Hebreeen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1We moeten er dus wèl bevreesd voor zijn, dat iemand van u bevonden wordt achter te blijven, terwijl de belofte nog voortduurt, om zijn Rust binnen te gaan.
1پس بترسیم مبادا با آنکه وعده دخول درآرامی وی باقی میباشد، ظاهر شود که احدی از شما قاصر شده باشد.
2Immers ook wij hebben de belofte ontvangen, juist zoals zij. Maar hùn heeft het woord, dat ze hoorden, niet gebaat, omdat het horen niet gepaard ging met geloof;
2زیرا که به ما نیز به مثال ایشان بشارت داده شد، لکن کلامی که شنیدند بدیشان نفع نبخشید، از اینرو که باشنوندگان به ایمان متحد نشدند.
3want we gaan slechts binnen in de Rust, indien we geloven; zoals Hij heeft gezegd: “Daarom zwoer Ik in mijn toorn: neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust.” —Inderdaad, toen door de schepping der wereld de werken voltooid waren,
3زیرا ما که ایمان آوردیم، داخل آن آرامی میگردیم، چنانکه گفته است: «در خشم خود قسم خوردم که به آرامی من داخل نخواهند شد.» و حال آنکه اعمال او از آفرینش عالم به اتمام رسیده بود.
4heeft Hij over de zevende dag ergens aldus gesproken: “En God Rustte op de zevende dag van al zijn werken;”
4ودر مقامی درباره روز هفتم گفت که «در روز هفتم خدا از جمیع اعمال خود آرامی گرفت.»
5en hier weer: “Neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust.”
5و بازدر این مقام که «به آرامی من داخل نخواهند شد.»
6Welnu, daar het zeker is, dat enigen althans Haar zullen binnengaan, terwijl zij, die het eerst de belofte ontvingen, door ongehoorzaamheid er niet zijn binnengegaan,
6پس چون باقی است که بعضی داخل آن بشوند و آنانی که پیش بشارت یافتند، بهسبب نافرمانی داخل نشدند،
7daarom stelt Hij opnieuw een dag vast: “Heden”, en spreekt Hij zo lange tijd daarna door David, zoals reeds gezegd is: “Als gij heden mijn stem verneemt, verstokt uw harten niet.”
7باز روزی معین میفرماید چونکه به زبان داود بعد از مدت مدیدی «امروز» گفت، چنانکه پیش مذکور شدکه «امروز اگر آواز او را بشنوید، دل خود راسخت مسازید.»
8Zo Josuë immers de rust had gebracht, dan zou Hij niet van een andere dag spreken, die eerst later zou komen.
8زیرا اگر یوشع ایشان را آرامی داده بود، بعد از آن دیگر را ذکر نمی کرد.
9Dus is het volk Gods nog een Sabbat-Rust voorbehouden;
9پس برای قوم خدا آرامی سبت باقی میماند.
10want die zijn Rust binnengaat, rust ook zelf van zijn werken, zoals ook God van de zijne.
10زیراهرکه داخل آرامی او شد، او نیز از اعمال خودبیارامید، چنانکه خدا از اعمال خویش.
11Doen wij ons best dus, om binnen te gaan in die Rust, opdat niemand in dit voorbeeld van ongehoorzaamheid mag vervallen.
11پس جد و جهد بکنیم تا به آن آرامی داخل شویم، مبادا کسی در آن نافرمانی عبرت آمیز بیفتد.
12Want Gods woord is levend en krachtig, scherper dan elk tweesnijdend zwaard, dóórdringend tussen ziel en geest, gewrichten en merg, rechter ook der neigingen en overdenkingen van het hart.
12زیرا کلام خدا زنده و مقتدر و برنده تر است ازهر شمشیر دودم و فرورونده تا جدا کند نفس وروح و مفاصل و مغز را و ممیز افکار و نیتهای قلب است،
13En geen schepsel is onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en bloot voor de ogen van Hem, aan wien we verantwoording hebben af te leggen.
13و هیچ خلقت از نظر او مخفی نیست بلکه همهچیز در چشمان او که کار ما باوی است، برهنه و منکشف میباشد.
14Daar we nu een groten Hogepriester hebben, die in de hemelen is doorgedrongen, Jesus, den zoon van God, zo laat ons vasthouden aan de belijdenis.
14پس چون رئیس کهنه عظیمی داریم که ازآسمانها درگذشته است یعنی عیسی، پسر خدا، اعتراف خود را محکم بداریم.
15Want we hebben geen Hogepriester, die onze zwakheden niet meevoelen kan, maar Eén, die bekoord werd geheel op dezelfde wijze als wij, behoudens de zonde.
15زیرا رئیس کهنهای نداریم که نتواند همدرد ضعفهای مابشود، بلکه آزموده شده در هر چیز به مثال مابدون گناه.
16Laat ons dus met vertrouwen opgaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen, en genade te vinden tot tijdige hulp.
16پس با دلیری نزدیک به تخت فیض بیاییم تا رحمت بیابیم و فیضی را حاصل کنیم که در وقت ضرورت (ما را) اعانت کند.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.