Ezra 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Na deze gebeurtenissen trok Esdras onder de regering van Artaxerxes, den koning der Perzen, uit Babel weg. Hij was de zoon van Seraja, zoon van Azarja, zoon van Chilki-ja,
1这事以后, 波斯 王 亚达薛西 年间,有个 以斯拉 ,他是 西莱雅 的儿子, 西莱雅 是 亚撒利雅 的儿子, 亚撒利雅 是 希勒家 的儿子,
2zoon van Sjalloem, zoon van Sadok, zoon van Achitoeb,
2希勒家 是 沙龙 的儿子, 沙龙 是 撒督 的儿子, 撒督 是 亚希突 的儿子,
3zoon van Amarja, zoon van Azarja, zoon van Merajot,
3亚希突 是 亚玛利雅 的儿子, 亚玛利雅 是 亚撒利雅 的儿子, 亚撒利雅 是 米拉约 的儿子,
4zoon van Zerachja, zoon van Oezzi, zoon van Boekki,
4米拉约 是 西拉希雅 的儿子, 西拉希雅 是 乌西 的儿子, 乌西 是 布基 的儿子,
5zoon van Abisjóea, zoon van Pinechas, zoon van Elazar, zoon van den hogepriester Aäron.
5布基 是 亚比书 的儿子, 亚比书 是 非尼哈 的儿子, 非尼哈 是 以利亚撒 的儿子, 以利亚撒 是大祭司 亚伦 的儿子。
6Hij was een schriftgeleerde, en zeer bedreven in de wet van Moses, die Jahweh, de God van Israël, gegeven heeft. En daar de hand van Jahweh, zijn God, op hem rustte, willigde de koning al zijn wensen in.
6这 以斯拉 从 巴比伦 上来,他是敏捷的文士,通达耶和华— 以色列 神所赐 摩西 的律法书。王允准他一切所求的,是因耶和华—他 神的手帮助他。
7Daarom trokken in het zevende jaar van koning Artaxerxes verschillende Israëlieten met enige priesters, levieten, zangers, poortwachters en tempelknechten naar Jerusalem op.
7亚达薛西 王第七年, 以色列 人、祭司、 利未 人、歌唱的、守门的、尼提宁,有上 耶路撒冷 的。
8En in de vijfde maand van het zevende jaar van den koning kwamen zij in Jerusalem aan.
8王第七年五月, 以斯拉 到了 耶路撒冷 。
9Op de eerste dag van de eerste maand begon hij zijn terugtocht uit Babel, en op de eerste dag van de vijfde maand kwam hij te Jerusalem aan. Want de hand van zijn God rustte vol goedheid op hem,
9正月初一日,他从 巴比伦 起程;因他 神施恩的手帮助他,五月初一日就到了 耶路撒冷 。
10daar Esdras zich met heel zijn hart had toegelegd op het onderzoek van Jahweh’s Wet, zowel om zelf haar in beoefening te brengen, als om haar instellingen en voorschriften aan Israël te leren.
10以斯拉 定志考究遵行耶和华的律法,又将律例典章教训 以色列 人。
11Dit is de tekst van de brief, die koning Artaxerxes meegaf aan Esdras, den priester en schriftgeleerde, bedreven in Jahweh’s geboden en instellingen voor Israël.
11祭司 以斯拉 是通达耶和华诫命和赐 以色列 之律例的文士。 亚达薛西 王赐给他们谕旨,上面写着说:
12Artaxerxes, koning der koningen, aan den priester Esdras, den schriftgeleerde in de Wet van den God des hemels: heil, en zo voort.
12「诸王之王 亚达薛西 ,达于祭司 以斯拉 通达天上 神律法大德的文士,云云。
13Hiermee bepaal ik, dat iedereen van het volk van Israël, van zijn priesters en levieten in mijn koninkrijk, die naar Jerusalem wenst te vertrekken, met u mag meegaan.
13住在我国中的 以色列 人、祭司、 利未 人,凡甘心上 耶路撒冷 去的,我降旨准他们与你同去。
14Want gij wordt door den koning en zijn zeven raadsheren uitgezonden, om in Juda en Jerusalem een onderzoek in te stellen aan de hand van de wet van uw God, die gij meedraagt;
14王与七个谋士既然差你去,照你手中 神的律法书察问 犹大 和 耶路撒冷 的景况;
15bovendien om het zilver en het goud over te brengen, dat de koning en zijn raadsheren vrijwillig aan den God van Israël, die te Jerusalem woont, hebben geschonken,
15又带金银,就是王和谋士甘心献给住 耶路撒冷 、 以色列 神的,
16met al het zilver en goud, dat gij zult verzamelen in heel de provincie van Babel, en met al de vrijwillige gaven door volk en priesters bijeengebracht voor het huis van hun God in Jerusalem.
16并带你在 巴比伦 全省所得的金银,和百姓、祭司乐意献给 耶路撒冷 —他们 神殿的礼物。
17Voor dit geld moet gij zorgvuldig stieren, rammen en lammeren kopen met de daarbij behorende spijs- en plengoffers, en ze offeren op het altaar van het huis van uw God in Jerusalem.
17所以你当用这金银,急速买公牛、公绵羊、绵羊羔,和同献的素祭奠祭之物,献在 耶路撒冷 —你们 神殿的坛上。
18De rest van het zilver en goud moogt gij besteden, zoals het u en uw broeders goeddunkt, en uw God het verlangt.
18剩下的金银,你和你的弟兄看着怎样好,就怎样用,总要遵着你们 神的旨意。
19De vaten, die men u heeft gegeven voor de dienst in het huis van uw God, moet gij voor den God van Jerusalem bestemmen.
19所交给你 神殿中使用的器皿,你要交在 耶路撒冷 神面前。
20Wat gij voor andere benodigdheden van het huis van uw God hebt uit te geven, kunt gij uit de koninklijke schatkist betalen.
20你 神殿里若再有需用的经费,你可以从王的府库里支取。
21Verder wordt door mij, koning Artaxerxes, last gegeven aan alle schatmeesters aan de overzijde van de Rivier: Al wat de priester Esdras, de schriftgeleerde in de Wet van den God des hemels, u zal vragen, moet prompt worden afgeleverd
21「我— 亚达薛西 王又降旨与 河西 的一切库官,说:『通达天上 神律法的文士祭司 以斯拉 ,无论向你们要什么,你们要速速地备办,
22tot een bedrag van honderd talenten zilver, honderd kor tarwe, honderd bat wijn, honderd bat olie, en een onbepaalde hoeveelheid zout.
22就是银子直到一百他连得,麦子一百柯珥,酒一百罢特,油一百罢特,盐不计其数,也要给他。
23Al wat door den God des hemels is voorgeschreven, moet nauwgezet voor het huis van den God des hemels worden uitgevoerd. Want waarom zou er gramschap ontbranden tegen de regering van den koning en van zijn zonen?
23凡天上之 神所吩咐的,当为天上 神的殿详细办理。为何使忿怒临到王和王众子的国呢?
24Wij laten u ook weten, dat het niet geoorloofd is, belasting, schatting of tol te heffen van een priester, leviet, zanger, poortwachter, tempelknecht of dienaar van deze tempel, wie het ook is.
24我又晓谕你们,至于祭司、 利未 人、歌唱的、守门的,和尼提宁,并在 神殿当差的人,不可叫他们进贡,交课,纳税。』
25Gij, Esdras, moet naar de wijsheid van uw God, die gij bezit, schepenen en rechters aanstellen, om recht te spreken over heel het volk aan de overzijde van de Rivier: over allen, die de wetten van uw God reeds kennen; en die ze niet kennen, moet gij ze leren.
25「 以斯拉 啊,要照着你 神赐你的智慧,将所有明白你 神律法的人立为士师、审判官,治理 河西 的百姓,使他们教训一切不明白 神 律法的人。
26Iedereen, die de wet van uw God of de wet van den koning niet onderhoudt, zal het strengste recht geschieden: hij moet ter dood, tot verbanning, tot boete of gevangenis worden veroordeeld.
26凡不遵行你 神律法和王命令的人就当速速定他的罪,或治死,或充军,或抄家,或囚禁。」
27Gezegend zij Jahweh, de God onzer vaderen, die den koning ingaf, zó de tempel van Jahweh in Jerusalem te eren,
27以斯拉 说:「耶和华—我们列祖的 神是应当称颂的!因他使王起这心意修饰 耶路撒冷 耶和华的殿,
28en die mij genade deed vinden bij den koning, zijn raadsheren en al de machtige koninklijke magistraten. Ik voelde mij sterk, daar de hand van Jahweh, mijn God, op mij rustte, en bracht Israëls leiders bijeen, om met mij weg te trekken.
28又在王和谋士,并大能的军长面前施恩于我。因耶和华—我 神的手帮助我,我就得以坚强,从 以色列 中招聚首领,与我一同上来。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.