Galaten
Chapter 6

Galaten

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kadede Kap (Pohnpe…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
1Broeders, wanneer iemand onverhoopt een mis. stap heeft begaan, dan moet gij, die geestelijk zijt, hem terecht helpen in de geest van zachtmoedigheid; slaat een blik op uzelf, want ook gij kunt worden bekoord.
1RI ai kan ma aramaj amen pan lodi on me jued kot, komail, me nenin kajapaledo i ni nen en opampap, ap majamajan pein uk, pwe koe ender pil lodi on jonejon.
2Draagt elkanders lasten; zo zult gij de Wet van Christus volbrengen.
2Pelikitki pena nan pun omail katoutou pamail, pwe iduen komail pan kapwaiada kapun en Krijtuj.
3Want wanneer iemand zich inbeeldt, iets te zijn, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf.
3Pwe ma amen lamelame, me i meakot, nan a kin kotaue pein i, pwe jota i meakot.
4Laat iedereen zijn eigen gedrag maar eens onderzoeken; dan zal hij zich hoogstens op zichzelf kunnen beroemen, maar zeker niet door een vergelijking met anderen;
4A amen amen en kajajon on pein a wiawia, ap pan juaiki pein i, a kaidin amen aramaj.
5want iedereen gaat onder zijn eigen last gebukt.
5Pwe amen amen en pein wa audepa.
6Die onderwezen wordt in de leer, moet zijn leraar in al zijn goederen doen delen.
6A me kin padakki majan o, en kida jon en mau karoj on i, me kin padaki i.
7Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;
7Komail der kiki on, me komail pan kak piti Kot, pwe meakot aramaj kin kamoredi on, i me a pan dolun jan.
8wie zaait in het vlees, zal verderf oogsten uit het vlees; maar wie zaait in de geest, zal eeuwig leven oogsten uit de geest.
8Pwe me kin kamoredi on ni uduk a, a pan dolun jan ni uduk a men joredi; a me kin kamoredi on Nen, a pan tunole jan ren Nen maur joutuk.
9Laat ons dus niet moede worden, het goede te doen; want verslappen we niet, dan zullen we oogsten te zijner tijd.
9Kitail der panaki atail wiawia mau kan, pwe ni anjau me kon on, kitail pan dolun, ma kitail jota pan panadar.
10Welnu dan, zolang we nog tijd hebben, laat ons wèl doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten des geloofs.
10Ma a kak pa atail, kitail en wia mau on karoj, a maj on kijan me pojon akan.
11Ziet, met wat grote letters ik u schrijf met eigen hand.
11Kilan duen kijin likau laud, me i intin won komail er ki pein pa i.
12Zij die erg bezorgd naar het vlees willen zijn, dwingen u tot de besnijdenis, enkel en alleen, om niet vervolgd te worden terwille van Christus’ kruis.
12Ir me kin men lolok mau ni uduk, kin inon ion komail en jirkomjaijelar; pwe irail ender kamekame ki lopu en Krijtuj.
13Want ofschoon ze besnedenen zijn, nemen ze zelf de Wet niet in acht; maar ze willen u laten besnijden, om in uw vlees te kunnen roemen.
13Pwe pein irail me jirkomjaijela, jota kin kapwaiada kapun, a irail kin men, komail en jirkomjaijela, pwen juaiki uduk omail.
14Wat mijzelf betreft: het zij verre van mij, op iets anders te roemen dan op het kruis van onzen Heer Jesus Christus, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd, en ik voor de wereld.
14A duen nai, i jota man mauki juaiki, a iet eta iran lopu en atail Kaun Iejuj Krijtuj, pweki i jappa katia jan ia o nai katia jan jappa.
15Want noch besnijdenis, noch onbesnedenheid heeft waarde, maar wel het nieuwe schepsel.
15Pwe jirkomjaij de jojirkomjaij jota meakot, ame kawilikapadar.
16En over allen, die naar deze regel zullen leven, moge vrede en barmhartigheid komen: over hen en over het Israël Gods.
16Irial karoj me inen ki wei ta padak pot et, en popol o kalanan, o on Ijrael en Kot.
17Laat niemand mij meer lastig vallen; want ik draag de merktekenen van Jesus in mijn lichaam!
17Jan met kokolata jota amen en morouo on ia, pwe iwa jili ta nan war ai lip en Iejuj akan.
18Broeders, de genade van onzen Heer Jesus Christus zij met uw geest. Amen!
18Mak en atail Kaun Iejuj Krijtuj en kotikot ren nen omail ri ai kan! Amen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.