Handelingen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Eens gingen Petrus en Johannes naar de tempel tegen het negende uur, het uur van het gebed.
1申初祷告的时候, 彼得 、 约翰 上 圣 殿去。
2Daar was een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder af, en gedragen moest worden; iedere dag zette men hem bij de tempelpoort neer, die de Schone werd genoemd, om aan de tempelbezoekers een aalmoes te vragen.
2有一个人,生来是瘸腿的,天天被人抬来,放在殿的一个门口(那门名叫美 门 ),要求进殿的人周济。
3Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden ingaan, vroeg hij hun een aalmoes.
3他看见 彼得 、 约翰 将要进殿,就求他们周济。
4Tegelijk met Johannes zag Petrus hem aan, en sprak: Kijk ons eens aan.
4彼得 、 约翰 定睛看他; 彼得 说:「你看我们!」
5Hij keek hen aan, in de hoop, dat hij van hen iets zou krijgen.
5那人就留意看他们,指望得着什么。
6Maar Petrus sprak: Zilver of goud heb ik niet; wat ik wèl heb, geef ik u: In de naam van Jesus Christus van Názaret, sta op en ga.
6彼得 说:「金银我都没有,只把我所有的给你:我奉 拿撒勒 人耶稣基督的名,叫你起来行走!」
7Hij nam hem bij de rechterhand, en richtte hem op. Terstond kwam er kracht in zijn voeten en enkels;
7于是拉着他的右手,扶他起来;他的脚和踝子骨立刻健壮了,
8hij sprong op en stond overeind; hij liep, en ging met hen de tempel binnen; stappend en springend verheerlijkte hij God.
8就跳起来,站着,又行走,同他们进了殿,走着,跳着,赞美 神。
9Al het volk zag hem lopen en God verheerlijken.
9百姓都看见他行走,赞美 神;
10Zij herkenden in hem den man, die gewoonlijk bij tempelpoort, de Schone, zat te bedelen; en ze waren heel verbaasd en ontzet, om wat er met hem was gebeurd.
10认得他是那素常坐在殿的美门口求周济的,就因他所遇着的事满心希奇、惊讶。
11En daar hij Petrus en Johannes bleef volgen, liep al het volk verbaasd naar hen toe in de zuilengang van Sálomon.
11那人正在称为 所罗门 的廊下,拉着 彼得 、 约翰 ;众百姓一齐跑到他们那里,很觉希奇。
12Toen Petrus dit zag, richtte hij het woord tot het volk: Mannen van Israël, wat staat gij hierover verbaasd, of wat staart gij ons aan, als hadden wij hem door eigen kracht of vroomheid doen gaan?
12彼得 看见,就对百姓说:「 以色列 人哪,为什么把这事当作希奇呢?为什么定睛看我们,以为我们凭自己的能力和虔诚使这人行走呢?
13De God van Abraham, van Isaäk, en Jakob, de God onzer vaderen, heeft Jesus zijn Dienaar verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en voor Pilatus verloochend, toen deze besloot, Hem in vrijheid te stellen.
13亚伯拉罕 、 以撒 、 雅各 的 神,就是我们列祖的 神,已经荣耀了他的仆人耶稣;你们却把他交付 彼拉多 。 彼拉多 定意要释放他,你们竟在 彼拉多 面前弃绝了他。
14Gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend. Gij hebt het als een gunst verzocht, dat een moordenaar genade ontving;
14你们弃绝了那圣洁公义者,反求着释放一个凶手给你们。
15maar den Leidsman ten leven hebt gij gedood. Maar God heeft Hem opgewekt uit de doden; daarvan zijn wij de getuigen.
15你们杀了那生命的主, 神却叫他从死里复活了;我们都是为这事作见证。
16En om het geloof in zijn Naam heeft Hij dezen man, dien gij ziet en herkent, weer krachtig gemaakt. Zijn Naam en het geloof dat Hij heeft verleend, heeft hem voor uw aller oog de volkomen genezing geschonken.
16我们因信他的名,他的名便叫你们所看见所认识的这人健壮了;正是他所赐的信心,叫这人在你们众人面前全然好了。
17Broeders, ik weet het wel, dat gij uit onwetendheid hebt gehandeld, en uw leiders eveneens.
17弟兄们,我晓得你们做这事是出于不知,你们的官长也是如此。
18God heeft vervuld, wat Hij door de mond van alle profeten voorzegd had: dat zijn Christus zou lijden.
18但 神曾借众先知的口,预言基督将要受害,就这样应验了。
19Doet boete nu en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist;
19所以,你们当悔改归正,使你们的罪得以涂抹,
20opdat de tijden mogen aanbreken van ‘s Heren verkwikking, en opdat Hij Jesus doet komen, die u als de Christus is voorbestemd,
20这样,那安舒的日子就必从主面前来到;主也必差遣所预定给你们的基督(耶稣)降临。
21en die nu in de hemel moet blijven wonen tot aan de tijden van het herstel aller dingen, waarvan God van ouds heeft gesproken door de mond zijner heilige profeten.
21天必留他,等到万物复兴的时候,就是 神从创世以来、借着圣先知的口所说的。
22Moses toch heeft gezegd: “God, de Heer, zal voor u uit uw broeders een profeet doen opstaan, aan mij gelijk; naar Hem moet gij luisteren in alles wat Hij u zegt.
22摩西 曾说:『主— 神要从你们弟兄中间给你们兴起一位先知像我,凡他向你们所说的,你们都要听从。
23En iedereen, die niet luistert naar dezen profeet, zal worden uitgeroeid uit het volk.”
23凡不听从那先知的,必要从民中全然灭绝。』
24En al de profeten, allen, die van Sámuël af en na hem hebben gesproken, hebben ook deze dagen voorspeld.
24从 撒母耳 以来的众先知,凡说预言的,也都说到这些日子。
25Welnu, gij zijt de zonen van de profeten en van het Verbond, dat God met uw vaderen sloot, toen Hij tot Abraham sprak: “En in uw zaad zullen al de geslachten der aarde worden gezegend.”
25你们是先知的子孙,也承受 神与你们祖宗所立的约,就是对 亚伯拉罕 说:『地上万族都要因你的后裔得福。』
26Tot u het eerst heeft God dus zijn Dienaar gezonden, dien Hij verwekt heeft, om u allen te zegenen, zo gij u van uw boosheid bekeert.
26神既兴起他的仆人,就先差他到你们这里来,赐福给你们,叫你们各人回转,离开罪恶。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.