2 Kronieken 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen heel het werk, dat Salomon voor de tempel van Jahweh had laten verrichten, gereed was, bracht hij de wijgeschenken van zijn vader David, het goud, het zilver en de vaten, naar de schatkamers van de tempel van God.
1پس تمامی کاری که سلیمان به جهت خانه خداوند کرد تمام شد، و سلیمان موقوفات پدرش داود را داخل ساخت، و نقره و طلا و سایرآلات آنها را در خزاین خانه خدا گذاشت.
2Nu riep Salomon de oudsten van Israël en alle stamhoofden en de familievorsten der Israëlieten bij zich naar Jerusalem, om de verbondsark van Jahweh uit de Davidstad, of de Sion naar haar plaats te brengen.
2آنگاه سلیمان مشایخ اسرائیل و جمیع روسای اسباط و سروران آبای بنیاسرائیل را دراورشلیم جمع کرد تا تابوت عهد خداوند را ازشهر داود که صهیون باشد، برآورند.
3Zo trokken alle mannen van Israël naar den koning op voor het feest, dat in de zevende maand werd gevierd.
3و جمیع مردان اسرائیل در عید ماه هفتم نزد پادشاه جمع شدند.
4Toen nu al de oudsten van Israël gekomen waren, namen de levieten de ark op,
4پس جمیع مشایخ اسرائیل آمدند ولاویان تابوت را برداشتند.
5en brachten haar met de openbaringstent en al de heilige voorwerpen, die in de tabernakel waren, naar boven. De levieten droegen met de priesters mee.
5و تابوت و خیمه اجتماع و همه آلات مقدس را که در خیمه بودبرآوردند، و لاویان کهنه آنها را برداشتند.
6Koning Salomon zelf ging met al de Israëlieten, die zich bij hem hadden gevoegd, voor de ark uit, en offerde zoveel schapen en runderen, dat ze niet meer te tellen of te berekenen waren.
6وسلیمان پادشاه و تمامی جماعت اسرائیل که نزدوی جمع شده بودند پیش تابوت ایستادند، وآنقدر گوسفند و گاو ذبح کردند که به شماره وحساب نمی آمد.
7Daarop brachten de priesters de verbondsark van Jahweh naar haar plaats, in het binnenste van de tempel, in het Allerheiligste, en zetten haar onder de vleugels der cherubs.
7و کاهنان تابوت عهد خداوندرا به مکانش در محراب خانه، یعنی درقدسالاقداس زیر بالهای کروبیان درآوردند.
8De cherubs spreidden dus hun vleugels over de ark uit, en overschaduwden de ark en haar draagstangen.
8وکروبیان بالهای خود را بر مکان تابوت پهن میکردند و کروبیان تابوت و عصاهایش را از بالامی پوشانیدند.
9Deze waren zo lang, dat men de uiteinden ervan in het Heilige, dat voor het Allerheiligste lag, kon zien, maar daarbuiten niet meer; ze zijn daar gebleven tot op deze dag.
9و عصاها اینقدر دراز بود که سرهای عصاها از تابوت پیش محراب دیده می شد، اما از بیرون دیده نمی شد، و تا امروز درآنجا است.
10In de ark was niets anders dan de twee tafelen, die Moses op de Horeb erin had gelegd; het waren de tafelen van het Verbond, dat Jahweh bij de uittocht uit Egypte met de Israëlieten gesloten had.
10و در تابوت چیزی نبود سوای آن دو لوح که موسی در حوریب در آن گذاشت وقتی که خداوند با بنیاسرائیل در حین بیرون آمدن ایشان از مصر عهد بست.
11Toen alle aanwezige priesters, die zonder op hun beurt te letten zich hadden geheiligd, het heiligdom verlaten hadden,
11و واقع شد که چون کاهنان از قدس بیرون آمدند (زیرا همه کاهنانی که حاضر بودند بدون ملاحظه نوبتهای خود خویشتن را تقدیس کردند.
12stelden alle levietische zangers, namelijk Asaf, Heman en Jedoetoen met hun zonen en ambtgenoten in linnen gewaden gekleed, zich met cymbalen, harpen en citers, oostelijk van het altaar op, naast de honderd twintig priesters, die op de trompet moesten blazen.
12و جمیع لاویانی که مغنی بودند یعنی آساف وهیمان و یدوتون و پسران و برادران ایشان به کتان نازک ملبس شده، با سنجها و بربطها و عودها به طرف مشرق مذبح ایستاده بودند، و با ایشان صدو بیست کاهن بودند که کرنا مینواختند).
13Maar zodra de blazers en de zangers, als één man, eenstemmig de muziek inzetten, om Jahweh te loven en te prijzen, en de trompetten en cymbalen en andere muziekinstrumenten het loflied lieten weerschallen: “Looft Jahweh; want Hij is goed, en eeuwig duurt zijn barmhartigheid”, vervulde een wolk het huis van Jahweh.
13پس واقع شد که چون کرنانوازان و مغنیان مثل یک نفربه یک آواز در حمد و تسبیح خداوند به صداآمدند، و چون با کرناها و سنجها و سایر آلات موسیقی به آواز بلند خواندند و خداوند را حمدگفتند که او نیکو است زیرا که رحمت او تاابدالاباد است، آنگاه خانه یعنی خانه خداوند ازابر پر شد.
14Door die wolk konden de priesters er niet meer blijven, om hun dienstwerk te verrichten; want de glorie van Jahweh vervulde de tempel van God.
14و کاهنان بهسبب ابر نتوانستند برای خدمت بایستند زیرا که جلال یهوه خانه خدا راپر کرده بود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.