متّی 19
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1و چون عیسی این سخنان را به اتمام رسانید، از جلیل روانه شده، به حدودیهودیه از آن طرف اردن آمد.
1Toen Jesus deze onderrichting geëindigd had, verliet Hij Galilea, en ging naar het gebied van Judea aan de overkant van de Jordaan.
2و گروهی بسیار ازعقب او آمدند و ایشان را در آنجا شفا بخشید.
2En grote scharen volgden Hem, en Hij genas ze daar.
3پس فریسیان آمدند تا او را امتحان کنند وگفتند: «آیا جایز است مرد، زن خود را به هر علتی طلاق دهد؟»
3Ook de farizeën kwamen naar Hem toe, om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: Is het een man geoorloofd, zijn vrouw te verstoten, om welke reden ook?
4او در جواب ایشان گفت: «مگرنخواندهاید که خالق در ابتدا ایشان را مرد و زن آفرید،
4Hij antwoordde hun: Hebt gij niet gelezen, dat Hij, die in het begin den mens heeft geschapen, hen man en vrouw heeft gemaakt;
5و گفت از این جهت مرد، پدر و مادرخود را رها کرده، به زن خویش بپیوندد و هر دویک تن خواهند شد؟
5en dat Hij gezegd heeft: “Daarom zal de man vader en moeder verlaten, en zich hechten aan zijn vrouw; en die twee zullen één vlees zijn”? Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees.
6بنابراین بعد از آن دونیستند بلکه یک تن هستند. پس آنچه را خداپیوست انسان جدا نسازد.»
6Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.
7به وی گفتند: «پس از بهرچه موسیامر فرمود که زن را طلاقنامه دهند و جدا کنند؟»
7Ze zeiden Hem: Waarom heeft Moses dan bevolen, een scheidingsbrief te geven, en eerst dan de vrouw te verstoten?
8ایشان را گفت: «موسی بهسبب سنگدلی شما، شما را اجازت داد که زنان خود را طلاق دهید. لیکن از ابتدا چنین نبود.
8Hij antwoordde hun: Om de hardheid van uw gemoed heeft Moses u toegestaan, uw vrouw te verstoten; in het begin echter was het zo niet.
9و به شما میگویم هرکه زن خود را بغیر علت زناطلاق دهد و دیگری را نکاح کند، زانی است و هرکه زن مطلقهای را نکاح کند، زنا کند.»
9Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, buiten het geval van overspel, en een andere huwt, begaat overspel;
10شاگردانش بدو گفتند: «اگر حکم شوهر بازن چنین باشد، نکاح نکردن بهتر است!»
10Zijn leerlingen zeiden tot Hem: Als zó de verhouding is van den man tot de vrouw, dan is het niet raadzaam te huwen.
11ایشان را گفت: «تمامی خلق این کلام را نمی پذیرند، مگر به کسانی که عطا شده است.
11Hij sprak tot hen: Niet allen begrijpen dit woord, maar zij alleen, aan wie het gegeven is.
12زیرا که خصیها میباشند که از شکم مادر چنین متولدشدند و خصیها هستند که از مردم خصی شدهاند و خصیها میباشند که بجهت ملکوت خدا خود را خصی نمودهاند. آنکه توانایی قبول دارد بپذیرد.»
12Er zijn onhuwbaren, die zo geboren zijn van de moederschoot af; en er zijn onhuwbaren, die door de mensen onhuwbaar gemaakt zijn; en er zijn onhuwbaren, die zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt om het rijk der hemelen. Wie het vatten kan, hij vatte het.
13آنگاه چند بچه کوچک را نزد او آوردند تادستهای خود را بر ایشان نهاده، دعا کند. اماشاگردان، ایشان را نهیب دادند.
13Toen werden er kinderen tot Hem gebracht, opdat Hij ze de handen zou opleggen, en voor hen bidden. De leerlingen wezen ze af.
14عیسی گفت: «بچه های کوچک را بگذارید و از آمدن نزد من، ایشان را منع مکنید، زیرا ملکوت آسمان از مثل اینها است.»
14Maar Jesus zei hun: Laat de kinderen begaan, en belet ze niet, tot Mij te komen; want het rijk der hemelen is voor hen, die zijn zoals zij.
15و دستهای خود را بر ایشان گذارده از آن جا روانه شد.
15En na hun de handen te hebben opgelegd, ging Hij heen.
16ناگاه شخصی آمده، وی را گفت: «ای استادنیکو، چه عمل نیکو کنم تا حیات جاودانی یابم؟»
16En zie, daar trad iemand op Hem toe, die tot Hem sprak: Goede Meester, wat goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen?
17وی را گفت: «از چه سبب مرا نیکو گفتی و حال آنکه کسی نیکو نیست، جز خدا فقط. لیکن اگربخواهی داخل حیات شوی، احکام را نگاه دار.»
17Hij zeide hem: Waarom vraagt ge Mij naar het goede; Eén is er goed. Wilt ge dus het leven binnengaan, onderhoud dan de geboden.
18بدو گفت: «کدام احکام؟» عیسی گفت: «قتل مکن، زنا مکن، دزدی مکن، شهادت دروغ مده،
18Hij zei Hem: Welke? En Jesus sprak: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
19و پدر و مادر خود را حرمت دار و همسایه خود را مثل نفس خود دوست دار.»
19eer uw vader en moeder; heb uw naaste lief als uzelf.
20جوان وی را گفت: «همه اینها را از طفولیت نگاه داشتهام. دیگر مرا چه ناقص است؟»
20De jonge man zeide tot Hem: Dat alles heb ik onderhouden; wat ontbreekt me nog?
21عیسی بدو گفت: «اگر بخواهی کامل شوی، رفته مایملک خود رابفروش و به فقراء بده که در آسمان گنجی خواهی داشت؛ و آمده مرا متابعت نما.»
21Jesus zeide hem: Zo ge volmaakt wilt zijn, ga dan verkopen wat ge bezit, geef het aan de armen, en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
22چون جوان این سخن را شنید، دل تنگ شده، برفت زیرا که مال بسیار داشت.
22Maar toen de jongeling dit woord vernam, ging hij treurig heen; want hij had veel bezittingen.
23عیسی به شاگردان خود گفت: «هرآینه به شما میگویم که شخص دولتمند به ملکوت آسمان به دشواری داخل میشود.
23Nu sprak Jesus tot zijn leerlingen: Voorwaar, Ik zeg u: het is voor een rijke moeilijk, het rijk der hemelen binnen te gaan.
24و باز شمارا میگویم که گذشتن شتر از سوراخ سوزن، آسانتر است از دخول شخص دولتمند درملکوت خدا.»
24En nog eens zeg Ik u: Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk der hemelen.
25شاگردان چون شنیدند، بغایت متحیر گشته، گفتند: «پس که میتواند نجات یابد؟»
25Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze zeer verwonderd, en zeiden: Wie kan dan zalig worden?
26عیسی متوجه ایشان شده، گفت: «نزدانسان این محال است لیکن نزد خدا همهچیزممکن است.»
26Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is dit onmogelijk; maar bij God is alles mogelijk.
27آنگاه پطرس در جواب گفت: «اینک ما همهچیزها را ترک کرده، تو را متابعت میکنیم. پس ما را چه خواهد بود؟»
27Nu nam Petrus het woord, en zeide Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd; wat zullen wij dan ontvangen?
28«عیسی ایشان را گفت: «هرآینه به شما میگویم شما که مرا متابعت نمودهاید، در معاد وقتی که پسر انسان بر کرسی جلال خود نشیند، شما نیز به دوازده کرسی نشسته، بر دوازده سبط اسرائیل داوری خواهید نمود.
28En Jesus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal zetelen op de troon zijner majesteit, dan zult ook gij, die Mij zijt gevolgd, op twaalf tronen gezeten zijn, en de twaalf stammen van Israël oordelen.
29و هرکه بخاطر اسم من، خانه هایا برادران یا خواهران یا پدر یا مادر یا زن یافرزندان یا زمینها را ترک کرد، صد چندان خواهدیافت و وارث حیات جاودانی خواهد گشت.
29En al wie zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw of kinderen of akkers verlaat om mijn Naam, hij zal het honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven verwerven.
30لیکن بسا اولین که آخرین میگردند و آخرین، اولین!
30Veel eersten zullen laatsten, en laatsten zullen eersten zijn.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.