Handelingen 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Intussen waren er enige lieden uit Judea gekomen, die aan de broeders de leer verkondigden: Zo gij u niet laat besnijden volgens mosaïsch gebruik, kunt gij niet worden gered.
1ואנשים ירדו מיהודה וילמדו את האחים לאמר אם לא תמולו כדת משה לא תושעון׃
2Toen Paulus en Bárnabas zich hiertegen verzetten, en er een heftig geschil ontstond, besloot men, dat Paulus en Bárnabas met enige anderen van hen naar Jerusalem zouden gaan, en zich voor deze strijdvraag tot de apostelen en priesters zouden wenden.
2ויהי על זאת ריב ומחלקת לא קלה לפולוס ולבר נבא עמהם ויגזרו כי פולוס ובר נבא ואחרים מהם יעלו ירושלים אל השליחים והזקנים על אדות השאלה הזאת׃
3Nadat dus de gemeente hun uitgeleide gedaan had, trokken ze Fenicië en Samaria door; ze verhaalden er de bekering der heidenen, en bereidden daardoor grote vreugde aan alle broeders.
3ותלוה אתם הקהלה ויעברו את פינוקיא ואת שמרון מספרים את תשובת הגוים וישמחו את כל האחים שמחה גדולה׃
4Bij hun aankomst te Jerusalem, werden ze door de gemeente en door de apostelen en priesters ontvangen, en gaven ze verslag van de grote dingen, die God door hen had gewrocht.
4ויהי כבאם ירושלים ויקבלו אתם הקהלה והשליחים והזקנים ויגידו להם את אשר הגדיל האלהים לעשות עמהם׃
5Maar enigen van de sekte der farizeën, die gelovig waren geworden, kwamen er tegen op, en zeiden: Men moet ze besnijden, en ze gelasten, de Wet van Moses te onderhouden.
5ויקומו אנשים מאמינים מכת הפרושים ויאמרו כי חובה היא למול אתם ולצותם לשמר את תורת משה׃
6De apostelen en de priesters kwamen derhalve bijeen, om deze zaak te onderzoeken.
6ויקהלו השליחים והזקנים לעין בדבר הזה׃
7Toen men het niet eens kon worden, stond Petrus op, en sprak tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitverkoren, opdat de heidenen door mijn mond het woord van het evangelie zouden horen en zouden geloven.
7ויהי ברבות המחלקת קם פטרוס ויאמר אליהם אנשים אחים אתם ידעתם כי מימים ראשים בי בחר האלהים מכלנו אשר ישמעו הגוים מפי את דבר הבשורה ויאמינו׃
8En God, die de harten doorgrondt, heeft voor hen getuigd, door hun den Heiligen Geest te schenken, juist als aan ons.
8והאלהים ידע הלבבות העיד עליהם בתתו גם להם את רוח הקדש כאשר נתן לנו׃
9Ook heeft Hij op geen enkel punt onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten gereinigd door het geloof.
9ולא הבדיל בינינו וביניהם כי טהר את לבבם על ידי האמונה׃
10Welnu dan, zoudt gij God willen uitdagen, met een juk op de hals der leerlingen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij zelf hebben kunnen dragen?
10ועתה מה תנסו את האלהים לשום על על צוארי התלמידים אשר גם אבותינו גם אנחנו לא יכלנו לשאת׃
11Neen; we geloven, dat wij worden gered door de genade van den Heer Jesus Christus, juist zoals zij.
11אבל בחסד ישוע המשיח אדנינו נאמין להושע כמוהם כמונו׃
12Nu zweeg de hele vergadering en luisterde naar Bárnabas en Paulus, die de grote tekenen en wonderen verhaalden, welke God onder de heidenen door hen had verricht.
12ויחרישו כל הקהל וישמעו אל בר נבא ואל פולוס מספרים את האתות והמופתים אשר הרבה האלהים לעשות על ידיהם בקרב הגוים׃
13Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord, en sprak: Mannen broeders, luistert naar mij.
13ויכלו לדבר ויען יעקב ויאמר אנשים אחים שמעו אלי׃
14Simon heeft u uiteengezet, hoe God reeds vroeger genadig op de heidenen heeft neergezien, om zich uit hen een volk te kiezen, tot eer van zijn Naam.
14שמעון ספר איך האלהים ראה לו בראשונה לקחת מבין הגוים עם לשמו׃
15Welnu, hiermee stemmen de woorden der pro feten overeen, zoals er geschreven staat
15ולזאת מסכימים דברי הנביאים ככתוב׃
16“Daarna zal Ik wederkeren En de vervallen hut van David oprichten, Haar puinen herstellen, En haar weer overeind doen staan;
16אחרי זאת אשוב ואקים את סכת דויד הנפלת והרסותיה אקים ובניתיה׃
17Opdat de rest der mensen den Heer zou zoeken, Met alle volken, waarover mijn Naam is uitgeroepen! Zo spreekt de Heer, die deze dingen doet,
17למען ידרשו שארית אדם את יהוה וכל הגוים אשר נקרא שמי עליהם נאם יהוה עשה כל אלה׃
18Die van eeuwigheid zijn bekend.”
18נודעים לאלהים מעולם כל מעשיו׃
19Daarom ben ik van oordeel, dat men het aan de heidenen, die zich tot God bekeren, niet moeilijk moet maken.
19ועל כן אני דן שלא להחמיר על השבים מן הגוים לאלהים׃
20Maar wel moet men hun voorschrijven, dat ze zich onthouden van wat door de afgoden besmet is, ook van ontucht van verstikt vlees en van bloed
20רק לכתב אליהם אשר ירחקו מטמאת האלילים ומן הזנות ומבשר הנחנק ומן הדם׃
21Want Moses heeft reeds lange tijd in iedere stad mensen, die hem prediken daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
21כי משה מדרת עולם יש לו מגידיו בכל עיר ועיר ויקרא בבתי הכנסיות מדי שבת בשבתו׃
22Toen besloten de apostelen, de priesters en de hele vergadering, enige mannen uit hun midden te kiezen, en ze met Paulus en Bárnabas naar Antiochië8 te zenden: het waren: Judas bijgenaamd Barsabbas, en Silas: mannen van aanzien onder de broeders.
22וייטב בעיני השליחים והזקנים עם כל הקהל לבחר מהם אנשים ולשלח אתם אל אנטיוכיא עם פולוס ובר נבא את יהודה המכנה בר שבא ואת סילא אנשי שם בין האחים׃
23Het volgend schrijven werd hun ter hand gesteld: De apostelen en de priesters, als broeders aan de broeders uit de heidenen te Antiochië en in Syrië en Cilicië: heil!
23ויכתבו וישלחו על ידם לאמר אנחנו השליחים והזקנים והאחים שאלים לשלום האחים אשר מן הגוים באנטיוכיא ובסוריא ובקיליקיא׃
24Daar wij vernomen hebben, dat sommigen onzer, zonder enige opdracht van ons, u door hun woorden hebben verontrust, en uw gemoederen hebben geschokt,
24יען וביען שמענו כי יצאו מאתנו מבלבלים אתכם ומקלקלים נפשתיכם בדברים באמרם לכם להמול ולשמר את התורה אשר לא צוינו אותם׃
25hebben wij eenparig goedgevonden, enige mannen uit te kiezen en tot u te zenden, tezamen met onze zeer geliefde Bárnabas en Paulus:
25לכן טוב בעיני כלנו יחדו לבחר אנשים לשלחם אליכם עם חביבינו בר נבא ופולוס׃
26mensen, die hun leven veil hebben voor de naam van onzen Heer Jesus Christus.
26אנשים אשר מסרו נפשם על שם אדנינו ישוע המשיח׃
27Wij zenden u dus Judas en Silas, die u hetzelfde ook mondeling zullen meedelen.
27על כן שלחנו את יהודה ואת סילא אשר גם המה יגידו זאת בפיהם׃
28Want het heeft den Heiligen Geest en ons goedgedacht. u geen zwaardere last op te leggen, dan deze noodzakelijke voorschriften:
28כי טוב לפני רוח הקדש ולפנינו לבלתי שום עליכם משא אחר לבד מאלה הדברים הצריכים׃
29dat gij u onthoudt van offervlees, van bloed en verstikt vlees, en van ontucht. Zo gij u daarvoor in acht neemt, handelt gij goed. Vaarwel.
29אשר תרחקו מזבחי אלילים ומן הדם ומבשר הנחנק ומן הזנות אם מאלה תשמרו את נפשתיכם תיטיבו לעשות ושלום לכם׃
30Ze namen dus afscheid, en vertrokken naar Antiochië, waar ze de gemeente bijeenriepen, en de brief overhandigden.
30וישלחו האנשים ויבאו אל אנטיוכיא ויקהילו את העם ויתנו להם את האגרת׃
31Ze lazen hem, en verheugden zich over de bemoedigende inhoud.
31ויקראו אתה וישמחו על הנחמה׃
32Judas en Silas, die profeten waren, vermaanden ook zelf de broeders, en bemoedigden ze door een lange toespraak.
32ויהודה וסילא אשר גם הם נביאים נחמו האחים בדברים רבים ויחזקום׃
33Na enige tijd lieten de broeders hen in vrede naar hun lastgevers terugkeren.
33ויהיו שם ימים אחדים וישלחום האחים בשלום אל השליחים׃
34Maar Silas vond het beter, daar te blijven; Judas ging dus alleen naar Jerusalem terug.
34וייטב בעיני סילא לשבת שם׃
35Ook Paulus en Bárnabas bleven te Antiochië; ze gaven daar onderricht, en preekten met nog veel anderen het woord des Heren.
35ופולוס ובר נבא ישבו באנטיוכיא וילמדו ויבשרו את דבר יהוה המה וגם רבים אחרים עמם׃
36Maar kort daarop zei Paulus tot Bárnabas: Laten we opnieuw de broeders gaan bezoeken in al de steden, waar we het woord des Heren hebben verkondigd, en zien. hoe het hun gaat.
36ויהי מקץ ימים ויאמר פולוס אל בר נבא לכה ונשובה ונפקדה את אחינו בכל עיר ועיר אשר קראנו שם את דבר יהוה ונראה מה המה׃
37Nu wilde Bárnabas ook Johannes meenemen. die ook Markus wordt genoemd;
37ובר נבא יעץ לקחת אתם את יוחנן המכנה מרקוס׃
38maar Paulus achtte het niet raadzaam, iemand mee te nemen, die te Pamfúlië hen had verlaten, en hen niet bij het werk vergezeld had.
38אך פולוס לא אבה לקחת אתם את האיש אשר סר מעליהם בפמפוליא ולא הלך אתם במלאכתם׃
39Hierover ontstond onenigheid, zodat ze van elkander gingen. Bárnabas nam Markus mee, en ging scheep naar Cyprus.
39ויהי רגז עד אשר נפרדו איש מאחיו ויקח בר נבא את מרקוס ויסע באניה אל קפרוס׃
40Paulus koos Silas, en vertrok, nadat hij door de broeders aan Gods genade was aanbevolen.
40ופולוס בחר לו את סילא וימסרהו האחים אל חסד יהוה ויצא׃
41Hij reisde Syrië en Cilicië door, en bevestigde de gemeenten.
41ויעבר בסוריא ובקיליקיא ויחזק את הקהלות׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.