متّی 20
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1«زیرا ملکوت آسمان صاحبخانهای را ماند که بامدادان بیرون رفت تا عمله بجهت تاکستان خود به مزد بگیرد.
1Het rijk der hemelen toch is gelijk aan een heer des huizes, die in de vroege morgen uitging, om arbeiders voor zijn wijngaard te huren.
2پس با عمله، روزی یک دینار قرار داده، ایشان را به تاکستان خود فرستاد.
2Nadat hij met de arbeiders was overeengekomen voor één tienling per dag, stuurde hij ze naar zijn wijngaard.
3و قریب به ساعت سوم بیرون رفته، بعضی دیگر را در بازار بیکار ایستاده دید.
3En tegen het derde uur ging hij uit, en zag anderen werkeloos staan op de markt.
4ایشان را نیز گفت: “شما هم به تاکستان بروید وآنچه حق شما است به شما میدهم.” پس رفتند.
4Hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard; en wat billijk is, zal ik u geven.
5باز قریب به ساعت ششم و نهم رفته، همچنین کرد.
5Ze gingen er heen. Opnieuw ging hij tegen het zesde en het negende uur, en deed eveneens.
6و قریب به ساعت یازدهم رفته، چند نفردیگر بیکار ایستاده یافت. ایشان را گفت: “از بهرچه تمامی روز در اینجا بیکار ایستادهاید؟”
6Ook tegen het elfde uur ging hij uit, en vond er nog anderen staan. En hij sprak tot hen: Waarom staat gij hier de hele dag werkeloos?
7گفتندش: “هیچکس ما را به مزد نگرفت.” بدیشان گفت: “شما نیز به تاکستان بروید و حق خویش راخواهید یافت.”
7Ze zeiden hem: Omdat niemand ons heeft gehuurd. Hij zei hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard.
8و چون وقت شام رسید، صاحب تاکستان به ناظر خود گفت: “مزدوران راطلبیده، از آخرین گرفته تا اولین مزد ایشان را اداکن.”
8Toen het nu avond geworden was, sprak de heer van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon: te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.
9پس یازده ساعتیان آمده، هر نفری دیناری یافتند.
9Zij die op het elfde uur waren gekomen, ontvingen ieder een tienling.
10و اولین آمده، گمان بردند که بیشترخواهند یافت. ولی ایشان نیز هر نفری دیناری یافتند.
10Toen nu ook de eersten kwamen, dachten ze meer te zullen ontvangen; maar ook zij kregen ieder een tienling.
11اما چون گرفتند، به صاحبخانه شکایت نموده،
11Ze namen hem aan, maar begonnen tegen den heer des huizes te mopperen,
12گفتند که “این آخرین، یک ساعت کار کردند و ایشان را با ما که متحمل سختی و حرارت روز گردیدهایم مساوی ساختهای؟”
12en zeiden: Dezen hier, die het laatst zijn gekomen, hebben slechts één uur gewerkt; en ge stelt ze gelijk met ons, die de last en de hitte van de dag hebben gedragen.
13او در جواب یکی از ایشان گفت: “ای رفیق بر تو ظلمی نکردم. مگر به دیناری با من قرار ندادی؟
13Maar hij antwoordde aan één van hen: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt ge niet voor een tienling met mij overeengekomen?
14حق خود را گرفته برو. میخواهم بدین آخری مثل تو دهم.
14Neem dus het uwe, en ga heen. Ik wil aan hem, die het laatst is gekomen, evenveel geven als aan u.
15آیا مرا جایز نیست که از مال خود آنچه خواهم بکنم؟ مگر چشم توبد است از آن رو که من نیکو هستم؟”
15Of staat het me niet vrij, met het mijne te doen wat ik wil? Of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?
16بنابراین اولین آخرین و آخرین اولین خواهند شد، زیراخواندهشدگان بسیارند و برگزیدگان کم.»
16Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.
17و چون عیسی به اورشلیم میرفت، دوازده شاگرد خود را در اثنای راه به خلوت طلبیده بدیشان گفت:
17Toen Jesus naar Jerusalem ging, nam Hij onderweg de twaalf leerlingen ter zijde, en sprak tot hen:
18«اینک به سوی اورشلیم میرویم و پسر انسان به روسای کهنه و کاتبان تسلیم کرده خواهد شد و حکم قتل او را خواهندداد،
18Ziet, wij gaan op naar Jerusalem; en de Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden, en ze zullen Hem ter dood veroordelen.
19و او را به امتها خواهند سپرد تا او رااستهزا کنند و تازیانه زنند و مصلوب نمایند و درروز سوم خواهد برخاست.»
19Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen, om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen; maar op de derde dag zal Hij verrijzen.
20آنگاه مادر دو پسر زبدی با پسران خود نزدوی آمده و پرستش نموده، از او چیزی درخواست کرد.
20Nu kwam de moeder der zonen van Zebedeüs naar Hem toe, vergezeld van haar zonen; ze viel voor Hem neer, om Hem iets te vragen.
21بدو گفت: «چه خواهش داری؟» گفت: «بفرما تا این دو پسر من در ملکوت تو، یکی بر دست راست و دیگری بر دست چپ تو بنشینند.»
21Hij zeide haar: Wat verlangt ge? Ze sprak: Laat deze twee zonen van mij gezeten zijn in uw rijk, de een aan uw rechter-, de ander aan uw linkerhand.
22عیسی در جواب گفت: «نمی دانید چه میخواهید. آیا میتوانید از آن کاسهای که من مینوشم، بنوشید و تعمیدی را که من مییابم، بیابید؟» بدو گفتند: «میتوانیم.»
22Maar Jesus antwoordde: Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drinken zal? Ze zeiden: Dat kunnen we.
23ایشان را گفت: «البته از کاسه من خواهیدنوشید و تعمیدی را که من مییابم، خواهید یافت. لیکن نشستن بهدست راست و چپ من، از آن من نیست که بدهم، مگر به کسانی که از جانب پدرم برای ایشان مهیا شده است.»
23Hij sprak tot hen: Mijn kelk zult gij wel drinken; maar het zitten aan mijn rechter- en linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hen, wien het door mijn Vader bereid is.
24اما چون آن ده شاگرد شنیدند، بر آن دوبرادر به دل رنجیدند.
24Toen de tien anderen dit hoorden, werden ze verontwaardigd op de beide broers.
25عیسی ایشان را پیش طلبیده، گفت: «آگاه هستید که حکام امتها برایشان سروری میکنند و روسا بر ایشان مسلطند.
25Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak: Gij weet, dat de vorsten over de volkeren heersen, en dat de rijksgroten ze hun macht laten voelen.
26لیکن در میان شما چنین نخواهد بود، بلکه هرکه در میان شما میخواهد بزرگ گردد، خادم شماباشد.
26Zo moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn;
27و هرکه میخواهد در میان شما مقدم بود، غلام شما باشد.
27en wie onder u de eerste wil wezen, moet uw knecht zijn.
28چنانکه پسر انسان نیامدتا مخدوم شود بلکه تا خدمت کند و جان خود رادر راه بسیاری فدا سازد.»
28Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.
29و هنگامی که از اریحا بیرون میرفتند، گروهی بسیار از عقب او میآمدند.
29Toen zij Jericho verlieten, volgde Hem een grote menigte. En zie, twee blinden, die langs de weg waren gezeten, hoorden, dat Jesus voorbijging, en riepen:
30که ناگاه دومرد کور کنار راه نشسته، چون شنیدند که عیسی در گذر است، فریاد کرده، گفتند: «خداوندا، پسرداودا، بر ما ترحم کن!»
30Heer, zoon van David, ontferm u onzer.
31و هرچند خلق ایشان را نهیب میدادند که خاموش شوند، بیشتر فریادکنان میگفتند: «خداوندا، پسر داودا، بر ما ترحم فرما!»
31Het volk viel tegen hen uit, om hen tot zwijgen te brengen. Maar ze riepen nog harder: Heer, zoon van David, ontferm u onzer.
32پس عیسی ایستاده، به آواز بلند گفت: «چه میخواهید برای شما کنم؟»
32Jesus bleef staan, riep hen, en sprak: Wat wilt gij, dat Ik voor u doe?
33به وی گفتند: «خداوندا، اینکه چشمان ما بازگردد!»
33Ze zeiden: Heer, dat onze ogen worden geopend.
34پس عیسی ترحم نموده، چشمان ایشان را لمس نمودکه در ساعت بینا گشته، از عقب او روانه شدند.
34En Jesus, door medelijden bewogen, raakte hun ogen aan. Aanstonds zagen ze, en volgden Hem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.