Handelingen
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Er waren nu in de Kerk te Antiochië de volgende profeten en leraars: Bárnabas; Simon, bijgenaamd Niger; Lúcius, de Cyreneër; Mánahen, de zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saul.
1ואנשים נביאים ומלמדים היו באנטיוכיא בקהלה אשר בה בר נבא ושמעון הנקרא ניגר ולוקיוס הקוריני ומנחם אשר גדל עם הורדוס שר הרבע ושאול׃
2Terwijl ze nu eens de dienst des Heren vierden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert mij Saul en Bárnabas af voor het werk, waartoe Ik ze geroepen heb.
2ויהי בשרתם את יהוה ובצומם ויאמר רוח הקדש הבדילו לי את בר נבא ואת שאול למלאכה אשר קראתים לה׃
3Toen legde men hun, na vasten en bidden, de handen op, en zond hen uit.
3ויצומו ויתפללו ויסמכו את ידיהם עליהם וישלחום׃
4Nadat zij dus door den Heiligen Geest waren uitgezonden, gingen ze naar Seléucië, en zeilden vandaar naar Cyprus.
4והמה המשלחים על ידי רוח הקדש ירדו אל סלוקיא ומשם באו באניה אל קפרוס׃
5En te Sálamis gekomen, preekten ze het woord Gods in de synagogen der Joden. Ze hadden ook Johannes als medehelper.
5ויבאו אל עיר סלמיס ויגידו את דבר האלהים בבתי הכנסיות אשר ליהודים ויהי להם גם יוחנן למשרת׃
6Toen ze het hele eiland hadden afgereisd tot Pafos toe, troffen ze daar een jood aan, een tovenaar en vals profeet, Bar-Jesus genaamd;
6ויעברו בכל האי עד פפוס וימצאו איש מגוש אחד נביא שקר איש יהודי ושמו בר ישוע׃
7hij hoorde tot het gevolg van den proconsul Sérgius Paulus, een verstandig man. Deze ontbood Bárnabas en Saul, en gaf het verlangen te kennen, het woord Gods te vernemen.
7אשר היה עם סרגיוס פולוס שר המדינה איש נבון והוא קרא אליו את בר נבא ואת שאול ויתאו לשמע את דבר האלהים׃
8Maar Élumas de tovenaar, (want zo is de vertaling van zijn naam) werkte hen tegen, en zocht den proconsul van het geloof afkerig te maken.
8ויעמד לנגדם אלימא המגוש כי זה תרגום שמו ויבקש להטות את השר מן האמונה׃
9Maar Saul, die ook Paulus heet, vervuld van den Heiligen Geest, keek hem strak in het gezicht,
9ושאול הנקרא גם פולוס מלא רוח הקדש ויסתכל בו׃
10en sprak: Gij, duivelskind, vol van allerlei list en bedrog, vijand van alle gerechtigheid, zult ge dan nooit ophouden de rechte wegen des Heren krom te maken?
10ויאמר אתה המלא כל מרמה וכל עולה בן בליעל ושונא כל צדק הלא תחדל לסלף את דרכי יהוה הישרים׃
11Zie, thans is de hand des Heren op u; ge zult blind zijn, en een tijd lang de zon niet meer zien. Op hetzelfde ogenblik viel nevel en duisternis op hem neer; en rondtastende zocht hij naar iemand, om hem bij de hand te leiden.
11ועתה הנה יד יהוה בך והיית עור ולא תראה את השמש עד עת מועד ותפל עליו פתאם אפלה וחשכה ויפן הנה והנה ויבקש איש להוליכו בידו׃
12Bij het zien van dat voorval, en diep getroffen ook door de leer des Heren, werd de proconsul gelovig.
12והשר כאשר ראה את המעשה האמין וישתומם על תורת האדון׃
13Nu voeren Paulus en zijn gezellen van Pafos weg, en kwamen te Perge in Pamfúlië aan. Daar scheidde Johannes zich van hen af, en keerde naar Jerusalem terug
13ויצאו פולוס והאנשים אשר אתו מפפוס וירדו באניה ויבאו אל פרגי אשר בפמפוליא ויעזב אתם יוחנן וישב ירושלים׃
14Zelf trokken ze van Perge uit verder het land in, en kwamen te Antiochië in Pisidië aan. Op de sabbat gingen ze de synagoge binnen, en namen daar plaats.
14והמה נסעו מפרגי ויבאו אל אנטיוכיא אשר בפיסדיא ויבאו אל בית הכנסת ביום השבת וישבו׃
15Na de voorlezing van de wet en de profeten lieten de oversten der synagoge hun vragen: Mannen, broeders, zo gij iets te zeggen hebt ter opwekking van het volk, neemt dan het woord.
15ויהי אחר קריאת התורה והנביאים וישלחו אליהם ראשי הכנסת לאמר אנשים אחים אם יש לכם דבר מוסר לעם דברו׃
16Toen stond Paulus op, wenkte met de hand om stilte, en sprak Mannen van Israël en gij godvrezenden hoort:
16ויקם פולוס וינף ידו ויאמר אנשי ישראל ויראי אלהים שמעו׃
17De God van dit volk van Israël heeft onze vaderen uitverkoren, het volk groot gemaakt tijdens hun ballingschap in het land van Egypte, en hen weggevoerd met machtige arm.
17אלהי העם הזה אלהי ישראל בחר באבותינו וירומם את העם בהיותם גרים בארץ מצרים ובזרוע רמה הוציאם משם׃
18Toen heeft Hij veertig jaar ongeveer in de woestijn hen vertroeteld.
18וישא אתם ויכלכלם במדבר כארבעים שנה׃
19Hij heeft zeven volkeren in het land van Kánaän verdelgd, en hun het land als erfdeel geschonken.
19וישמד שבעה גוים בארץ כנען ויחלק את ארצם להם לנחלה׃
20Daarna gaf Hij hun ongeveer vierhonderdvijftig jaar lang rechters tot aan Sámuël, den profeet.
20ואחרי כן נתן להם שפטים כארבע מאות וחמשים שנה עד ימי שמואל הנביא׃
21Toen vroegen ze een koning, en God gaf hun Saul, den zoon van Kis, een man uit Benjamins stam, veertig jaar lang.
21וישאלו מלך ויתן להם אלהים את שאול בן קיש איש משבט בנימן ארבעים שנה׃
22Nadat Hij hem had verworpen, verwekte Hij hun David tot koning, van wien Hij heeft getuigd en gezegd “Ik heb David, den zoon van Jesse, gevonden, een man naar mijn hart, die volbrengen zal al wat Ik wil.”
22וכהסירו אותו ויקם את דוד למלך עליהם אשר גם העיד עליו לאמר מצאתי דוד את בן ישי איש כלבבי והוא יעשה את כל חפצי׃
23Uit zijn zaad heeft God, naar zijn belofte, voor Israël Jesus als Verlosser doen opstaan.
23וזה הוא אשר מזרעו הקים האלהים כפי ההבטחה גואל לישראל את ישוע׃
24Reeds vóór Hij optrad, had Johannes aan het ganse volk van Israël een doopsel van boete gepreekt;
24אשר לפני בואו קדם יוחנן לקרא את טבילת התשובה אל כל עם ישראל׃
25en toen zijn levenstaak ten einde liep, heeft Johannes gezegd “Hij, voor wien gij mij houdt, ben ik niet; maar zie, na mij komt er Een, wiens schoeisel ik niet waardig ben te ontbinden”.
25ויהי ככלות יוחנן את מרוצתו ויאמר למי תחשבוני לא אני הוא כי הנה הוא בא אחרי ואני נקלתי מהתיר את נעלי רגליו׃
26Mannen broeders, zonen uit Abrahams geslacht en de godvrezenden onder u: tot ons is dit woord van verlossing gezonden.
26אנשים אחים בני משפחת אברהם ויראי אלהים אשר בקרבכם לכם שלוח דבר הישועה הזאת׃
27Zeker, de bewoners van Jerusalem en hun hoofden hebben Hem miskend; en door hun vonnis hebben ze in vervulling doen gaan, wat de profeten hebben voorspeld, en wat iedere sabbat wordt voorgelezen.
27כי ישבי ירושלים וראשיהם יען אשר לא הכירהו מלאו במשפטם אשר שפטהו את דברי הנביאים הנקראים בכל שבת׃
28Ofschoon ze niets hadden gevonden wat de doodstraf verdiende, hebben ze toch Pilatus gevraagd, Hem te doden;
28ואף כי לא מצאו בו משפט מות שאלו מאת פילטוס להמיתו׃
29en toen ze alles hadden voltrokken, wat over Hem geschreven staat, heeft men Hem van het kruis genomen en neergelegd in een graf.
29וכאשר השלימו את כל הדברים הכתובים עליו הורידו אותו מן העץ ויניחהו בקבר׃
30Maar God heeft Hem opgewekt uit de doden. En dagen lang is Hij verschenen aan hen,
30אבל האלהים הקימו מן המתים׃
31die met Hem van Galilea naar Jerusalem waren gegaan, en die nu zijn getuigen zijn bij het volk.
31וירא ימים רבים אל העלים אתו מן הגליל ירושלימה והמה עתה עדיו אל העם׃
32En wij. wij verkondigen u de Belofte. aan onze vaderen gedaan.
32ואנחנו מבשרים אתכם את בשורת ההבטחה אשר היתה לאבותינו כי אתה מלא האלהים לבנינו בהקימו את ישוע׃
33Want God heeft ze voor ons, hun kinderen vervuld door Jesus te verwekken. zoals dat ook in de tweede Psalm staat geschreven “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.”
33ככתוב במזמור השני בני אתה היום ילדתיך׃
34En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, en Hij niet meer tot bederf terugkeren zou, heeft Hij aldus verklaard “Ik zal u de heilige gunsten schenken, aan David verzekerd.”
34ועל אשר הקים אתו מן המתים לבלתי שוב עוד לשחת כה אמר אתן לכם חסדי דוד הנאמנים׃
35Daarom juist zegt Hij ook op een andere plaats “Gij laat uw Heilige het bederf niet aanschouwen.”
35על כן הוא אמר גם במקום אחר לא תתן חסידך לראות שחת׃
36Welnu, David is ontslapen, na bij zijn leven Gods wil te hebben volbracht; hij is bij zijn vaderen verzameld, en heeft het bederf gezien.
36כי דוד גוע אחרי שרתו בדורו לעצת האלהים ויאסף אל אבותיו וירא את השחת׃
37Maar Hij, dien God deed verrijzen. heeft geen bederf gezien.
37ואשר האלהים הקים אותו הוא לא ראה השחת׃
38Weet dus, mannen broeders, dat door Hem u vergiffenis van zonden wordt aangekondigd; en dat van alles, waarvan gij door de Wet van Moses niet gerechtvaardigd kondt worden,
38לכן אנשים אחים יודע לכם כי על ידי זה הגד לכם סליחת החטאים׃
39een ieder, die gelooft, gerechtvaardigd wordt door Hem.
39ובכל אשר לא יכלתם להצטדק בתורת משה כל המאמין יצדק על ידו׃
40Zorgt er dus voor, dat u niet overkomt, wat geschreven staat bij de profeten
40לכן השמרו לכם פן יבוא עליכם הנאמר בנביאים׃
41“Hooghartigen, ziet toe, staat verbaasd en verdwijnt; Want Ik ga een werk in uw dagen verrichten: Een werk, dat gij niet zoudt geloven, Wanneer men het u vertelt.”
41ראו בגדים והתמהו ושמו כי פעל פעל אני בימיכם פעל אשר לא תאמינו כי יספר לכם׃
42Toen ze weggingen, verzocht men hun, om de volgende sabbat hetzelfde onderwerp met hen te behandelen.
42ובצאת היהודים מבית הכנסת בקשו מהם הגוים לדבר אליהם את הדברים האלה בשבת הבאה׃
43En bij het uitgaan van de synagoge gingen vele Joden en godvrezende proselieten met Paulus en Bárnabas mee. Dezen onderhielden zich met hen, en vermaanden ze, om in de genade Gods te volharden.
43ורבים מן היהודים ומגרי הצדק הלכו אחרי פולוס ובר נבא בהפרד הקהל והמה דברו על לבם ויזהירום לעמד בחסד האלהים׃
44De volgende sabbat kwam bijna de hele stad te zamen, om het woord Gods te horen.
44ובשבת השנית נקהלה כמעט כל העיר לשמע את דבר יהוה׃
45Maar toen de Joden die scharen zagen, werden ze van afgunst vervuld, en bestreden de woorden van Paulus met schelden.
45ויהי כראות היהודים את המון העם וימלאו קנאה ויכחישו את דברי פולוס הכחש וגדף׃
46Toen verklaarden Paulus en Bárnabas met grote beslistheid: Aan u moest het eerst Gods woord worden verkondigd; maar nu ge het verwerpt, en uzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelt, zie. nu wenden we ons tot de heidenen.
46אז הגידו פולוס ובר נבא על פניהם לאמר בדין היה להשמיע אתכם בראשונה את דבר האלהים ועתה אחרי אשר מאסתם אותו ואינכם זכים בעיניכם לחיי העולם לכן הננו פנים אל הגוים׃
47Want zó heeft de Heer ons bevolen “Ik heb u gesteld tot een licht voor de heidenen, Opdat gij tot heil wordt tot aan de grenzen der aarde.”
47כי כן צוה עלינו האדון נתתיך לאור גוים להיות ישועתי עד קצה הארץ׃
48Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich, en prezen het woord des Heren; en allen die voorbeschikt waren ten eeuwigen leven, werden gelovig.
48וישמחו הגוים כשמעם ויהללו את דבר יהוה ויאמינו כל אשר היו מוכנים לחיי עולם׃
49En het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek.
49ויפרץ דבר יהוה בכל המקום׃
50Maar de Joden ruiden de aanzienlijke vrouwen der godvrezenden en de voornaamste burgers der stad op; ze verwekten een vervolging tegen Paulus en Bárnabas, en verdreven ze uit hun gebied.
50אך היהודים הסיתו את הנשים החסידות והחשובות ואת אצילי העיר ויעוררו רדיפה על פולוס ובר נבא ויגרשום מגבולם׃
51Dezen schudden het stof van hun voeten tegen hen af, en gingen naar Ikónium.
51והמה נערו עליהם את העפר מעל רגליהם וילכו לאיקניון׃
52De leerlingen echter bleven vervuld van blijdschap en van den Heiligen Geest.
52והתלמידים מלאו שמחה ורוח הקדש׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.