2 Koningen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen Jahweh Elias in een stormwind ten hemel wilde opnemen, vertrok Elias van Gilgal, en Eliseus ging met hem mee.
1耶和华要用旋风接 以利亚 升天的时候, 以利亚 与 以利沙 从 吉甲 前往。
2Elias sprak echter tot Eliseus: Blijf hier; want Jahweh heeft mij naar Betel gezonden. Maar Eliseus antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen zij te Betel aankwamen,
2以利亚 对 以利沙 说:「耶和华差我往 伯特利 去,你可以在这里等候。」 以利沙 说:「我指着永生的耶和华,又敢在你面前起誓,我必不离开你。」于是二人下到 伯特利 。
3gingen de profetenzonen uit Betel naar Eliseus, en zeiden tot hem: Weet gij, dat Jahweh thans uw heer, boven uw hoofd uit, gaat wegnemen? Hij antwoordde: Ik weet het; houdt u maar stil.
3住 伯特利 的先知门徒出来见 以利沙 ,对他说:「耶和华今日要接你的师傅离开你,你知道不知道?」他说:「我知道,你们不要作声。」
4Nu sprak Elias tot hem: Eliseus, blijf hier; want Jahweh heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen zij te Jericho aankwamen,
4以利亚 对 以利沙 说:「耶和华差遣我往 耶利哥 去,你可以在这里等候。」 以利沙 说:「我指着永生的耶和华,又敢在你面前起誓,我必不离开你。」于是二人到了 耶利哥 。
5gingen de profetenzonen van Jericho naar Eliseus, en zeiden tot hem: Weet gij, dat Jahweh uw heer, boven uw hoofd uit, gaat wegnemen? Hij antwoordde: Ik weet het; houdt u maar stil.
5住 耶利哥 的先知门徒就近 以利沙 ,对他说:「耶和华今日要接你的师傅离开你,你知道不知道?」他说:「我知道,你们不要作声。」
6Nu sprak Elias tot hem: Blijf hier; want Jahweh heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Daarop gingen ze samen verder.
6以利亚 对 以利沙 说:「耶和华差遣我往 约旦河 去,你可以在这里等候。」 以利沙 说:「我指着永生的耶和华,又敢在你面前起誓,我必不离开你。」于是二人一同前往。
7Vijftig van de profetenzonen volgden hen, maar bleven in de verte staan, toen ze samen bij de Jordaan stil hielden.
7有先知门徒去了五十人,远远地站在他们对面;二人在 约旦河 边站住。
8Nu nam Elias zijn mantel, rolde hem op, en sloeg er mee op het water. En dit verdeelde zich in tweeën, zodat zij beiden droogvoets konden oversteken.
8以利亚 将自己的外衣卷起来,用以打水,水就左右分开,二人走干地而过。
9Aan de overkant aangekomen, sprak Elias tot Eliseus: Doe nu een verzoek; wat moet ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen. Eliseus antwoordde: Dat ik een dubbel deel van uw geest mag ontvangen.
9过去之后, 以利亚 对 以利沙 说:「我未曾被接去离开你,你要我为你做什么,只管求我。」 以利沙 说:「愿 感动 你的灵加倍地感动我。」
10Elias sprak: Ge vraagt heel veel; maar als ge mij ziet, wanneer ik van u word weggenomen, wordt uw bede vervuld; ziet ge me niet, dan geschiedt het niet.
10以利亚 说:「你所求的难得。 虽然如此 ,我被接去离开你的时候,你若看见我,就必得着;不然,必得不着了。」
11Terwijl ze nu al sprekende verder gingen, kwam er opeens een vurige wagen met vurige paarden; ze werden van elkander gescheiden, en Elias voer in een stormwind ten hemel.
11他们正走着说话,忽有火车火马将二人隔开, 以利亚 就乘旋风升天去了。
12Toen Eliseus dit zag, riep hij uit: Vader, mijn vader; Israëls strijdwagens en ruiterij! Maar hij zag hem niet meer; en hij greep zijn klederen, en scheurde ze vaneen.
12以利沙 看见,就呼叫说:「我父啊!我父啊! 以色列 的战车马兵啊!」以后不再见他了。于是 以利沙 把自己的衣服撕为两片。
13Nu raapte hij de mantel op, die Elias had laten vallen, keerde terug en bleef bij de Jordaanoever staan.
13他拾起 以利亚 身上掉下来的外衣,回去站在 约旦河 边。
14Daar nam hij de mantel van Elias, en sloeg er mee op het water; maar het verdeelde zich niet. Toen riep hij uit: Waar is Jahweh dan toch, de God van Elias? En weer sloeg hij op het water; nu verdeelde het zich in tweeën, zodat hij kon oversteken.
14他用 以利亚 身上掉下来的外衣打水,说:「耶和华— 以利亚 的 神在哪里呢?」打水之后,水也左右分开, 以利沙 就过来了。
15Toen de profetenzonen van Jericho dit uit de verte zagen, zeiden ze: De geest van Elias rust op Eliseus! Ze gingen hem tegemoet, en wierpen zich voor hem ter aarde neer.
15住 耶利哥 的先知门徒从对面看见他,就说:「 感动 以利亚 的灵感动 以利沙 了。」他们就来迎接他,在他面前俯伏于地,
16Toen zeiden ze tot hem: Er zijn onder uw dienaren vijftig flinke mannen. Laat die toch naar uw meester gaan zoeken; misschien heeft de geest van Jahweh hem opgenomen, en hem ergens op een berg of in een dal neergezet. Maar hij antwoordde: Laat ze niet zoeken.
16对他说:「仆人们这里有五十个壮士,求你容他们去寻找你师傅,或者耶和华的灵将他提起来,投在某山某谷。」 以利沙 说:「你们不必打发人去。」
17Toen ze echter maar bleven aandringen, zei hij eindelijk: Stuur ze dan maar. Ze zonden dus vijftig mannen uit, die drie dagen lang naar Elias zochten; maar ze vonden hem niet.
17他们再三催促他,他难以推辞,就说:「你们打发人去吧!」他们便打发五十人去,寻找了三天,也没有找着。
18Toen ze bij Eliseus in Jericho terugkeerden, sprak hij tot hen: Heb ik u niet gezegd, dat gij niet behoefde te gaan?
18以利沙 仍然在 耶利哥 等候他们回到他那里;他对他们说:「我岂没有告诉你们不必去吗?」
19Nu zeiden de bewoners der stad tot Eliseus: De ligging van de stad is goed, zoals mijn heer zelf kan zien; maar het water is slecht, zodat het land onvruchtbaar is.
19耶利哥 城的人对 以利沙 说:「这城的地势美好,我主看见了;只是水恶劣,土产不熟而落。」
20Hij antwoordde: Haalt mij een nieuwe schotel met zout. Toen ze die hadden gebracht,
20以利沙 说:「你们拿一个新瓶来,装盐给我」;他们就拿来给他。
21ging hij naar de bron, wierp het zout erin, en zei: Zo spreekt Jahweh! Ik maak dit water gezond; het zal nu niet langer dood en onvruchtbaarheid brengen.
21他出到水源,将盐倒在水中,说:「耶和华如此说:『我治好了这水,从此必不再使人死,也不再使地土不生产。』」
22Zo werd op het woord, dat Eliseus sprak, het water goed tot op deze dag.
22于是那水治好了,直到今日,正如 以利沙 所说的。
23Vandaar ging Eliseüs naar Betel. Toen hij de weg daarheen opging, kwamen er kleine jongens uit de stad, die hem spottend toeriepen: Kom hier, kaalkop! Kom hier, kaalkop!
23以利沙 从那里上 伯特利 去,正上去的时候,有些童子从城里出来,戏笑他说:「秃头的上去吧!秃头的上去吧!」
24Eliseus keerde zich om, en toen hij ze zag, vervloekte hij ze in de naam van Jahweh. En onmiddellijk kwamen er uit het bos twee berinnen, die twee en veertig van die jongens verscheurden.
24他回头看见,就奉耶和华的名咒诅他们。于是有两只母熊从林中出来,撕裂他们中间四十二个童子。
25Vandaar ging hij naar de berg Karmel, en keerde toen naar Samaria terug.
25以利沙 从 伯特利 上 迦密山 ,又从 迦密山 回到 撒马利亚 。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.