij al niet naar ons luisteren, als we hem iets zeiden; wat gaat er gebeuren als we hem zeggen, dat het kind dood is? Hij begaat nog een ongeluk!
19แต่ดาวิดเห็นคนรับใช้กระซิบกระซาบกัน จึงรู้ว่าเด็กตายแล้ว ท่านถามพวกเขาว่า “เด็กตายแล้วหรือ?” พวกเขาตอบว่า “ตายแล้ว”
19Maar toen David zijn dienaren geheimzinnig zag fluisteren, begreep hij, dat het kind dood was. En daarom vroeg hij zijn dienaren: Is het kind gestorven? En zij antwoordden: Ja.
20ดาวิดจึงลุกขึ้นจากพื้น อาบน้ำ ชโลมน้ำมัน และเปลี่ยนเสื้อผ้า แล้วเข้าไปในที่ประทับของพระยาห์เวห์เพื่อนมัสการ จากนั้นท่านกลับบ้านของตน ขออาหาร คนรับใช้จึงยกมาให้ และท่านก็กิน
20Nu stond David op van de grond, nam een bad, zalfde zich, verwisselde van kleren en trad het huis van Jahweh binnen, om te bidden. Thuis gekomen liet hij zich een maal gereed maken, en at.
21คนรับใช้ถามว่า “ทำไมท่านทำอย่างนี้? ตอนเด็กยังมีชีวิต ท่านอดอาหารและร้องไห้ แต่พอเด็กตาย ท่านกลับลุกขึ้นกินอาหาร”
21Zijn dienaren zeiden tot hem: Wat moet dat toch betekenen, wat gij doet? Zolang het kind in leven was, hebt gij gevast en geweend: zodra het gestorven is, staat gij op en gij eet.
22ดาวิดตอบว่า “ตอนเด็กยังมีชีวิต ข้าอดอาหารและร้องไห้ เพราะคิดว่า ‘ใครจะรู้? พระยาห์เวห์อาจทรงเมตตาข้าให้เด็กมีชีวิตอยู่ก็ได้’
22Hij antwoordde: Toen het kind nog in leven was, heb ik gevast en geweend; want ik dacht: misschien zal Jahweh mij genadig zijn, en blijft het kind leven.
23แต่ตอนนี้เขาตายแล้ว ข้าจะอดอาหารไปทำไม? ข้าพาเขากลับมาได้หรือ? วันหนึ่งข้าจะไปหาเขา แต่เขาจะไม่กลับมาหาข้า”
23Maar waarom zou ik vasten, nu het gestorven is? Kan ik het soms nog terughalen? Ik zal wel tot hèm gaan, maar hij komt niet bij mij terug.
24ดาวิดปลอบใจบัทเชบาผู้เป็นภรรยา แล้วเข้าไปหลับนอนกับนาง นางคลอดบุตรชาย และดาวิดตั้งชื่อเขาว่าโซโลมอน พระยาห์เวห์ทรงรักเด็กคนนี้
24Daarna troostte David zijn vrouw Bat-Sjéba; hij ging naar haar toe, en had gemeenschap met haar. Zij schonk hem een zoon, dien hij Salomon noemde. En daar Jahweh het kind liefhad,
25พระองค์จึงส่งข่าวผ่านนาธันผู้เผยพระวจนะ และตั้งชื่อเด็กว่าเยดีดิยาห์ เพราะเห็นแก่พระยาห์เวห์
25liet Hij het door den profeet Natan op bevel van Jahweh Jedidja noemen.
26ฝ่ายโยอาบสู้รบกับเมืองรับบาห์ของชาวอัมโมน และยึดนครหลวงได้
26Intussen had Joab de strijd tegen Rabba der Ammonieten voortgezet. Toen hij de stadswijk aan het water had ingenomen,
27โยอาบส่งผู้นำสารไปหาดาวิดพร้อมข้อความว่า “ข้าสู้รบกับเมืองรับบาห์และยึดเมืองที่มีแหล่งน้ำได้แล้ว
27liet hij aan David boodschappen: Ik heb Rabba bestormd en de wijk aan het wate reeds ingenomen.
28บัดนี้จงรวบรวมผู้คนที่เหลือ มาตั้งค่ายล้อมเมืองและยึดเมืองเสีย มิฉะนั้นข้าจะยึดเมืองเอง แล้วเมืองนี้จะถูกเรียกตามชื่อข้า”
28Wil dus de rest van het leger bijeenroepen, het beleg om de stad slaan en haar innemen; anders moet ik de stad veroveren en wordt zij naar mij genoemd.
29ดาวิดรวบรวมคนทั้งหมดไปยังรับบาห์ ต่อสู้และยึดเมืองได้
29Daarom riep David heel het leger bijeen; hij ging naar Rabba, bestormde de stad en nam haar in.
30ท่านถอดมงกุฎจากศีรษะกษัตริย์ของพวกเขา มงกุฎนั้นหนักหนึ่งตะลันต์ ทำด้วยทองคำและประดับอัญมณี แล้วมีผู้นำมาสวมบนศีรษะของดาวิด ท่านนำของที่ปล้นได้จำนวนมากออกจากเมือง
30De kroon van Milkom, die een talent aan goud woog, en waarin een kostbare steen zat, nam hij Milkom van het hoofd, en droeg hem voortaan zelf; bovendien sleepte hij een ontzaglijke buit uit de stad.
31ท่านนำคนในเมืองออกมาและให้ทำงานด้วยเลื่อย เหล็กแหลม และขวานเหล็ก ทั้งยังให้ทำงานที่เตาเผาอิฐ ท่านทำเช่นนี้กับเมืองทั้งหมดของชาวอัมโมน จากนั้นดาวิดกับคนทั้งหมดกลับเยรูซาเล็ม
31Ook haar burgers voerde hij weg; hij gebruikte ze aan de zaag, de ijzeren houwelen en de ijzeren bijlen, en liet ze tichelstenen maken. Zo deed hij met alle steden van de Ammonieten. Daarna keerde David met heel zijn leger naar Jerusalem terug.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.