Ezra 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Maar toen de profeten Aggeus en Zakarias, de zoon van Iddo, onder de Joden, die in Juda en Jerusalem woonden, in de naam van Israëls God profeteerden,
1那时,先知 哈该 和 易多 的孙子 撒迦利亚 奉 以色列 神的名向 犹大 和 耶路撒冷 的 犹大 人说劝勉的话。
2hervatten Zorobabel, de zoon van Salatiël, en Jesjóea, de zoon van Josadak, de bouw van de tempel te Jerusalem, en Gods profeten ondersteunden hen daarbij.
2于是 撒拉铁 的儿子 所罗巴伯 和 约萨达 的儿子 耶书亚 都起来动手建造 耶路撒冷 神的殿,有 神的先知在那里帮助他们。
3Maar aanstonds kwamen Tattenai, de stadhouder van het gebied aan de overzijde van de Rivier, en Sjetar-Bozenai en hun ambtgenoten naar hen toe, en zeiden tot hen: Wie heeft u verlof gegeven, dit huis te bouwen en zijn muren te herstellen?
3当时 河西 的总督 达乃 和 示他·波斯乃 ,并他们的同党来问说:「谁降旨让你们建造这殿,修成这墙呢?」
4En ze vroegen hun nog: Hoe heten de mannen, die deze bouw zijn begonnen?
4我们便告诉他们建造这殿的人叫什么名字。
5Maar het oog van hun God rustte op de oudsten der Joden; men dwong ze niet, de werkzaamheden te staken, voordat er een beslissing van Darius zou zijn afgekomen. Daarom zouden zij over deze aangelegenheid een schrijven verzenden.
5神的眼目看顾 犹大 的长老,以致总督等没有叫他们停工,直到这事奏告 大流士 ,得着他的回谕。
6(Tekst van de brief, die Tattenai, de stadhouder van het gebied aan de overzijde van de Rivier, en Sjetar-Bozenai met hun ambtsgenoten, de generaals van de overzijde der Rivier, aan koning Darius hebben gezonden).
6河西 的总督 达乃 和 示他·波斯乃 ,并他们的同党,就是住 河西 的 亚法萨迦 人,上本奏告 大流士 王。
7Zij zonden hem een verslag van de volgende inhoud: Aan koning Darius, alle heil!
7本上写着说:「愿 大流士 王诸事平安。
8Het zij den koning bekend, dat wij ons naar de landstreek Juda hebben begeven, naar de tempel van den groten God. Deze wordt opgebouwd met steenblokken, en de wanden worden met hout bekleed; het werk wordt met zorg uitgevoerd, en vordert onder hun hand.
8王该知道,我们往 犹大 省去,到了至大 神的殿,这殿是用大石建造的。梁木插入墙内,工作甚速,他们手下亨通。
9Wij hebben toen de oudsten daar ondervraagd, en hun gezegd: Wie heeft u verlof gegeven, dit huis te bouwen en deze muren te herstellen?
9我们就问那些长老说:『谁降旨让你们建造这殿,修成这墙呢?』
10Wij hebben hen ook naar hun namen gevraagd, om u op de hoogte te brengen, en u schriftelijk de namen der mannen op te geven, die aan hun hoofd staan.
10又问他们的名字,要记录他们首领的名字,奏告于王。
11Zij hebben ons het volgende geantwoord: Wij zijn de dienaren van den God van hemel en aarde, en wij herbouwen het huis, dat vele jaren geleden gebouwd werd, en door een groot koning van Israël werd opgetrokken en voltooid.
11他们回答说:『我们是天地之 神的仆人,重建前多年所建造的殿,就是 以色列 的一位大君王建造修成的。
12Maar omdat onze vaderen den God des hemels hadden vertoornd, heeft Hij hen aan den Chaldeër Nabukodonosor, den koning van Babel, overgeleverd, en deze heeft deze tempel verwoest en het volk naar Babel weggevoerd.
12只因我们列祖惹天上的 神发怒, 神把他们交在 迦勒底 人 巴比伦 王 尼布甲尼撒 的手中,他就拆毁这殿,又将百姓掳到 巴比伦 。
13Maar in het eerste jaar van Cyrus, den koning van Babel, heeft koning Cyrus een bevel uitgevaardigd, om dit huis weer op te bouwen.
13然而 巴比伦 王 塞鲁士 元年,他降旨允准建造 神的这殿。
14Bovendien heeft koning Cyrus de gouden en zilveren vaten van het Godshuis, welke Nabukodonosor uit de tempel van Jerusalem had weggenomen en naar de tempel van Babel had overgebracht, uit de tempel van Babel laten halen en aan Sjesjbassar overhandigen, dien hij tot stadhouder had aangesteld.
14神殿中的金、银器皿,就是 尼布甲尼撒 从 耶路撒冷 的殿中掠去带到 巴比伦 庙里的, 塞鲁士 王从 巴比伦 庙里取出来,交给派为省长的,名叫 设巴萨 ,
15Hij zeide hem: Neem deze vaten, ga ze terugbrengen naar de tempel van Jerusalem, en laat het huis van God op zijn vroegere plaats herbouwen.
15对他说可以将这些器皿带去,放在 耶路撒冷 的殿中,在原处建造 神的殿。
16Toen is Sjesjbassar hierheen gekomen, heeft de grondslagen van Jerusalems tempel gelegd, en van die tijd af is er tot nu toe aan gebouwd, zonder dat hij werd voltooid.
16于是这 设巴萨 来建立 耶路撒冷 神殿的根基。这殿从那时直到如今尚未造成。』
17Indien de koning het goedvindt, laat men dan een onderzoek instellen in het koninklijk archief te Babel, of er inderdaad door koning Cyrus verlof is gegeven, om deze tempel van Jerusalem te herbouwen. Dan moge de koning ons zijn beslissing doen toekomen.
17现在王若以为美,请察 巴比伦 王的府库,看 塞鲁士 王降旨允准在 耶路撒冷 建造 神的殿没有,王的心意如何?请降旨晓谕我们。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.