2 ซามูเอล 15
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1หลังจากนั้นอับซาโลมจัดหารถรบและม้าไว้ใช้เอง พร้อมชายห้าสิบคนวิ่งนำหน้า
1Toen dit alles geregeld was, schafte Absalom zich paard en wagen aan, en vijftig man, die voor hem uit moesten lopen.
2เขาตื่นแต่เช้าไปยืนข้างทางที่ประตูเมือง เมื่อใครมีคดีจะไปขอให้กษัตริย์ตัดสิน อับซาโลมก็เรียกมาถามว่า “เจ้ามาจากเมืองไหน?” คนนั้นตอบว่า “ผู้รับใช้ของท่านมาจากชนเผ่าหนึ่งในอิสราเอล”
2En iedere morgen stond Absalom vroeg aan de kant van de weg naar de poort en sprak iedereen aan, die een klacht had en naar den koning om recht ging. Hij vroeg hen, uit welke plaats ze kwamen, en als ze antwoordden: “Uit die en die stam van Israël komt uw dienaar”,
3อับซาโลมบอกเขาว่า “เรื่องของเจ้ามีเหตุผลและถูกต้อง แต่กษัตริย์ไม่ได้ตั้งใครมารับฟังคดีของเจ้า”
3dan zeide Absalom tot hen: Ja, uw zaak ziet er goed en billijk uit; maar de koning heeft niemand, die naar u luistert.
4แล้วอับซาโลมก็พูดว่า “ถ้ามีใครตั้งข้าเป็นผู้พิพากษาในแผ่นดินก็ดีสิ ทุกคนที่มีคดีหรือข้อพิพาทจะได้มาหาข้า และข้าจะให้ความยุติธรรมแก่เขา!”
4Absalom vervolgde: Was er maar iemand, die mij tot rechter in het land aanstelde, zodat iedereen, die een klacht of rechtszaak had, tot mij kon komen; ik zou hem wel recht verschaffen!
5เมื่อใครเข้ามาใกล้เพื่อจะก้มคำนับเขา อับซาโลมก็ยื่นมือไปจับตัวแล้วจูบคนนั้น
5En kwam iemand naderbij, om zich voor hem neer te buigen, dan stak hij de hand uit, trok hem naar zich toe, en kuste hem.
6อับซาโลมทำอย่างนี้กับชาวอิสราเอลทุกคนที่มาขอให้กษัตริย์ตัดสินคดี เขาจึงชิงใจชาวอิสราเอลไป
6Door zo te doen met alle Israëlieten, die om recht kwamen, palmde Absalom heel Israël in.
7เมื่อครบสี่สิบปี อับซาโลมทูลกษัตริย์ว่า “ขอให้ข้าไปที่เฮโบรนเพื่อทำตามคำปฏิญาณที่ข้าถวายแด่พระยาห์เวห์
7Toen er zo vier jaar waren verlopen, zeide Absalom eens tot den koning: Ik zou wel graag in Hebron een gelofte gaan inlossen, die ik aan Jahweh gedaan heb.
8ตอนอยู่ที่เกชูร์ในซีเรีย ผู้รับใช้ของท่านปฏิญาณไว้ว่า ‘ถ้าพระยาห์เวห์ทรงนำข้ากลับเยรูซาเล็ม ข้าจะปรนนิบัติพระยาห์เวห์’”
8Want toen uw dienaar te Gesjoer in Aram verbleef, heb ik de gelofte gedaan, dat ik Jahweh in Hebron zou eren, als Hij mij veilig naar Jerusalem liet terugkeren.
9กษัตริย์ตอบว่า “ไปโดยสันติเถิด” อับซาโลมจึงไปเฮโบรน
9De koning zeide tot hem: Ga in vrede. Hij vertrok dus en begaf zich naar Hebron,
10แต่อับซาโลมส่งสายลับไปตามชนเผ่าต่าง ๆ ทั่วอิสราเอล พร้อมคำสั่งว่า “พอได้ยินเสียงแตร ให้ประกาศว่า ‘อับซาโลมเป็นกษัตริย์ที่เฮโบรนแล้ว!’”
10nadat hij door ijlboden aan alle stammen in Israël had laten zeggen: Wanneer ge bazuingeschal hoort, moet ge uitroepen: “Absalom is koning geworden in Hebron!”
11ชายสองร้อยคนที่อับซาโลมเชิญจากเยรูซาเล็มเดินทางไปกับเขาโดยไม่ระแวงอะไร และไม่รู้เรื่องแผนการ
11Met Absalom gingen tweehonderd man uit Jerusalem mee; het waren genodigden, die te goeder trouw meekwamen, zonder ergens van af te weten.
12อับซาโลมส่งคนไปตามอาหิโธเฟลชาวกิโลห์ ที่ปรึกษาของดาวิดจากเมืองกิโลห์ ขณะกำลังถวายเครื่องบูชา การกบฏมีกำลังมากขึ้น เพราะมีคนเข้าร่วมฝ่ายอับซาโลมเพิ่มขึ้นเรื่อย ๆ
12Bovendien liet Absalom den Giloniet Achitófel, een raadsheer van David, uit zijn woonplaats Gilo bij het opdragen der offers ontbieden. Zo won de samenzwering aan kracht, en sloten steeds meer mensen zich bij Absalom aan.
13ผู้นำสารมาบอกดาวิดว่า “ชาวอิสราเอลหันใจไปหาอับซาโลมแล้ว”
13Toen dan ook een boodschapper aan David kwam berichten, dat heel Israël partij had gekozen voor Absalom,
14ดาวิดจึงสั่งคนรับใช้ทุกคนที่อยู่กับท่านในเยรูซาเล็มว่า “ลุกขึ้นหนีเถิด มิฉะนั้นพวกเราจะไม่มีใครรอดพ้นจากอับซาโลม รีบไปก่อนเขาจะไล่ทัน นำภัยมาถึงเรา และใช้คมดาบโจมตีเมือง”
14gaf David aan heel zijn hof, dat bij hem in Jerusalem was gebleven, het bevel: Vooruit, op de vlucht; er blijft ons geen ander middel over, om aan Absalom te ontkomen. Haast u, om te vertrekken; anders haast hij zich, haalt ons in, laat het onheil op ons los, en sabelt de hele stad neer.
15คนรับใช้ตอบกษัตริย์ว่า “ผู้รับใช้ของท่านพร้อมทำทุกอย่างที่นายของข้าผู้เป็นกษัตริย์เห็นว่าดี”
15En het hof van David zei tot den koning: Zoals onze heer en koning verkiest; wij staan tot uw dienst.
16กษัตริย์ออกจากเมืองโดยมีคนในบ้านทั้งหมดตามไป แต่กษัตริย์ให้นางสนมสิบคนอยู่ดูแลบ้าน
16Zo vertrok de koning, gevolgd door heel zijn huis; alleen tien bijvrouwen liet hij in Jerusalem achter, om het paleis te bewaken.
17กษัตริย์ออกไปพร้อมผู้คนที่ตามท่าน แล้วหยุดอยู่ที่เบธเมอร์ฮัก
17Maar bij hun vertrek maakten de koning en al het volk, dat hem volgde, halt bij het laatste huis.
18คนรับใช้ทั้งหมดเดินผ่านข้างท่าน ชาวเคเรธีและชาวเปเลธีทั้งหมด รวมถึงชาวกัทหกร้อยคนที่ติดตามท่านมาจากกัท ก็เดินผ่านหน้ากษัตริย์
18Daar trok hem heel het leger voorbij, met al de Kretenzen en Peletiërs. Ook Ittai met alle Gatieten, wel zes honderd man, die den koning waren gevolgd uit Gat, trokken hem voorbij.
19กษัตริย์ถามอิททัยชาวกัทว่า “เจ้าจะมากับพวกเราทำไม? กลับไปอยู่กับกษัตริย์เถิด เจ้าเป็นคนต่างถิ่นและเป็นผู้ลี้ภัย จงกลับถิ่นของเจ้า
19Maar de koning zeide tot Ittai, den Gatiet: Waarom gaat ook gij met ons mee? Keer liever terug en blijft bij den nieuwen koning; want ge zijt een buitenlander, en bovendien uit uw woonplaats verbannen.
20เจ้าเพิ่งมาถึงเมื่อวาน วันนี้ข้าควรให้เจ้าร่อนเร่ไปมากับเราหรือ ในเมื่อข้าเองก็ไม่รู้จะไปไหน? กลับไปและพาพี่น้องของเจ้ากลับด้วย ขอให้ความเมตตาและความซื่อสัตย์อยู่กับเจ้า”
20Pas zijt ge hier gekomen, en nu zou ik u al met ons mee laten dwalen, terwijl ik zelf niet eens weet, waar ik heen ga? Neen, keer terug, neem uw broeders met u mee, en Jahweh betone u zijn genade en trouw!
21อิททัยตอบกษัตริย์ว่า “ข้าขอสาบานต่อพระยาห์เวห์ผู้ทรงพระชนม์ และต่อชีวิตของนายของข้าผู้เป็นกษัตริย์ว่า ไม่ว่าท่านจะอยู่ที่ใด จะตายหรือจะมีชีวิต ผู้รับใช้ของท่านจะอยู่ที่นั่นด้วย”
21Maar Ittai gaf den koning ten antwoord: Zowaar Jahweh leeft, en zowaar mijn heer en koning leeft; op de plaats waar mijn heer en koning is, in dood of leven, daar zal ook uw dienaar zijn.
22ดาวิดบอกอิททัยว่า “ไปเถิด ข้ามไป” อิททัยชาวกัทจึงข้ามไปพร้อมคนของเขาทั้งหมด และเด็กเล็กทุกคนที่มาด้วย
22Toen zeide David tot Ittai: Trek dan voorbij. En Ittai, de Gatiet, trok voorbij met al zijn manschappen en al de kinderen, die bij hem waren.
23คนทั่วแผ่นดินร้องไห้เสียงดังขณะผู้คนข้ามไป กษัตริย์เองก็ข้ามลำธารขิดโรน ทุกคนข้ามไปทางถิ่นทุรกันดาร
23De hele bevolking begon luidkeels te wenen, toen heel het leger voorbijtrok. Terwijl dus de koning bij de beek Kedron stond en al het volk langs hem heen trok in de richting van de woestijn,
24ศาโดกมาที่นั่นพร้อมชาวเลวีทั้งหมดที่หามหีบพันธสัญญาของพระเจ้า พวกเขาวางหีบของพระเจ้าลง อาบียาธาร์ก็ขึ้นไป ขณะที่ประชาชนทั้งหมดข้ามออกจากเมืองจนหมด
24kwam daar ook Sadok met alle levieten, die de verbondsark van God droegen. Ze zetten de ark van God neer, en Ebjatar droeg offers op, totdat al het volk uit de stad was getrokken.
25กษัตริย์สั่งศาโดกว่า “นำหีบของพระเจ้ากลับเข้าเมือง หากข้าเป็นที่โปรดปรานในสายพระเนตรพระยาห์เวห์ พระองค์จะทรงพาข้ากลับมา ให้ข้าได้เห็นทั้งหีบและที่ประทับของพระองค์อีก
25Maar de koning sprak tot Sadok: Breng de ark van God naar de stad terug. Als ik genade vind in Jahweh’s ogen, zal Hij mij terug laten keren, en mij de ark laten zien en de plaats waar zij staat;
26แต่ถ้าพระองค์ตรัสว่า ‘เราไม่พอใจเจ้า’ ข้าก็อยู่ที่นี่แล้ว ขอพระองค์ทรงทำกับข้าตามที่เห็นว่าดี”
26maar als Hij zegt, dat Hij niets van mij wil weten, welnu, dan moet Hij maar met mij doen, zoals het Hem goeddunkt.
27กษัตริย์พูดกับศาโดกปุโรหิตอีกว่า “เจ้าเป็นผู้หยั่งรู้มิใช่หรือ? จงกลับเข้าเมืองโดยสันติ พร้อมบุตรชายของเจ้าสองคน คืออาหิมาอัสบุตรของเจ้า และโยนาธานบุตรของอาบียาธาร์
27En de koning vervolgde tot Sadok, den priester, en Ebjatar: Keert rustig naar de stad terug, en neemt uw beide kinderen mee, Achimáas, uw zoon, en Jehonatan, den zoon van Ebjatar.
28ข้าจะรออยู่ตรงท่าข้ามในถิ่นทุรกันดาร จนกว่าเจ้าจะส่งข่าวมาบอก”
28Ik blijf wachten bij de overgangen naar de woestijn, totdat een boodschap van u mij van de stand van zaken op de hoogte stelt.
29ศาโดกกับอาบียาธาร์จึงนำหีบของพระเจ้ากลับเยรูซาเล็ม และอยู่ที่นั่น
29Daarom brachten Sadok en Ebjatar de ark van God naar Jerusalem terug, en bleven daar.
30ดาวิดขึ้นทางลาดภูเขามะกอกเทศพร้อมร้องไห้ คลุมศีรษะและเดินเท้าเปล่า ทุกคนที่ไปกับท่านก็คลุมศีรษะ ร้องไห้ขณะเดินขึ้นไป
30Nu besteeg David al wenend de Olijfberg, het gezicht bedekt, en barrevoets; ook heel zijn gevolg had het gezicht bedekt en trok wenend mee.
31มีคนมาบอกดาวิดว่า “อาหิโธเฟลเข้าร่วมฝ่ายกบฏกับอับซาโลมแล้ว” ดาวิดจึงทูลว่า “พระยาห์เวห์ ขอทรงทำให้คำปรึกษาของอาหิโธเฟลกลายเป็นความโง่เขลาด้วยเถิด”
31Maar toen men David meldde, dat ook Achitófel zich onder de samenzweerders bij Absalom bevond, zuchtte hij: Moge Jahweh de raad van Achitófel verijdelen!
32เมื่อดาวิดขึ้นถึงยอดเขาซึ่งเป็นที่นมัสการพระเจ้า หุชัยชาวอารคีมาพบท่านโดยฉีกเสื้อคลุมและมีดินบนศีรษะ
32En zie, nauwelijks was David op de top gekomen, waar men zich neerbuigt voor God, of daar trad Choesjai, de Arkiet, hem tegemoet met gescheurde klederen en stof op het hoofd.
33ดาวิดบอกเขาว่า “ถ้าเจ้ามากับข้า เจ้าจะเป็นภาระแก่ข้า
33David sprak tot hem: Als ge met mij mee trekt, zijt ge mij slechts tot last;
34แต่ถ้าเจ้ากลับเข้าเมืองแล้วบอกอับซาโลมว่า ‘ข้าจะเป็นผู้รับใช้ของท่าน กษัตริย์เจ้าข้า ในอดีตข้าเคยรับใช้พ่อของท่าน บัดนี้ข้าจะรับใช้ท่าน’ เจ้าก็จะช่วยข้าทำลายคำปรึกษาของอาหิโธเฟลได้
34maar als ge naar de stad terugkeert en tot Absalom zegt: “Koning, ik wil uw dienaar zijn; vroeger was ik de dienaar van uw vader, nu wil ik uw dienaar zijn, dan zult ge de raad van Achitófel in mijn voordeel kunnen verijdelen.
35ศาโดกกับอาบียาธาร์ปุโรหิตอยู่กับเจ้าที่นั่นมิใช่หรือ? ไม่ว่าเจ้าจะได้ยินอะไรจากวังกษัตริย์ จงบอกศาโดกกับอาบียาธาร์
35Bovendien zijn daar de priesters Sadok en Ebjatar bij de hand. Deel dus alles, wat ge uit het paleis verneemt, aan de priesters Sadok en Ebjatar mede.
36บุตรชายสองคนของพวกเขาก็อยู่ที่นั่น คืออาหิมาอัสบุตรศาโดก และโยนาธานบุตรอาบียาธาร์ จงส่งทุกเรื่องที่เจ้าได้ยินมาถึงข้าทางพวกเขา”
36Die hebben hun twee zonen bij zich, Achimáas van Sadok en Jehonatan van Ebjatar; en alles, wat ge verneemt, kunt ge mij door hen laten weten”.
37หุชัยสหายของดาวิดจึงเข้าเมือง ส่วนอับซาโลมก็มาถึงเยรูซาเล็ม
37Zo kwam Choesjai, de vriend van David, in de stad, toen Absalom zijn intocht in Jerusalem hield.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.