Johannes 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Daarna verscheen Jesus nogmaals aan de leerlingen bij het meer van Tibérias. Hij verscheen op de volgende wijze:
1После того Иисус опять явился ученикам Своим при море Тивериадском. Явился же так:
2Eens waren Simon Petrus, Tomas, ook Didumus geheten, Natánaël uit Kana van Galilea, de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van zijn leerlingen bijeen.
2Были вместе Симон Петр и Фома, называемый Близнец, и Нафаниил из Каны Галилейской, и сыновья Заведеевы, и двое других из учеников Его.
3Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Ze zeiden hem: Dan gaan wij met u mee. Ze trokken er dan op uit, en gingen de boot in; maar die nacht vingen ze niets.
3Симон Петр говорит им: иду ловить рыбу. Говорят ему: идем и мы с тобою. Пошли, и тотчас вошли в лодку, и не поймали в ту ночь ничего.
4Toen reeds de morgen was aangebroken, stond Jesus aan het strand; maar de leerlingen wisten niet, dat het Jesus was.
4А когда настало утро, Иисус стоял на берегу; но ученики не узнали, что это Иисус.
5Jesus sprak tot hen: Jonge mannen, hebt gij wat vis? Ze antwoordden Hem: Neen.
5Иисус говорит им: дети! есть ли у вас какая пища? Они отвечали Ему: нет.
6Hij zei hun: Werpt het net uit rechts van de boot, dan zult gij slagen. Ze wierpen het net uit; maar door het groot aantal vissen konden ze het niet meer ophalen.
6Он же сказал им: закиньте сети по правую сторону лодки, и поймаете. Они закинули, и уже не могли вытащить сети от множества рыбы.
7Nu sprak de leerling, dien Jesus liefhad, tot Petrus: Het is de Heer! Toen Simon Petrus hoorde, dat het de Heer was, deed hij, daar hij ontkleed was, zijn mantel om, en wierp zich in het meer.
7Тогда ученик, которого любил Иисус, говорит Петру: это Господь. Симон же Петр, услышав, что это Господь, опоясался одеждою - ибо он был наг,- и бросился в море;
8Daar men zich niet ver van de kust bevond, slechts ongeveer tweehonderd el, kwamen de andere leerlingen met de boot, en sleepten het net met de vissen achter zich aan.
8А другие ученики приплыли в лодке,- ибо недалеко было от земли, локтей около двухсот,- таща сеть с рыбою.
9Toen ze geland waren, zagen ze een kolenvuur liggen, en vis en brood er bovenop.
9Когда же вышли на землю, видят разложенный огонь и на нем лежащую рыбу и хлеб.
10Jesus zeide hun: Haalt van de vissen, die ge nu gevangen hebt.
10Иисус говорит им: принесите рыбу, которую вы теперь поймали.
11Simon Petrus ging aan boord, en sleepte het net aan wal; het was vol grote vissen, honderd drie en vijftig in getal; en ondanks dit aantal was het net niet gescheurd.
11Симон Петр пошел и вытащил на землю сеть, наполненую большими рыбами, которых было 153; и при таком множестве не прорвалась сеть.
12Jesus zei hun: Komt ontbijten. Niemand van de leerlingen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? Want ze wisten, dat het de Heer was.
12Иисус говорит им: прийдите, обедайте. Из учеников же никто не смел спросить Его: кто Ты?, зная, что это Господь.
13Jesus kwam nader, nam het brood en gaf het hun, en de vis eveneens.
13Иисус приходит, берет хлеб и дает им, также и рыбу.
14Zo verscheen Jesus nu de derde maal aan zijn leerlingen, na zijn verrijzenis uit de doden.
14Это уже в третий раз явился Иисус ученикам Своим по воскресении Своем из мертвых.
15Toen ze hadden ontbeten, sprak Jesus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij meer dan de anderen hier? Hij zei Hem: Ja, Heer, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zei hem: Weid mijn lammeren.
15Когда же они обедали, Иисус говорит Симону Петру: Симон Ионин! Любишь ли ты Меня больше, нежели они? Петр говорит Ему: так, Господи! Ты знаешь, что я люблю Тебя. Иисус говорит ему: паси агнцев Моих.
16Hij sprak tot hem een tweede maal: Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij? Hij zei Hem: Ja Heer, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zei hem: Weid mijn schaapjes.
16Еще говорит ему в другой раз: Симон Ионин! любишь ли ты Меня? Петр говорит Ему: так, Господи! Ты знаешь, что я люблю Тебя. Иисус говорит ему: паси овец Моих.
17Hij sprak tot hem een derde maal: Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij? Petrus werd bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal had gezegd: Bemint ge Mij? En hij zeide Hem: Heer, Gij weet alles; Gij weet toch, dat ik U liefheb. Jesus sprak tot hem: Weid mijn schapen.
17Говорит ему в третий раз: Симон Ионин! любишь ли ты Меня? Петр опечалился, что в третий раз спросил его: любишь ли Меня и сказал Ему: Господи! ты все знаешь; Ты знаешь, что я люблю Тебя. Иисус говорит ему: паси овец Моих.
18Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart, deedt ge zelf uw gordel aan en zijt ge gegaan, waarheen ge zelf hebt gewild; maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden, en u brengen waar ge niet heen wilt.
18Истинно, истинно говорю тебе: когда ты был молод, то препоясывался сам, и ходил, куда хотел; а когда состареешься, то прострешь руки свои, и другой препояшет тебя и поведет, куда не хочешь.
19Dit zeide Hij om aan te duiden, door welke dood hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zeide Hij hem: Volg Mij.
19Сказал же это, давая разуметь, какою смертью Петр прославит Бога. И, сказав это, говорит ему: иди за Мною.
20Toen Petrus zich omkeerde, zag hij den leerling, dien Jesus liefhad, hen volgen; dezelfde namelijk, die bij de maaltijd aan zijn borst had gerust en gezegd had: Heer, wie is het, die U verraadt?
20Петр же, обратившись, видит идущего за ним ученика, которого любил Иисус и который на вечери, приклонившись к груди Его, сказал: Господи! кто предаст Тебя?
21Toen Petrus hem zag, sprak hij tot Jesus: Heer; en hij dan?
21Его увидев Петр говорит Иисусу: Господи! а он что?
22Jesus zeide hem: Indien Ik hem wil laten blijven totdat Ik kom, wat maakt dit uit voor u? Volg Mij!
22Иисус говорит ему: если Я хочу, чтобы он пребыл, пока прииду, что тебе до того? Ты иди за Мною.
23Zo verspreidde zich het gerucht onder de broeders, dat deze leerling niet zou sterven. Maar Jesus had hem niet gezegd, dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, wat maakt dit uit voor u?
23И пронеслось это слово между братьями, что ученик тот не умрет. Но Иисус не сказал ему, что не умрет, но: если Я хочу, чтобы он пребыл, пока прииду, что тебе до того?
24Dit is de leerling, die hiervan getuigt, en dit heeft geschreven; en we weten, dat zijn getuigenis waarachtig is.
24Этот ученик и свидетельствует об этом, и написал это; и знаем, что истинно свидетельство его.
25Er is nog veel meer wat Jesus gedaan heeft; zo het stuk voor stuk werd beschreven, dan zou zelfs de wereld, dunkt me, de boeken niet kunnen bevatten, die er over te schrijven zijn.
25Многое и другое сотворил Иисус; но если бы писать о том подробно, то, думаю, и самому миру не вместить бы написанных книг. Аминь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.