Hebreeen 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Laat er altijd broederlijke liefde blijven!
1PERMANEZCA el amor fraternal.
2Verwaarloost ook de gastvrijheid niet; want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.
2No olvidéis la hospitalidad, porque por ésta algunos, sin saberlo, hospedaron ángeles.
3Denkt aan de gevangenen, als waart gij medegevangen; aan hen, die mishandeld worden, als waart gijzelf in hun lichaam!
3Acordaos de los presos, como presos juntamente con ellos; y de los afligidos, como que también vosotros mismos sois del cuerpo.
4Het huwelijk moet eerbaar zijn onder ieder opzicht, en onbezoedeld het huwelijksbed; want God zal ontuchtigen en overspelers oordelen.
4Honroso es en todos el matrimonio, y el lecho sin mancilla; mas á los fornicarios y á los adúlteros juzgará Dios.
5Weest niet hebzuchtig van aard, en stelt u tevreden met wat ge bezit; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven,
5Sean las costumbres vuestras sin avaricia; contentos de lo presente; porque él dijo: No te desampararé, ni te dejaré.
6Zo zeggen we met goede moed: “De Heer is mijn Helper; ik heb niets te vrezen; Wat kan een mens mij nog doen?”
6De tal manera que digamos confiadamente: El Señor es mi ayudador; no temeré lo que me hará el hombre.
7Denkt aan uw leidslieden, die u het woord Gods hebben verkondigd; let op het einde van hun leven, en volgt hun geloof na.
7Acordaos de vuestros pastores, que os hablaron la palabra de Dios; la fe de los cuales imitad, considerando cuál haya sido el éxito de su conducta.
8Jesus Christus is Dezelfde, gisteren en heden en in eeuwigheid!
8Jesucristo es el mismo ayer, y hoy, y por los siglos.
9Laat u niet van de weg brengen door veelsoortige en vreemde leringen. Want goed is het, het hart door de genade te sterken, maar niet door spijzen, welke van geen nut zijn voor hen, die zich daaraan hechten.
9No seáis llevados de acá para allá por doctrinas diversas y extrañas; porque buena cosa es afirmar el corazón en la gracia, no en viandas, que nunca aprovecharon á los que anduvieron en ellas.
10We hebben een Altaar, waarvan zij, die de tabernakel bedienen, niet mogen eten.
10Tenemos un altar, del cual no tienen facultad de comer los que sirven al tabernáculo.
11Want de lichamen der dieren, wier bloed als een zoenoffer door den hogepriester in het heiligdom is gebracht, worden verbrand buiten de legerplaats.
11Porque los cuerpos de aquellos animales, la sangre de los cuales es metida por el pecado en el santuario por el pontífice, son quemados fuera del real.
12Daarom heeft ook Jesus buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door zijn Bloed.
12Por lo cual también Jesús, para santificar al pueblo por su propia sangre, padeció fuera de la puerta.
13Laat ons dus tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen;
13Salgamos pues á él fuera del real, llevando su vituperio.
14want we hebben hier geen blijvende stad, maar we reikhalzen naar de toekomstige.
14Porque no tenemos aquí ciudad permanente, mas buscamos la por venir.
15Door Hem moeten we een altijddurend dankoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen, die zijn Naam verheerlijken!
15Así que, ofrezcamos por medio de él á Dios siempre sacrificio de alabanza, es á saber, fruto de labios que confiesen á su nombre.
16Vergeet de weldadigheid niet en de onderlinge hulp; want in zulke offers heeft God welbehagen.
16Y de hacer bien y de la comunicación no os olvidéis: porque de tales sacrificios se agrada Dios.
17Weest gehoorzaam en onderdanig aan uw leidslieden; want ze waken over uw zielen als mensen, die rekenschap hebben af te leggen. Zorgt er voor, dat ze dit met vreugde kunnen doen en niet met zuchten; want dat zou u niet voordelig zijn.
17Obedeced á vuestros pastores, y sujetaos á ellos; porque ellos velan por vuestras almas, como aquellos que han de dar cuenta; para que lo hagan con alegría, y no gimiendo; porque esto no os es útil.
18Bidt voor ons; want we vertrouwen, een rein geweten te hebben, daar we onder ieder opzicht ons onberispelijk trachten te gedragen.
18Orad por nosotros: porque confiamos que tenemos buena conciencia, deseando conversar bien en todo.
19Met meer nadruk verzoek ik u dit te doen, opdat ik u spoediger teruggegeven word.
19Y más os ruego que lo hagáis así, para que yo os sea más presto restituído.
20De God van vrede, die Jesus onzen Heer van de doden heeft opgewekt, den groten Herder der schapen door het Bloed van een eeuwig Verbond:
20Y el Dios de paz que sacó de los muertos á nuestro Señor Jesucristo, el gran pastor de las ovejas, por la sangre del testamento eterno,
21Hij bevestige u in alle goed, opdat gij zijn wil moogt volbrengen; al wat Hem welbehagelijk is, werke Hij in ons uit door Jesus Christus: Hem zij ere in de eeuwen der eeuwen. Amen!
21Os haga aptos en toda obra buena para que hagáis su voluntad, haciendo él en vosotros lo que es agradable delante de él por Jesucristo: al cual sea gloria por los siglos de los siglos. Amén.
22Ik bid u broeders, neemt het woord der vermaning gewillig aan! Want ik heb het u geschreven in een korte brief.
22Empero os ruego, hermanos, que soportéis la palabra de exhortación; porque os he escrito en breve.
23Gij weet, dat onze broeder Timóteus de vrijheid heeft verkregen. Zo hij spoedig komt, zal ik u bezoeken in zijn gezelschap.
23Sabed que nuestro hermano Timoteo está suelto; con el cual, si viniere más presto, os iré á ver.
24Groet al uw leidslieden en alle heiligen. De Italianen groeten u.
24Saludad á todos vuestros pastores, y á todos los santos. Los de Italia os saludan.
25De genade zij met u allen!
25La gracia sea con todos vosotros. Amén. Fué escrita á los Hebreos desde Italia con Timoteo.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.