Handelingen 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Omstreeks die tijd legde koning Herodes de hand op enige leden der Kerk, om hen te mishandelen.
1בעת ההיא שלח המלך הורדוס את ידו להרע לאנשים מן הקהל׃
2Jakobus den broer van Johannes, doodde hij met het zwaard.
2וימת את יעקב אחי יוחנן בחרב׃
3Toen hij zag, d t dit aan de Joden aangenaam was, liet hij ook Petrus gevangen nemen. Het was in de dagen der ongedesemde broden
3וירא כי טוב הדבר בעיני היהודים ויוסף לתפש גם את פטרוס והימים ימי חג המצות׃
4Zodra hij hem in handen had, sloot hij hem in de gevangenis op, en liet hem door vier afdelingen elk van vier soldaten, bewaken. Het was zijn bedoeling, na het paasfeest hem voor het volk te brengen.
4ויאחז אתו ויתנהו במשמר וימסרהו לארבע מחלקות של ארבעה אנשי צבא לשמרו כי אמר להעלותו אחרי הפסח לפני העם׃
5Maar terwijl Petrus in de gevangenis bleef opgesloten, werden er zonder ophouden door de Kerk voor hem gebeden opgedragen aan God.
5פטרוס היה עצור במשמר והקהלה העתירה בעדו בחזקה אל האלהים׃
6Toen nu Herodes hem vóór zou laten komen, sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten; hij was met twee kettingen geboeid, en wachters voor de deur bewaakten de kerker.
6ויהי בלילה ההוא אשר אמר הורדוס להביאו מחר לדין ויישן פטרוס בין שני אנשי צבא והוא אסור בשנים זקים ושמרי הפתח שמרים את המשמר׃
7En zie, daar stond een engel des Heren, en een licht schitterde in de cel. Hij stiet Petrus in de zij, wekte hem, en sprak: Sta haastig op. En de kettingen vielen van zijn handen af.
7והנה מלאך יהוה נצב עליו ואור נגה בחדר ויספק על ירך פטרוס ויעירהו לאמר קום מהרה ויפלו מוסרותיו מעל ידיו׃
8De engel zei hem: Doe uw gordel om, en bind uw sandalen aan. Hij deed het. Hij vervolgde: Sla uw mantel om, en kom achter mij aan.
8ויאמר אליו המלאך חגר מתניך והנעל את רגליך ויעש כן ויאמר אליו עטה מעילך ולך אחרי׃
9Hij ging naar buiten en volgde hem, zonder te weten, dat het werkelijkheid was, wat de engel gedaan had; hij meende een visioen te aanschouwen.
9ויצא וילך אחריו ולא ידע אם אמת הוא הנעשה לו על ידי המלאך כי כמראה היה בעיניו׃
10Ze gingen nu de eerste en de tweede wachtpost voorbij, en kwamen aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt; deze ging vanzelf voor hen open. Ze traden naar buiten, sloegen een straat in: —en plotseling was de engel verdwenen.
10ויעברו דרך המשמרת הראשונה והשניה ויבאו עד שער הברזל אשר יצאו בו העירה ויפתח השער לפניהם מאליו ויצאו החוצה וילכו מהלך רחוב אחד והמלאך סר מעליו פתאם׃
11Nu kwam Petrus tot bezinning, en sprak: Thans weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden, en mij heeft gered uit de hand van Herodes, en van al wat het volk der Joden verwachtte.
11ויהי בשובו אל דעתו ויאמר פטרוס עתה זה ידעתי באמת כי האלהים שלח את מלאכו ויפלטני מיד הורדוס ומכל מזמת עם היהודים׃
12Hij dacht een ogenblik na, en ging naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, ook Markus genaamd, waar velen in gebed waren verenigd.
12הוא חשב כזאת והוא בא עד בית מרים אם יוחנן המכנה מרקוס אשר נקהלו שם רבים והם מתפללים יחד׃
13Toen hij aan de deur van het voorportaal klopte, kwam een dienstmeisje, Rode genaamd, opendoen.
13וידפק על דלת השער ותגש נערה להקשיב ושמה רודי׃
14Maar toen ze de stem van Petrus herkende, opende ze van blijdschap het voorportaal niet; ze vloog naar binnen, om te vertellen, dat Petrus buiten het voorportaal stond.
14ותכר את קול פטרוס ומשמחתה לא פתחה לו אם דלת השער ותרץ הביתה ותגד להם כי פטרוס עמד על השער׃
15Men gaf haar ten antwoord: Ge zijt niet goed wijs. Maar ze hield vol, dat het zo was. Nu zeide men: Dan is het zijn engel.
15ויאמרו אליה משגעת את והיא מתאמצת כי כן הוא ויאמרו מלאכו הוא׃
16Maar toen Petrus bleef kloppen, deden ze open, zagen hem en stonden versteld.
16ופטרוס הרבה לדפק ויפתחו ויראהו וישתוממו׃
17Met de hand gaf hij hun een teken, dat ze zouden zwijgen. Hij verhaalde hun, hoe de Heer hem uit de gevangenis geleid had, en sprak: Vertel het aan Jakobus en aan de broeders. Toen ging hij heen, en vertrok naar een andere plaats
17והוא רמז להם בידו לחשות ויספר להם את אשר הוציאו האדון מן המשמר ויאמר הגידו את זאת ליעקב ולאחים ויצא וילך לו למקום אחר׃
18Maar toen het dag was geworden, overviel de soldaten een ontzettende angst; waar toch Petrus gebleven kon zijn.
18הבקר אור ומבוכה לא קטנה היתה בין אנשי הצבא על פטרוס מה היה לו׃
19Herodes liet naar hem zoeken, maar vond hem niet. Nu riep hij de wachters ter verantwoording, en liet hen ter dood brengen. Hijzelf vertrok uit Judea naar Cesarea, en hield daar zijn verblijf.
19ויהי כאשר בקש אותו הורדוס ולא מצאו חקר את השמרים ויצו להוציאם למות וירד מיהודה אל קסרין וישב שם׃
20Nu was hij zeer verbitterd geweest op de Tyriërs en Sidoniërs. En omdat hun land zijn levensmiddelen betrok uit dat van den koning, gingen ze gezamenlijk bij hem hun opwachting maken, wisten Blastus, den kamerheer van den koning, voor zich te winnen, en smeekten om vrede.
20ואיבה היתה בין הורדוס ובין בני צור וצידון ויבאו אליו בלב אחד ויפתו את בלסטוס אשר על חדר המלך ויבקשו שלום יען לקחו מחית ארצותם מארץ המלך׃
21Op de vastgestelde dag zat Herodes in vorstelijk gewaad op de troon, en hield een toespraak tot hen.
21ויהי ביום המועד וילבש הורדוס לבוש מלכות וישב על כסא המשפט ויטף אליהם אמרתו׃
22En het volk juichte hem toe: Dat is taal van een god, en niet van een mens.
22ויריעו לו העם לאמר קול אלהים הוא ולא קול אדם׃
23Maar op hetzelfde ogenblik sloeg hem een engel des Heren, omdat hij aan God niet de eer had gegeven; hij werd door de wormen verteerd, en stierf.
23ויכהו מלאך יהוה פתאם עקב אשר לא נתן הכבוד לאלהים ויאכלהו תולעים ויגוע׃
24Maar het woord des Heren groeide aan, en breidde zich uit.
24ודבר אלהים הולך ורב׃
25Intussen waren Bárnabas en Saul, na hun taak te hebben volbracht uit Jerusalem teruggekeerd, en hadden Johannes, ook Markus geheten, met zich mee gebracht.
25וישובו בר נבא ושאול מירושלים אחרי כלותם את השמוש ויקחו אתם את יוחנן המכנה מרקוס׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.